Een lesje debatteren

0

Debatteren is lastig. Je eigen stelling verdedigen, of die van de tegenstander aanvallen, doe je met argumenten. Het tweede Stadsdebat van het PS|theater trok dinsdagavond zo’n vijftig mensen die wilden mee debatteren over drie stellingen. Stellingen die te maken hebben met de gedachte dat we tegenwoordig (te veel?) in geïsoleerd van elkaar in bubbels leven. Maar zijn die bubbels ondoordringbaar? En, wat als je tégen een standpunt argumenten moest zien te bedenken terwijl je eigenlijk vóór was? Debatleider Mieke Spaans had soms de handen vol de deelnemers in het juiste gareel te houden “Onthoud: het is een spél”.

Spel
Het schrikt misschien wat af: ‘stadsdebat’. Maar in de Breezaal van de Stadsgehoorzaal heerst de menselijke maat. Niks gewichtigs, maar wel een serieus debat. Dat betekent dat het publiek in groepen wordt ingedeeld en per stelling of voor, of tegen, of jury is. Het gaat om het debat, om de argumenten. Eerlijk is eerlijk: aan echt spitsvondige, soms ook diepergravende argumenten ontbrak het nogal eens. Dat iedereen over alles een méning heeft klopt. Dat argumenteren (onderwerps)kennis eist, is ook waar. Het maakt dat in een Stadsdebat de bekende argumenten voorbij komen.

Spreek-angst
Inhoudelijk leverde het Stadsdebat misschien niet zoveel op, qua debatlessen wel. Juryvoorzitter Ruben Maas zei het al vroeg op de avond “het mag wel wat steviger, feller. En meer reagerend op de argumenten van de andere kant”. Misschien wel de belangrijkste tip, voor beginners, kwam van spreekstalmeester Wil van der Meer die scherp doorhad dat niet iedereen zomaar achter een microfoon gaat staan en daarom een oefenrondje ‘hoe voelt het om achter de microfoon te staan’ inlaste “en als je daar eenmaal staat, wil je niet meer weg. Dan grijpt Mieke in”.

Overtuigen
De drie stellingen – ‘De openbare ruimte is van ons allemaal’ (en het onderhoud dus ook), ‘sociale media vervreemden ons van elkaar’ en ‘we zijn veel te bang voor het conflict’ – waren te algemeen voor een goed debat in de zin van een boeiend argumentensteekspel. Vooral Susanne(15) sterk tevoorschijn met minder vanzelfsprekende argumenten. Dat werd gewaardeerd door de jury van dat moment, maar haar meegekomen, een mee debatterende, opa had het al gezegd “het is een denkertje, een van de principiëleren”. Weerwoord bleek lastig.

Bubbel
Het is jammer dat niet meer mensen aan een Stadsdebat meedoen. Het is nu een ‘thuiswedstrijd’ tussen grotendeels ‘ons kent ons’. Da’s geen probleem. Maar de discussie wint aan kracht, aan onvoorspelbaarheid, en aan variatie als ook de deelnemers meer gevarieerde achtergronden, kennis en belangen hebben. Alhoewel anderzijds ook bleek dat mensen die elkaar (enigszins) kennen, de discussie verlevendigen doordat ze minder formeel met elkaar omgaan (en minder ‘te bang zijn voor het conflict’?!).

Realiteit
Zeker in het debat over social media bleek hoe we feitelijk langs elkaar heen kunnen praten. Waar de één het heeft over menselijk contact, heeft de ander het over de toegang tot nieuwe argumenten: vervreemden van wát, is dan de vraag. Het debat over ‘het onderhoud van de openbare ruimte’ spitste zich al snel toe tot een woordenwisseling over al dan niet staatsbemoeienis, maar niet wat openbare ruimte ís. Binnenstadsbewoner Leendert Beekman verwoordde dat mooi “ruim je eigen rommel in míjn leefruimte op”. Ook hij redde het niet: ‘tegen’ won waardoor het lijkt alsof vooral van ‘de overheid’ veel wordt verwacht. Of “neem werklozen ervoor. De anderen werken om de economie draaiend te houden”.

Raapstelen
Zelf iets doen, bleek in de discussie minder makkelijk verdedigbaar; zoals in Tuinstad-Staalwijk waar Evert van Ginkel zich aansloot bij de Raapstelen en nu met 6-8 andere wijkbewoners zaterdags een uurtje straten schoonhoudt. “Je leert mensen kennen. Maar ook straten. (…) En dat Red Bull onze grootste (vuil)vijand is. (…) Wij denken dat het helpt en dat er minder vuil ligt op straat. En als iemand aan me zou vragen ‘denk je dat je beter bent dan anderen?’ dan zou mijn antwoord zijn: jazeker!”.

Inspiratie
Voor PS|theater moeten de stadsdebatten, vertelt Pepijn Smit, een bron van informatie en inspiratie vormen “in november komen we met een voorstelling die De Bubbel gaat heten. Het zal gaan over allerlei mensen die elkaar overdag níet, maar ’s nachts wél tegenkomen. (…) We spelen in een enorme kas die op het Garenmarktplein wordt gebouwd (…) maar we spreken ook één-op-één met (deskundige, red.) mensen, hoor”.

Hinkend
Daar hinken de Stadsdebatten op twee gedachten: zijn ze de vorm om je de kunst van het debatteren – vooral ook lúisteren naar de ander en dáár op reageren – spelenderwijs eigen te maken? Met Mieke en Wil lukt dat: er wordt gelachen én er wordt streng ingegrepen. Of is het die bron van informatie? Maar welke dan? De argumenten, of het óórdeel over die argumenten? De argumenten zouden, Ruben Maas’ oproep tot scherpte indachtig, baat hebben bij échte belanghebbenden. Interessant zou zijn om juist de jury te bemensen met publiek, en van hén te horen hoe zij oordelen.

Verder
Meedoen met een Stadsdebat kan nog volop. Ieder jaar halverwege februari en op Prinsjesdag organiseert PS|theater een Stadsebat, tot en met 2020. Volgend jaar zal het onderliggend thema De Vergeten Stad zijn.

Delen
Proef de Feestdagen bij Sligro Leiden

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Deze site gebruikt cookies. Lees meer over onze cookies.