Milieueffectrapport eerste fase RijnlandRoute vastgesteld

De varianten van de eerste fase, die de RijnlandRoute goed inpassen in de omgeving, worden in de tweede fase van het onderzoek naar de milieueffecten meegenomen. Het gaat daarbij om drie varianten: het ‘N11-Westtracé’, de ‘Churchill Avenuevariant’ en ‘Zoeken naar Balans’. Gedeputeerde Staten (GS) maken een keuze op basis van uitkomsten van het milieueffectrapport (MER, eerste fase). Hierin wordt het spoortracé niet meegenomen. Gedeputeerde Verkeer en Vervoer, Asje van Dijk: “De tracés die nu over zijn, hebben een goede potentie. Welke de beste is, moet het onderzoek in de tweede fase van de MER uitwijzen.” Het aantal tracés is door deze vaststelling teruggebracht van vier naar drie; het aantal varianten binnen deze tracés is teruggedrongen van negen naar vier.

Voor het N11-Westtracé wordt bekeken of de route zowel in Voorschoten als de Stevenshof, verdiept wordt aangelegd, of via een tunnel onder Voorschoten door en alleen bij de Stevenshof verdiept wordt aangelegd. De Churchill Avenuevariant volgt het huidige tracé en heeft een ondertunnelde en overkapte ligging in stedelijk gebied van Leiden. Door de keuze, die GS gemaakt heeft vallen de ‘Spoortunneltracé’ en de ‘maaiveldvarianten’ af, mede doordat de kosten hiervan te hoog zijn en de risico’s te groot.
Van Dijk. “In overleg met de regio hebben we gekozen voor die varianten die goed in te passen zijn. Zo zijn ook enkele varianten binnen de tracés met een slechte inpassing afgevallen. We vinden een tracé door Leiden op maaiveldniveau of langs Voorschoten en de Stevenshof op maaiveldniveau onacceptabel.”

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Je bent nu offline