
Waarom zou iemand een boek willen schrijven over iets dat per definitie nooit ophoudt? Voor filosoof Victor Gijsbers ligt het antwoord in een mengeling van verwondering en intellectuele uitdaging. “Als je naar de sterren kijkt en je afvraagt of het ooit stopt, of juist oneindig doorgaat, dan voel je iets overweldigends”, zegt hij. “In de filosofie kom je dat gevoel overal tegen: in paradoxen, problemen en vragen die maar blijven terugkomen. Ik wilde dat op een rijtje zetten en begrijpen.”
Die fascinatie voor het oneindige is allesbehalve nieuw. Al in de oudheid hield Zeno van Elea zich ermee bezig. Zijn beroemde paradox over Achilles stelt dat beweging onmogelijk is. Want voordat Achilles de finish bereikt, moet hij eerst de helft van de afstand afleggen, en daarna weer de helft van wat overblijft, en zo eindeloos door. Omdat deze reeks geen einde heeft, zou hij volgens Zeno nooit aankomen.
Potentie
Toch weten we dat hardlopers wel degelijk de finish halen. Volgens Aristoteles zit de oplossing in een belangrijk onderscheid: dat tussen een werkelijk en een potentieel oneindige. Een werkelijk oneindige zou betekenen dat er al oneindig veel delen bestaan, terwijl een potentieel oneindige juist wijst op iets dat je eindeloos kunt blijven doen. Een racebaan kun je steeds verder opdelen, maar bestaat niet daadwerkelijk uit oneindig veel stukjes. “Oneindigheid is dus eerder een mogelijkheid dan een concrete werkelijkheid”, aldus Gijsbers.
Die gedachte is verrassend herkenbaar in het dagelijks leven. Neem de afwas, want die is nooit echt ‘af’. Niet omdat er oneindig veel borden zijn, maar omdat elke afwas de volgende mogelijk maakt. “In die zin zit het oneindige al besloten in alledaagse handelingen”, zegt Gijsbers. “En dat kan best frustrerend zijn.”
Ook ons leven zelf wordt door dit idee geraakt. Wat als we oneindig lang zouden leven? Volgens schrijvers als Jorge Luis Borges zou dat verlammend werken. In zijn verhaal De Onsterfelijke verliezen mensen alle motivatie, juist omdat er altijd nog tijd is. Zonder einde verdwijnt de urgentie om keuzes te maken. “Als het leven eindig is, moet je kiezen”, legt Gijsbers uit. “En juist die beperking geeft betekenis aan wat je doet.”
Oneindigheid
In de moderne tijd kreeg oneindigheid een nieuwe dimensie in de wiskunde, onder meer door Georg Cantor, die aantoonde dat er zelfs verschillende soorten oneindigheid bestaan. Maar filosoof Ludwig Wittgenstein waarschuwde: het feit dat wiskundigen met oneindigheid kunnen rekenen, betekent niet dat we het begrip ook buiten die context begrijpen. “In taal en praktijk blijft alles wat we doen uiteindelijk eindig”, zegt Gijsbers.
Ook Immanuel Kant leverde een intrigerende bijdrage. Volgens hem is het universum noch eindig, noch oneindig. Het is een domein waarin we altijd verder kunnen onderzoeken, zonder ooit een definitief geheel te overzien.
Zo blijkt oneindigheid geen simpel concept, maar een bron van voortdurende verwondering. Of het nu gaat om sterren, vriendschap of de afwas: het idee dat iets nooit echt ophoudt, blijft ons uitdagen om verder te denken.
Nancy Glazer in gesprek met Victor Gijsbert.
Sleutelstad
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden
E-mail
redactie@sleutelstad.nl
Telefoon Redactie
071 - 5235907