PvdA blijft tegen zondagsopenstelling

Dinsdagavond is in de raad gesproken over de vraag: kan de raad een aanvraag voor een referendum over de zondagsopening van alle winkels, dus ook die buiten het centrum, in Leiden honoreren? De regel dat je elke zondag open mag, geldt op dit moment alleen voor de winkels binnen de singels. De rest mag één keer in de maand en bij bijzondere gelegenheden, zoals rond de feestdagen, open. De Partij van de Arbeid ondertekende een motie met de ChristenUnie, GroenLinks en SP (kortom, de hele coalitie) om die aanvraag om dringende redenen niet te honoreren. Die redenen waren uiteenlopend. Van de wettelijke regeling die door alle winkels altijd open te doen, geen recht zou worden gedaan, tot het belang van kleine winkelier ten opzichte van het grootwinkelbedrijf.

Het debat van dinsdag ging over de vraag: Zijn de dringende redenen die de coalitiepartijen op schrift hebben gezet om het verzoek om een referendum te houden niet te honoreren, wel echt dringend? Lees: mogen ze gelden als argument om het verzoek niet te honoreren en dus een referendum niet te houden. Voor onze fractie is het belangrijkste argument dat wij niet de consumenten, voor wie open winkels best makkelijk zijn, willen laten besluiten over de zondagsopening van de kleine winkelier. Die kleine winkelier geeft aan dat wanneer de supermarkt in zijn wijkwinkelcentrum elke zondag open gaat, hij in een onmogelijke positie komt: of hij gaat ook open, maar dan heeft hij geen gezinsleven meer, of hij blijft dicht, en dan heeft hij geen omzet meer. Bijvoorbeeld: van de winkeliers in grotere wijkwinkelcentra is het overgrote deel – soms tot 42 van de 44 winkels – niet voor een zondagsopenstelling, noch voor een referendum.

Het gaat naar de mening van Thea Dickhoff van de Leidse PvdA dan om een minderheid – de winkeliers – die je moet beschermen tegen een meerderheid – de consumenten. Voor ons speelt nadrukkelijk mee, dat we de afspraak om geen zondagsopenstelling mogelijk te maken, niet hebben gemaakt ‘voor de vaak’, maar dat we die op grond van inhoudelijke afwegingen gemaakt hebben. Die afwegingen zijn min of meer dezelfde als die we nu aanvoeren als een van de dringende redenen om het referendum niet te houden: het beschermen van de kleine winkelier ten opzichte van het grootwinkelbedrijf. Wat ons betreft is dat, het beschermen van die minderheid, een dringende reden om niet een besluit ‘door de meerderheid’ in een referendum mogelijk te maken.

De argumenten liepen gisteren wel een beetje door elkaar. D66 vond dat onze dringende reden alleen was: het coalitieakkoord op zichzelf en het coalitiebelang in het bijzonder. Maar wij zijn van mening dat de maatregelen die we in het coalitieakkoord hebben afgesproken, daarin staan om een inhoudelijk doel te bereiken. Bij de zondagsopenstelling is dat voor ons: het beschermen van de kleine buurtwinkelier. En óók om die reden vinden wij een referendum niet wenselijk. De redenen die nu zijn aangegeven om het referendum niet te houden, worden nu formeel voorgelegd aan de Referendumkamer. Over twee weken besluiten we dan definitief. In de vorige raadsperiode is het voorstel aangenomen om de huidige beperking in de Leidse winkeltijdenverordening dat winkels buiten de singels niet elke zondag, maar maximaal 12 zondagen per jaar open mogen, op te gaan heffen. In het nieuwe collegeakkoord is echter afgesproken om dat voorstel niet uit te voeren.

D66 en de VVD hebben vervolgens een initiatiefvoorstel ingediend om tóch zondagsopenstelling mogelijk te maken, door de hele stad als ‘toeristisch gebied’ aan te merken. Dat voorstel is besproken in de commissie, en daar was de conclusie: de meerderheid is daartegen. Op de avond dat dit meerderheidsbesluit officieel vastgesteld moest worden door de raad meldde D66 dat er inmiddels een referendumaanvraag in gang was gezet. Het punt werd daarom niet besloten. Dinsdagavond werd die referendumaanvraag behandeld.

De coalitiepartijen hadden daarbij een voorstel aan de raad opgesteld, waarin ze een aantal dringende redenen aan voeren, waarom zij vinden dat de raad de referendumaanvraag niet zou moeten honoreren. Die vrijheid heeft de raad, waarbij twee veiligheidsmarges zijn ingebouwd. De eerste is dat de raad de redenen aan moet geven waaróm zij dit besluit. De tweede dat die redenen dringend moeten zijn. Over wat dringend is doet de referendumverordening geen uitspraak. De tweede veiligheidsmarge is dat de referendumkamer tijdig van de redenen in kennis moet worden gesteld, zodat ze die in haar advies kan meenemen. De referendumkamer moet vervolgens het college en de raad in de gelegenheid stellen om hun opvattingen nader toe te lichten.

In de commissievergadering vlak voor de raadsvergadering bleek dat hier een fout in de procedure was geslopen. De referendumkamer had onvoldoende tijd gekregen om dat advies uit te brengen. Dat was reden om af te spreken dat gisteravond wél de dringende redenen in het raadsdebat besproken zouden worden, maar dat de definitieve behandeling van de referendumaanvraag uitgesteld zou worden, totdat de referendumkamer wél in die gelegenheid zou zijn gesteld. De afspraak daarbij is dat de raad hierin vertegenwoordigd zal worden door Guido Terpstra (CU) namens de indieners van de dringende redenen en Greetje van Gruting (VVD) namens de initiatiefvoorstellers.

Leiden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×