De podcasts van Project Respons laten meeluisteren over meepraten

1

Als beeldspraak uiteindelijk belangrijk (b)lijkt te zijn: “punniken aan de stad”, of frunniken. Maandagavond vond de eerste van drie Facebook-uitzendingen annex podcastopnames plaats van Project Respons, een Leids Mediafondsproject van Marije van den Berg, Andy Clark en Richard den Haring. De ambities zijn niet mis. In het Leidsch Dagblad van zaterdag 9 november staat het zo: “De radiojournalist, podcastmaker en democratieonderzoeker wilden hun ideeën over over burgerparticipatie graag groots aanpakken en (…) er de stad bij betrekken. (…) Bewoners voelen zich niet gehoord, politici klagen erover steeds the usual suspects te zien… Wij willen weten hoe dat beter zou kunnen”. ‘Samen de stad maken’; het is niet niks, zoals de vele pogingen daartoe aantoonden. En als deze eerste uitzending/opname maatgevend is voor de nog volgende twee, dan is het ook nu niet gelukt. Een andere (nieuwe?!) vorm is niet genoeg om de stad aan de praat te krijgen. Dat vereist, zo bewees de avond wel, een andere aanpak.

Bereik
Voor een mediauitzending annex podcastopname maakt het niet zo heel veel uit hoeveel bezoekers er zijn. Dat slechts een handvol mensen zich door het slechte weer naar cafe Re-Spons in Leiden hadden gespoed, is niet echt verrassend, maar wel teleurstellend in het licht van de ambities. Uiteindelijk keken er toch 191 mensen mee. Voor een stadsbreed bereik van de drie keer tien minutengesprekken hangt nu veel af van het succes van de, in totaal zes, podcasts.

Focus
Maar het gaat uiteindelijk over de inhoud. Die viel enigszins tegen. Om te beginnen zaten de usual suspects aan tafel, waardoor nieuwe, sprankelende of spannende ideeën uitbleven. En in tien minuten een onderwerp als “samen stadmaken (sic)” uitdiepen, is te hoog gegrepen waardoor de drie gesprekken voortkabbelden zonder een duidelijke rode lijn. De interessantste opmerkingen zaten verborgen in tussenzinnen en zijpaden. Jammer dat ze niet werden opgepikt.

Speelveld
Samen de stad maken impliceert een gelijk speelveld, gelijke toegang tot kennis en middelen. Stel dat dat al zo zou zijn, dan is de eerstvolgende vraag waarom dat in Leiden (blijkbaar) niet lukt en welke aanpassingen nodig zijn om dat wel voor elkaar te krijgen. De vier gasten gaven daar alle vier een aanzet toe, maar kwamen niet verder dan die aanzet.

Projectenstad
Stadsbouwmeester Hilde Blank bijvoorbeeld merkt onder meer op dat “Leiden een projectenstad (is)”. Zij ziet haar functie als boven al die projecten uitstijgend “visie en grote lijn bewakend”. Dat sluit aan bij wat Christoffel Klap van Ons Doel eerder stelde, dat “kwetsbare huurders niet in beeld zijn bij de marktpartijen”. De eis van 30% sociale huur in projecten is in zijn ogen onvoldoende. Sterker, hij betitelt de huidige plannen, van rijp tot groen, als “niet per sé goede plannen”. In zijn ogen ontbeert het aan “samenlevinkjes” bouwen door bewust een mix van verschillende bevolkingsgroepen na te streven “inclusiviteit is geen stréven. Wij huisvesten (in) een inclusieve samenleving (…) Er is echt een vraag naar dit soort complexen”. Hij legde zelfs een bal voor open doel met de opmerking dat hier voor de politiek een belangrijke taak is weggelegd, in de vorm van bij voorbeeld voorkeurscontracten en -partijen.

Discussie
Ook het Leidsch Dagblad heeft z’n Leids Mediafondsproject, Project L., een “onderzoek naar de groeiende populariteit van Leiden als stad om te wonen”. Discussie is wat Marijn Kramp, voorheen Leidsch Dagblad en één van de journalisten die Project L. schreven, het meest mist(e). Discussies die volgen uit uitgangspunten, en discussies die ook ongemakkelijk kunnen zijn. “We zijn meteen gaan verdichten. Waarom is er niet over bouwen in de polder gesproken? Of zijn voetbalclubs samengevoegd en op de vrijkomende velden een woonwijkje gebouwd? (…) Er lijkt een soort taboe te zijn; weidevogels zijn heilig”. Natuurlijk er waren “stadsgesprekken. Leuk in de kroeg verzamelen”. Wie door de ietwat cynische toon heen prikt, ontdekt steekhoudende waarnemingen, zeker als je ze combineert met de andere sprekers.

Hoe?
Dan hebben we de redenen waarom deze serie sowieso wordt gemaakt. De vraag naar een gedeeld beeld (over de toekomst) van de stad. Dat zijn echter de vragen waarmee is gestart. De antwoorden – hoe dóe je dat dan en kán het wel – bleven onduidelijk. Te veel bleef onbesproken om een stap verder te kunnen zetten. Als Leiden een ‘inclusieve stad’ moet zijn of worden; wat ís dat dan? Leidt de grootste gemene deler, of ‘meeste stemmen gelden, tot zo’n stad? Het zijn de vragen die vooral Blank opwierp, in reactie op de voorstelling van zaken door stedenbouwkundige Stefan Witteman.

Transparantie
Witteman is nauw betrokken geweest bij Nieuw Leyden, de wijk in Leiden waar de eigenaar-bewoners zelf hun huis konden (laten) ontwerpen en (laten) bouwen. Diezelfde soort aanpak is geprobeerd bij de herbestemming van het Energiepark, waar omwonenden te hoop liepen tegen de eerste plannen en uiteindelijk zélf een alternatief plan ontwikkelden. Het Nieuw Leids Bolwerk, zoals het initiatief zich afficheert, is “ontwikkeld sámen met de bewoners”. De suggestie dat andere plannen alleen maar top down en zonder enig onderzoek noch overleg met bewoners worden gelanceerd, schoot Blank duidelijk in het verkeerde keelgat “ins Blaue hinein is sowieso niet meer van deze tijd”. Er wordt wel degelijk onderzoek gedaan en gesproken met belanghebbenden “maar het kan ook zijn dat de opdracht behelst dat het gebied moet veranderen – vanwege een transitie bij voorbeeld – of dat de opdrachtgever andere randvoorwaarden stelt”. Ook hier bleef het belangrijkste punt onderbelicht: Wittemans pleidooi voor transparantie. Daarin kunnen thema’s als ‘voor wie bouw je: de toekomstige bewoner, of de huidige omwonenden?’ of ‘waar bouw je en waarom daar?’.

Stadsbouwmeesterwerkplaats
Leiden heeft al een aantal debatmomenten over vragen als deze. Die zijn er niet voor niets; het debat over ‘hoe maken we de stad’ is zo breed dat het nog lang kan en zal duren. Vooral ook omdat er geen slot aan is. De stad leeft en beweegt. En zolang ze leeft en beweegt is het gesprek nodig. De grootste uitdaging daarin is – en dat heeft Respons goed begrepen – hoe álle bewoners van de stad daar in te betrekken. Ook de vorm die Respons kiest zal daar geen “kleine deuk in een pakje boter slaan”, zoals Van den Berg liet optekenen. Om dat te bewerkstelligen zal een actievere benadering moeten worden gekozen en ook een werkelijk meespreek-perspectief worden geboden. Ook een “open oproep” mee te doen aan een “stadsbouwmeesterwerkplaats” zal daar naar alle waarschijnlijkheid niet veel aan veranderen. Toch zou dat een mooi beginpunt zijn voor een permanent gesprek voor iedereen die is geïnteresseerd in de toekomst van de stad. En dáár zouden de podcastmakers mogelijk wél de niet-usual suspects kunnen vinden.

Delen

1 reactie

  1. Adinda Slingerland-Telkamp

    Is een ‘stadsbouwmeesterwerkplaats’ niet gewoon “oude wijn in nieuwe zakken”? Om me heen hoor ik dat er niet veel vertrouwen is in het idee dat dit iets wezenlijks gaat veranderen in de manier waarop de burgerparticipatie in Leiden plaatsvindt. Voordat we samen de stad kunnen maken, moet m.i. het cynisme, de weerstand en het wantrouwen worden aangepakt. Dat kan door bv. te doen wat je belooft en door transparant te zijn.

Over de auteur

Jan van der Sluis

Schraapt het liefst aan de oppervlakte in de verwachting dat daaronder iets echt leuks is te vinden. Het sociaal en cultureel domein en de thema's (burger)participatie en innovatie boeien hem het meest.

Je bent nu offline