Hoger beroep Raad van State flora- en faunawet

Op 24 mei 2006 heeft de rechtbank Den Haag het beroep dat de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder (VVO) had aangespannen tegen het verlenen van een ontheffing van de flora- en faunawet door het ministerie van LNV ongegrond verklaard. Een ontheffing die noodzakelijk is om de aanleg van een industrieterrein in de Oostvlietpolder mogelijk te maken. De Vereniging Vrienden Oostvlietpolder maakte bezwaar tegen het feit dat voor een aantal in de Oostvlietpolder voorkomende beschermde diersoorten (vooral de weidevogels) geen ontheffing is aangevraagd en dat deze ontheffing voor andere diersoorten ten onrechte is verleend. Bovendien is de bestaande Nederlandse regelgeving volgens de VVO in strijd met de Europese regelgeving (de zogenaamde Habitatrichtlijn).

De rechtbank concludeert dat de aanvraag van de gemeente Leiden bepalend is voor de ontheffing en dat het ontbreken van bepaalde diersoorten voor het ministerie van LNV geen reden is om de ontheffing te weigeren. Als de aanvraag onvolledig is, dan moet de Vereniging Vrienden Oostvlietpolder pas als het leefgebied van deze diersoorten verstoord wordt aan het ministerie van LNV verzoeken om handhaving van de flora- en faunawet, met andere woorden: de VVO was te vroeg met het aantekenen van bezwaar tegen het ontbreken van diersoorten in de ontheffing.

Doordat het ministerie van LNV op 23 februari 2005 de mogelijkheden voor het verkrijgen van een ontheffing fors heeft uitgebreid, had de gemeente Leiden voor de soorten waarvoor ze wel ontheffing gevraagd heeft alleen nog een ontheffing nodig voor het verstoren van het leefgebied van de kleine modderkruiper. Door de maatregelen die de gemeente Leiden bij de aanleg van een industrieterrein in de Oostvlietpolder heeft toegezegd, kan zij deze ontheffing krijgen. Voor de overige dier- en plantensoorten was geen ontheffing meer nodig.

Volgens de rechtbank is de huidige Nederlandse regelgeving ook niet in strijd met de Europese regelgeving. Binnen de ontheffing van het ministerie van LNV mag de gemeente Leiden een industrieterrein aanleggen op de plaats waar nu nog beschermde weidevogels nestelen, zolang de aanleg maar buiten het broedseizoen plaatsvindt.

Van weidevogels zoals de grutto is bekend dat ze ieder jaar op dezelfde plek hun nesten bouwen. Als er op de plek van hun nest ineens een gebouw staat, zoeken ze geen andere plek op, maar maken helemaal geen nest meer. Doordat er in steeds meer oorspronkelijke weidevogelgebieden gebouwd wordt, gaat het aantal grutto’s hard achteruit. Dat deze grutto’s na de aanleg van het industriegebied in de Oostvlietpolder hun oorspronkelijke nestelgebied kwijt zijn, is volgens het ministerie van LNV geen probleem en de rechtbank geeft het ministerie daarin gelijk.

Tegen de uitspraak van de Haagse rechtbank is door de VVO hoger beroep aangetekend bij de Raad van State. Dit hoger beroep zal door de Raad van State worden behandeld op dinsdag 12 december a.s. om 11.30 uur, Kneuterdijk 22 te Den Haag.

Leiden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon
071 - 5235907

Whatsapp
06 - 16811160

×