Twaalf jaar later herinneren The Imperial Crowns zich Leiden nog steeds

0

Pop en rock zijn allang uit de sfeer van ‘jeugdcultuur’ verdwenen; ook veertig-, vijftig- en zestigplussers zijn actieve luisteraars. In Leiden is Qbus aan de Middelstegracht 123 zo’n plek waar in zeker opzicht de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Donderdagavond speelden The Imperial Crowns daar voor een goed gevulde zaal. Twaalf jaar geleden waren ze hier voor het laatst; ze wisten zich dat nog goed te herinneren.

Zwart
Los van de band: het is alsof de tijden van jongerencentra als LVC herleven. Een kleine zaal, een klein podium, laag, duidelijk oorspronkelijk niet bedacht als concertzaal, maar daardoor wel intiem en gemoedelijk, niets gelikts te bekennen. Het publiek valt grotendeels in de categorie van ‘ruim boven de 40′. De zwarte t-shirts met tourschema’s lijken hier meer op hun plaats, maar ook de gewone overhemden lopen er rond. Je kunt je goed voorstellen dat deze mensen vanaf hun jeugd gewend zijn naar concerten als dit te gaan. Biertje, luisteren, kijken, swingen (nog steeds zijn het de vrouwen en niet de mannen die dat doen): een plek waarvan je mogelijk dacht dat ze niet meer bestonden.

Energiek
Het podium is misschien een halve meter hoog. Afstand tot de band is er eigenlijk niet. Je vóelt de energie van The Imperial Crowns. De vier mannen uit Los Angeles maken zich er niet met een jantje-van-leiden van af. Een bijna onderkoelde gitarist J.J. Holiday – z’n eerste glimlach kwam pas tijdens de toegift – aan de ene kant van het podium en aan de andere kant een bassist, Dany Avilla, die net als Crazy Horse bassist Billy Talbot geregeld helemaal leek op te gaan in z’n instrument. Op de achtergrond een stoïcijns knallende drummer Billy Sullivan, en tussen die drie Jimmie Wood, die qua voorkomen zo in The Wild Romance kon opgaan.

Mix
Een band die muzikaal lastig is in te delen. Op het ene moment lijkt het hoekige blues-rock, maar vlak daarna denk je de typische The Doors-opbouw te herkennen. Eén ding staat wel vast: alles wat The Imperial Crowns spelen, boeit. Het concert zakt nergens in (alhoewel ergens wel de indruk blíjft hangen dat ze soms met ietsje ‘de handrem er op’ spelen). Na twaalf jaar staan ze weer in de Qbus. Een nieuw album gemaakt en met de belofte “niet nog ’s 10-12 jaar te wachten, maar op regular basis terug te komen” spelen ze in net aan geen twee uur achter elkaar oud en nieuw werk.

Buckle
Zo dicht op de band vallen je soms dingen op. Wood staat geregeld kauwbewegingen te maken: heeft-i nu staan zingen en mondharmonica spelen met kauwgum in z’n mond?! Voor het optreden maakt het niet uit. Toch wel bijzonder is dat de band niet op lauweren rust, maar nummers speelt van alle albums, inclusief het uit eind 2016 stammende The Calling. Wel geroutineerd, waardoor niet continue vlammend. Maar misschien lag dat wel aan iets heel anders. Wood ontdekte grappenderwijs aan het eind van het concert waarom er “shitty” was gespeeld: hij vergat z’n riem, met indrukwekkend grote gesp, om te doen….

Kistje
The Imperial Crowns hebben hun Europese tour er min of meer op zitten. Maar Qbus blijft en vanPolanen programmeert ook, met nog een serie concerten. Voor al die mensen die met weemoed denken dat goede bands en de aloude jongerencentrumsfeer zijn verdwenen. Niet dus, in Leiden zit Hans van Polanen nog steeds met een geldkistje op een krukje bij de ingang. Net als toen, maar dan nu en met níeuwe goede muziek.

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Deze site gebruikt cookies. Lees meer over onze cookies.