Langzaam afpellen en dan ontdekken

Een op een haar na uitverkocht huis; dan doe je iets heel goed. Het ontdek-bands-die-je-nog-niet-kende-festival Peel Slowly and See dóet iets goed, want naast de aantallen bezoekers zegt ook het aantal edities iets: de achtste. Voor de derde keer in de Leidse Schouwburg en het moet gezegd: een betere sfeer is haast niet denkbaar. Maar zeg dat niet tegen de organisatie want die zijn in staat iedereen keer op keer weer te verrassen. Dus waarom niet met de vorm van het festival zelf? ‘Niet per sé groter qua publiek, maar een zaal erbij’ zou een samenvatting kunnen zijn.

Muziekmensen
Peel Slowly and See is het stadium van klein en plaatselijk festivalletje al een poos ontgroeid. Maar gelukkig weet de rest van Nederland dat nog niet, waardoor de druk om maar groter en groter te groeien niet van buiten komt. Het is de kracht van het festival dat het wordt georganiseerd door een kleine, hechte groep die muziek kiezen die zíj interessant vinden om aan ons te laten horen. Dat gevarieerd doen, lukt alleen mensen die ín de muziek leven en voor wie dit niet ‘business‘ is.

Conventies
Deze editie van Peel Slowly and See is één van de meest gevarieerde qua stijlen. Met als opening Bart Wirtz die muziek maakt die bij vlagen doet denken aan jazzrock van bands als Weather Report. Dat is muziek die je eerder laat op de avond verwacht, maar Peel Slowly trekt zich van dergelijke conventies weinig aan en dompelt het publiek meteen onder in de complexere ritmes. De toon was gezet.

Kiezen
Het blokkenschema van het festival is zo opgezet dat de bezoeker eigenlijk het meeste kan zien. Keuzes maken, een kwaal bij het gros van de festivals, is niet echt nodig. Van ieder optreden is minstens de helft te zien als je in beweging bleef. Waarmee niet is gezegd dat alles altijd bereikbaar is. Sommige zaaltjes puilden echt teveel uit om nog iets te zien; te horen ging prima. Geduld is dan een schone zaak, want eigenlijk altijd verkaste het publiek voldoende om iedereen te laten luisteren en kijken.

Glass

In de Grote Zaal bleek Bart Wirtz een niveau te hebben neergezet dat Martin Kohlstedt en Kim Janssen na hem niet overtroffen. “een soort Tubular Bells” karakteriseerde iemand Kohlstedt. Een vleugje Patrick Watson is ook wel te vinden. Ook de vergelijking met de hypnotiserende herhaling van Philip Glass’ minimal music ligt voor de hand, ware het niet dat juist dat hypnotiserende ontbrak. Muziek, als kunstvorm, moet eigenlijk op het eerste gehoor al overeind blijven, boeien. Ook Kim Janssen lukte dat niet helemaal, ondanks de als compliment bedoelde opmerking dat ‘het muziekliefhebbende deel van Leiden’ in de zaal zat.

Ouderen
Inmiddels zijn degenen die als eersten in hun jeugd in contact kwamen met ‘pop- en jongerencultuur’ ruim in de zestig. Voor hen is een popconcert heel normaal tijdverdrijf. Dat zie je terug in de zaal, waar zowel jongeren als ouderen zijn te vinden. Nel(63) en Toos(60) uit Noordwijk zijn er met een groep vrienden en familie. Eigenlijk bij toeval “ik zag de poster hangen bij Velvet en dacht: we moeten weer eens meer uitgaan”. En dus zijn ze er “ook vanwege de schouwburg. Maar ook vanwege de verschillende muziekstijlen. We lopen overal wel even binnen”. Dat er “een neefje meespeelt” is een leuk extraatje.

Seventies
Frappant was het aantal keren dat de jaren zeventig in de muziek leken op te duiken. Invloeden zijn niet uit te bannen, maar soms…. Johanna Glaza: een stem en stijl die sterk aan Kate Bush doen denken (ook omdat ze Leiden omschreef als “city of mermaids”). Het duo Lola, óók in die heel kleine Directiekamer, deed het tegenover Martin Kohlstedt erg goed. Het was er bomvol.
Wie het kleine niet eert…. Dat geldt ook voor Hebe, die, heel terecht, een volle Bonbonnière trokken.

Rockend

Overweldigend was het soms in de foyer en de Bonbonnière. Daar speelden een paar ‘stevige’ bands, waardoor, zeker in de lage foyer, ontsnappen niet mogelijk was. Niet dat dat nodig was. Black Tarantula ging als een speer, met vleugjes Caravan en The Doors?! Geronimo en Venus Tropicaux maakten duidelijk dat op punk gebaseerde muziek nog (lang) niet dood en vergeten is, en dat TomTom Club en Talking Heads niet ver weg zijn. Hard en rockend.

O, Kutjes
Wat O, Kutjes eigenlijk is, bleef onbeantwoord. Leuk is het zeker. Uitdagend, in woord en beeld, ook. Maar of beide dames nu een band vormen, een theatergezelschap of een cabaret is lastig. Eén ding is wel zeker: hun presentatie voegt zeker iets toe aan hun teksten en als publiek ben je je leven niet zeker want meedoen zúl je “tenzij je ischias hebt”.

Top
Achteraf moeten die jaren zeventig er eigenlijk écht als rode lijn zijn geweest. De Duitse DJ Supermarkt sloot het festival af met Too Slow To Disco: op basis van jaren zeventig-bands. Wij hoorden ‘m echter niet meer. Onze laatste band was Altin Gün, die meedingt naar de titel Beste van de Avond. Dit is muziek die stáát: zonder dat je er een woord van verstaat (tenzij je Turks spreekt) stond daar een boeiende band. Volgens Peter Visser – inderdaad, hij schrijft zíjn impressie op als MuziekGezien – was dit “turkse psychedelica uit de jaren zeventig”. Wát je het ook noemt; het was aanstekelijk.

Kruispunt
Peel Slowly And See lijkt zich op een kruispunt te bevinden. Het succes is er. Tegelijk zie je een vaste schare bezoekers ontstaan. Da’s mooi én gevaarlijk. Verbreden, vergroten, verplaatsen: allemaal opties. Misschien is het wel typisch Leids, zoals Marcel van Schooten Sleutelstad ooit zei: “we houden teveel onder de pet”. Bang misschien dat andere toeristen ‘ons’ mooie plekje overstromen en vertrappelen.

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Jan van der Sluis

Schraapt het liefst aan de oppervlakte in de verwachting dat daaronder iets echt leuks is te vinden.

Je bent nu offline