Frits Kirihio's zoon Richard in de Leidse Kagerstraat, waar zijn vader eind jaren vijftig woonde. (Foto: Nico Jouwe)

Papoea’s in Leiden: Frits Kirihio - begaafd en omstreden

Sinds 1958 woont er, vrijwel onafgebroken, een handjevol Papoea’s in Leiden. Inwoners met een bijzonder verhaal, afkomstig uit Nederlands laatste kolonie in de Oost: Nieuw-Guinea.

Nu het Wereldmuseum half februari de poorten heeft geopend voor de grootste Nederlandse Papoea tentoonstelling ooit, is het tijd om in een tweeluik kennis te maken met die Leidse Papoea’s. De allereerste Papoea in Leiden zou ook de meest omstreden van allemaal blijken: Frits Kirihio, Leidenaar tussen 1958 en 1962. De BVD hield hem nauwlettend in de gaten.

“Nooit geweten dat mijn vader hier gewoond heeft” zegt Richard Kirihio in de tuin van het studentencomplex aan de Klikspaanweg. Na bijna dertig jaar is hij weer terug in de stad waar hij zelf ook een paar jaar woonde. Hij is niet naar de Sleutelstad gekomen om over zijn eigen Leidse tijd te praten, maar over die van zijn in 2018 overleden vader Frits, die als student begin jaren zestig van de vorige eeuw onder andere aan de Klikspaanweg 12 woonde.

Eerste Papoea
In 1958 arriveerde de toen 24-jarige Frits Kirihio in Leiden om hier Niet-Westerse Sociologie te studeren. Het is een vakgebied waarvan de beoefenaren veel onderzoek doen naar het volk waar ook de familie Kirihio toe behoort: de Papoea’s. Dat zijn de oorspronkelijke inwoners van Nieuw-Guinea, het land dat als Frits zich in Leiden vestigt, nog steeds een kolonie van Nederland is. Frits is de eerste Papoea die aan een Nederlandse universiteit gaat studeren.

BVD
In de tijd dat zoon Richard Kirihio in Leiden woonde, tussen 1989 en 1993, stond hij er niet bij stil dat ook zijn vader ooit een Leidenaar was. Maar daar is verandering in gekomen nu hij heeft gehoord dat zijn vaders Leidse woonadressen keurig staan opgesomd in een dossier dat de BVD (Binnenlandse Veiligheidsdienst), de voorloper van de AIVD, vanaf 1960 over hem heeft aangelegd en dat enkele jaren beslaat.

Frits Kirihio is een van de tienduizenden Nederlanders die de geheime dienst tussen 1948 en 1998 in de gaten hield, omdat ze mogelijk een gevaar vormden voor de staat, lid waren van als extremistisch te boek staande groepen of verdacht werden van spionage. Sinds eind 2022 zijn de dossiers van deze groep in te zien bij het Nationaal Archief in Den Haag.

Ruzie
Frits Kirihio werd door de geheime dienst gevolgd vanwege zijn opvallende politieke activiteiten en kritische houding tijdens het grootste naoorlogse conflict waarin Nederland eind jaren vijftig verstrikt was geraakt: de Nieuw-Guinea kwestie. Dat was de hoog oplopende ruzie tussen Nederland en Indonesië over het laatste restje tropisch Nederland in de Pacific. Nederland hield lang vast aan Nieuw Guinea maar moest, onder grote internationale druk, op 1 oktober 1962 het veld ruimen.

Van Frits Kirihio zijn geen foto’s in Leiden bekend. Die zijn er wel van zijn bezoek aan zijn geboorteland, na het behalen van zijn kandidaatsexamen in 1960. Op deze foto spreekt hij bij de oprichting van de politieke partij Parna, op 10 augustus van dat jaar in Hollandia. (Foto: Nationaal Archief)

Corps
Frits Kirihio moet, toen hij eind jaren vijftig in Leiden aankwam een opvallende verschijning zijn geweest. In zijn aankomstjaar meldde hij zich direct aan bij het Leidsch Studenten Corps. Zwarte studenten waren er toen in Nederland niet al te veel en bij de corpora al helemaal niet. Oud-rechter en mede corpslid Udo Bentinck, herinnert zich hem nog wel: “Hij was niet te missen in het Leiden van 1958”, zegt hij.

“Ik herinner mij Frits als een altijd vrolijke figuur, maar heb hem niet echt goed gekend”, zegt Eduard Soudijn, net als Kiriho lid van de jaarclub Knock na Colly. Ook jaarclubgenoot Alex Duijverman herinnert hem zich als een opvallende verschijning: “Hij was pico bello bezig met zijn presentatie.” Frits Kirihio was trots op zijn lidmaatschap van het corps, liet hij in meerdere Leidse dagbladen uit die tijd optekenen. Dat hij zich binnen de niet voor iedereen even toegankelijke wereld van het corps, met zijn elitaire gebruiken, goed staande wist te houden, lag niet alleen aan zijn verzorgde uiterlijk en opgewekt voorkomen.

Leidersrol
Begaafd, geniaal, ad rem en dominant. Zo typeerden leraren en dominees Frits Kirihio, die hem bij zijn komst naar Nederland in 1955 hadden begeleid. Dit valt te lezen in een zestien pagina’s tellend geheim rapport dat in 1960 is opgesteld door een medewerker van de BVD. Kirihio maakte deel uit van een groep van vijf jonge Papoea’s die door de Zending in Nieuw-Guinea waren uitgekozen om in Nederland te studeren. De Zending deed dit om de viering van hun honderdjarige aanwezigheid op Nieuw-Guinea luister bij te zetten.

Ook de Nederlandse regering betaalde mee aan de opleidingskosten. De Papoea studenten kregen in Nederland begeleiding vanuit het Zendingshuis in Oegstgeest, maar volgden gezamenlijk een hbs-opleiding bij het Christelijk Lyceum in Zutphen en werden ondergebracht bij christelijke gezinnen in de omgeving. Binnen het groepje Papoea’s nam Kirihio al snel een leidersrol in. Zijn kwaliteiten vielen ook op school op. Hij doorliep de hbs in drie jaar en was in elke klas ‘klassenprimus’. Bij zangkoortjes was Frits de dirigent.

Geen hollands meisje
Naast zijn intellectuele vermogens, belichten de informanten van de BVD ook zijn politieke opvattingen. Hij bleek geen communistische sympathieën en ook geen ‘anti-blanke opvattingen’ te hebben, noteert een rapporteur. Wel waarschuwden een dominee en een leraar dat Kirihio’s leiderskwaliteiten mettertijd kunnen doorslaan in dictatoriaal gedrag, dat zij al enigszins meenden te bespeuren. “Of hij volledig democratisch is, zal een vraag blijven”, zegt de een. De ander ziet in Kirihio ‘een dictator in de dop’. Opmerkelijk is dat in het BVD-dossier geen enkel gesprek met insiders uit het Leidsch Studenten Corps is opgenomen.

‘Het informeren in studentenkring is een gevoelig iets’, staat in het dossier. Daarom heeft de BVD een beroep gedaan op de commissaris van politie in Leiden, die alle medewerking toezegde. Ook een hoge Haagse ambtenaar met een zoon die studeerde in Leiden, zegde medewerking toe om de Papoea student in de gaten te houden. Zo kwam de geheime dienst te weten dat Kirihio’s aanwezigheid in de kringen van het Leidse corps in goede aarde viel. Minder succes had de student met het aanknopen van een relatie met ‘een Hollands meisje’. De ouders van het meisje waren tegen de verhouding en ook het Zendingsbureau in Oegstgeest vond de relatie ‘niet aanbevelenswaardig’. Zij adviseerden de ouders om het meisje naar het buitenland te sturen, hetgeen gebeurde waarna de relatie werd beëindigd.

Eerste politieke partij
Bij Niet-Westerse Sociologie maakte Frits Kirihio goede vorderingen en in 1960 behaalde hij zijn kandidaatsexamen. Voor de Raad voor de Zending in Oegstgeest reden om hem met verlof naar zijn vaderland te sturen. Op de dag van aankomst in Hollandia, de aan zee gelegen hoofdstad van Nieuw-Guinea, arriveerde daar ook Nederlands grootste vliegdekschip de Karel Doorman. Het conflict met Indonesië nam steeds grotere vormen aan omdat Indonesië de politieke druk opvoerde en gewapende infiltranten op de kusten dropte. Daarom groeide ook de Nederlandse militaire aanwezigheid. Nederland zou tussen 1950 en 1962 maar liefst 30.000 soldaten naar Nieuw Guinea sturen.

Ondertussen maakte de Nederlandse regering steeds meer haast met de ontwikkeling van de kolonie. Ook het inschakelen van de bevolking in het bestuur kreeg vorm en gouverneur Platteel, de hoogste bestuurder van de kolonie, bereidde de instelling van een parlement voor. In deze politiek beladen context werd de veelbelovende jonge Papoea uit Leiden met open armen ontvangen door de gouverneur. Aan de vooravond van zijn terugkeer naar Nederland, richtte Frits Kirihio prompt de eerste politieke partij op in het land: de Partai Nasional, kortweg Parna. Het was een vorm van voortvarendheid die Kirihio niet populair maakte bij de Nederlandse bestuurders, zo blijkt uit brieven uit die tijd.

‘Kom binnen Leienaar’
Als Frits Kirihio terugkeert in Leiden, eind 1960, komt er niet veel meer van de studie. Het politieke vuur is ontvlamd. Hij voert veel overleg met Papoea’s in Nederland en houdt nauw contact met zijn partijgenoten van de Parna in Nieuw Guinea. De BVD noteert dat medewerkers van de Indonesische regering Kirihio opzoeken en trachten hem te overtuigen de kant van Indonesië te kiezen. Als Kirihio in de loop van 1961 in Bonn een gesprek voert met diplomatieke vertegenwoordigers van Indonesië, roept Den Haag hem op het matje. Een hoge ambtenaar waarschuwt: niet meer doen!

Kirihio trekt zich daar weinig van aan en reist eind 1961 naar Jakarta, waar president Sukarno joviaal tegen hem zegt: “Kom binnen Leienaar, dit is je land, dit huis is van jou.” De reis is groot nieuws in alle Nederlandse kranten, want de Nieuw Guinea kwestie beheerst de voorpagina’s. Sukarno noemt hem ‘die Leienaar’ en stelt veel vragen over Kirihio’s partij Parna. Dat wekt vertrouwen.

Woede en ongeloof
“Ik heb niks tegen Papoea’s, jullie zijn onze broeders, maar de Nederlanders moeten eruit. Als jullie onafhankelijkheid willen, dan krijgen jullie die van mij en niet van de Nederlanders”, hoort de Leidse student van de Indonesische president, die internationaal steeds meer steun verwerft. Kirihio is om. Hij vreest voor het lot van de Papoea’s bij een gewapend conflict en ziet meer in aansluiting bij Indonesië. Onder veel Papoea’s ontstaat woede en ongeloof. Frits Kirihio wordt door velen een landverrader genoemd.

Als Nederland op 1 oktober 1962 vertrekt uit de kolonie, blijft Kirihio daar wonen en wordt er directeur van een import/export maatschappij. Hij trouwt en krijgt drie zonen, waaronder Richard. Maar de Indonesische beloften komen niet uit. Sukarno wordt na een paar jaar afgezet en de Papoea’s komen onder een zware dictatuur te staan. Kirihio’s kritiek daarop doet hem een tijdje in de gevangenis belanden. Teleurgesteld vertrekt hij in 1973 met zijn gezin naar Nederland, waar de protestantse kerk hem in de gelegenheid stelt zijn studie af te maken aan de VU in Amsterdam en hem vervolgens een baan aanbiedt.

Naar Leiden keert hij nooit meer terug. Zestien jaar later gaat hij terug naar zijn vaderland, dat inmiddels Irian Jaya heet. Zoon Richard kan er niet meer wennen, reist terug naar Nederland en gaat in Leiden wonen. Zijn vader houdt zich tot aan zijn dood in 2018 niet meer actief met politiek bezig. Richard ziet hem tot die tijd nog maar een paar keer.

Boodschap
Aan de Klikspaanweg is Richard Kirihio weemoedig als hij terugdenkt aan zijn vader. Hij leeft op als hij een Vlaamse Gaai hoort en ziet opvliegen uit de tuin van de Klikspaanweg. “Voor Papoea’s zijn bepaalde vogels boodschappers tussen hemel en aarde”, zegt hij glimlachend. Hij ziet er misschien wel een signaal in van zijn vader: “Het betekent dat het goed is, dat ik hier terug ben geweest.”

Podcast deel 1: Nico gaat samen met Frits Kirihio’s zoon Richard op zoek naar de plekken waar zijn vader ooit woonde en studeerde. Ze gaan langs de adressen waar hij woonde en bespreken wat voor vader hij was en hoe zijn leven verliep.

Dit is het eerste artikel in een tweeluik over Papoea’s in Leiden. Luister ook naar de podcast Papoea’s in Leiden. In deel 1 gaan we met Richard Kirihio op zoek naar de Leidse sporen van zijn vader.

Deze serie komt tot stand dankzij een bijdrage van het Leids Mediafonds.

Advertentie

Leiden Maatschappij


Sleutelstad
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

Privacy Policy

×