Voorkeurstracé RijnlandRoute vastgesteld

Gedeputeerde Staten hebben het voorkeurstracé vastgesteld voor de nieuwe RijnlandRoute. Daarmee bevestigen GS de tracékeuze die eerder ook door de Stuurgroep is gekozen. Naast het vaststellen van het voorkeurstracé, hebben Gedeputeerde Staten ook de nut- en noodzaaknotitie en de herziene Maatschappelijke Kosten-/Batenanalyse (MKBA) geaccepteerd. Vorige week al schaarden de leden van de Stuurgroep zich unaniem achter de herziene MKBA. “Ik ben blij dat we nu een voorkeurstracé hebben dat èn goed onderbouwd is èn door de partners in de regio en mijn medebestuurders gedragen wordt”, aldus Asje van Dijk (CDA), gedeputeerde Verkeer en Vervoer van de provincie Zuid-Holland.
De beoogde RijnlandRoute loopt vanaf de A4 via de gemeente Voorschoten ten zuiden van de bebouwde kom van Leiden door naar Katwijk en is daarbij zoveel mogelijk gebundeld met de A44 en de N206. In Voorschoten wordt de weg vrijwel zeker verdiept aangelegd. Ook de aansluiting op de A44 krijgt veel aandacht, onder andere vanwege het belang van de groene bufferzone bij Maaldrift.

Op de MKBA en de nut- en noodzaaknotitie is de afgelopen tijd kritiek geuit, onder andere door de Randstedelijke Rekenkamer. “Gedeputeerde Staten hebben deze kritiek ter harte genomen en daarom de MKBA herzien”, zo laat de provincie weten. Zo is het nulalternatief expliciet uitgewerkt en tot op effectniveau beschreven. Dit is de referentiesituatie waarbij geen RijnlandRoute wordt aangelegd. De onderzochte alternatieven in de MKBA zijn met dit alternatief vergeleken.

Daarnaast heeft er een correctie plaatsgevonden op het bepalen van de maatschappelijke opbrengsten (baten) van de verschillende alternatieven. Hierbij kwam het voorkeurstracé positief uit de bus. Alle herzieningen die zijn doorgevoerd leiden opnieuw tot de keuze voor het voorkeurstracé van de nieuwe RijnlandRoute.

Provinciale Staten zijn nu aan zet. Zij spreken zich op 25 juni uit over het voorkeurstracé en de bijbehorende stukken. Daarna wordt dit tracé in de vervolgfase van de planstudie naar de nieuwe RijnlandRoute, namelijk de project-MER, verder uitgewerkt. De eerste stap in de project-MER is het opstellen van een startnotitie. In deze startnotitie worden de uitgangspunten voor het milieueffectonderzoek beschreven, zoals de varianten die binnen dit tracé mogelijk zijn en de onderzoeken die gedaan worden. Op deze startnotitie is inspraak mogelijk.

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Je bent nu offline