"Leiden moet werken aan eigen identiteit"

Aad van der Luit was vanaf oktober 2005 als externe medewerker betrokken bij het Rembrandt 400 project, dat Leiden in 2006 organiseerde. Omdat hij zich niet goed kan vinden in de korte evaluatie van de gemeente, heeft hij een eigen evaluatie gehouden. In zijn evaluatie stelt hij met name het organisatietalent van de gemeente aan de kaak en wijst hij op het belang van evenementen voor de sleutelstad, die voor en door Leidenaars worden georganiseerd. Hij noemt het Rembrandtjaar: “Eén van de slechtst voorbereide feesten van die omvang die ik ooit heb meegemaakt!” Al direct na zijn deelname aan het project merkte hij dat de andere medewerkers veel gemaakte afspraken niet nakwamen en dat een groot aantal e-mails van geìnteresseerde ondernemers ongeopend was verwijderd. Hoewel de gemeente daarnaast had toegezegd de doeken van de buitenexpositie Jonge Rembrandt Groot uiterlijk op 15 december 2006 te verwijderen, hangen deze doeken er nog altijd. De door de gemeente verstrekte vergunning voor deze doeken is echter al ruim vijf maanden verstreken. De gemeente negeert dus het eigen vergunningenstelsel. De organisatie van het Rembrandtjaar kwam pas goed op gang, toen er externen bij werden betrokken, aldus Van der Luit.

Over de omzet die het themajaar opleverde, zegt hij: “Die cijfers zijn kunstmatig opgeschroefd om zodoende een gunstig beeld naar buiten te kunnen brengen. De informatie werd/is subjectief weergegeven. Degenen die er belang bij hadden, hebben aangegeven dat hun omzet procentueel gestegen is. Maar van de objectieve ondernemers is vernomen dat hun omzetten niet zijn gestegen.” Ook het bezoekersaantal lag volgens Van der Luit met ongeveer 500.000 niet erg hoog. De grootste publiekstrekker was naar zijn mening de IJssculpturententoonstelling, dat ook veel gezinnen trok, dat niet afkomstig waren uit Leiden.

Het Rembrandtjaar heeft inderdaad tot meer naamsbekendheid geleid: “Maar niet in die mate als sommige organisatoren ons doen willen geloven” aldus Van der Luit. Hij wijst erop dat Leiden moet voorkomen dat de naamsbekendheid niet wegebt, zoals wel bij het Japanjaar is gebeurd. De Lakenfeesten zijn al jaren zeer succesvol. In 2004 werden ze zelfs gekozen tot het vierde evenement van Nederland. De gemeente wil hierin echter nauwelijks investeren en besteedt het gemeenschapsgeld aan evenementen die hun bestaansrecht nog niet hebben bewezen.

Over de publiciteit is Van der Luit redelijk te spreken: “Dat is uiteindelijk goed opgepakt en gecoördineerd. Maar dat was in eerste instantie dramatisch. De enige publiciteit was negatieve publiciteit. Van de 20 krantenartikelen, waren er 19 negatief.” Over het gekozen thema merkt hij op: ‘Leiden had zich losser en onafhankelijker van Amsterdam moeten opstellen. Leiden had het Rembrandtjaar veel beter kunnen benutten, financieel en publicitair, als ze een eigen plan hadden getrokken. We hebben ons, behalve de Lakenhal, verkocht aan Amsterdam.’ ‘Amsterdam heeft 80% van de gegenereerde publiciteit gekregen en Leiden 20%.”

Tot slot vindt Van der Luit, dat de Leidenaars en Leidse ondernemingen beter bij het festival betrokken hadden moeten worden en dat de gemeente in het vervolg de inwoners moet laten kiezen als het om evenementen gaat. Een volgend themajaar zou bijvoorbeeld kunnen inspelen op de vele Leidse Musea, de molens, de mooie binnenstad of het water. Ook een bijdrage aan de Elcid-week lijkt Van der Luit een goed idee, zeker omdat Leiden meer cohesie tussen de stad en de wetenschap prefereert. Hoewel er volgens Van der Luit geen juiste evaluatie heeft plaatsgevonden, heeft de gemeente in december 2006 een krediet van 120.000 euro beschikbaar gesteld, dat volledig besteed zou moeten worden aan het Rembrandtfestival 2008. Nu blijkt echter dat de gemeente een tekort heeft van 1.192.985 euro.

Leiden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×