Tientallen miljoenen tekort voor Leidse sport

Leiden komt tientallen miljoenen tekort voor de renovatie en vervanging van verouderde sportaccomodaties. Voor het wegwerken van dat achterstallig onderhoud aan bestaande accomodaties is zo’n 18 miljoen euro beschikbaar. Dat bleek gisteravond tijdens een presentatie die sportwethouder Frank de Wit gaf aan tientallen sportbestuurders die op uitnodiging van de Leidse Sport Federatie (LSF) met elkaar in discussie gingen over mogelijke oplossingen. Een inventarisatie op basis van een twee jaar geleden aangenomen motie van CDA-raadslid Moniek Van Sandick telt op tot ruim 71 miljoen. Door zaken uit te stellen of te schrappen wil De Wit daar in elk geval 40 miljoen vanaf halen. Maar ook dan resteert er nog een enorm gat in de sportbegroting.

De LSF wil de input van de Leidse sportverenigingen gebruiken voor een ongevraagd advies aan de wethouder. De angst bestaat dat het vaststellen van de steeds uitgestelde sportnota anders over de vakantie wordt heengetild. En dan zou er zomaar nog minder geld beschikbaar kunnen zijn, omdat de gemeenteraad in juni de perspectiefnota vaststelt. De LSF wil daarom nu zaken doen, zodat er bij die behandeling een sportnota ligt met concrete plannen en bedragen waarover de raad zich kan buigen.

De 71 miljoen euro die nodig is om alle knelpunten bij sportaccomodaties op te lossen, heeft niet alleen betrekking op het wegwerken van achterstallig onderhoud. Ook het vervangen van bijvoorbeeld de Vijf Meihal en het Vijf Meibad zijn daarbij meegeteld. Zodat ze in de toekomst voldoen aan de (internationale) normen van de sportbonden. Nu moeten bijvoorbeeld de Leidse waterpoloërs voor hun wedstrijden naar Katwijk of Amsterdam, omdat het Vijf Meibad te klein is. Soortgelijke problemen spelen er bij de turnhal in de Merenwijk die ook te klein is. De 3 Oktoberhal moet eigenlijk ook aangepast worden. Door de beperkte gebruiksmogelijkheden is de bezetting daar veel te laag.

Het hoofddoel dat De Wit heeft geformuleerd voor het nieuwe sportbeleid is ‘meer mensen laten bewegen en sporten’. In Leiden doet zo’n 64% van de inwoners iets aan sport en dat moet 75% worden. Dat is de zogenaamde olympische norm. Daar zit dan wel alles bij, van mensen die zelf fitnessen tot de leden van de hengelsportvereniging. Om die ambitie te realiseren wil De Wit dat er voldoende en betaalbare sportvoorzieningen zijn die ook voldoende over de stad zijn verspreid. Ook moet het onderhoud op orde zijn en wil hij een langjarig onderhoudsplan (15 jaar) voor de sportaccomodaties, zodat Leiden niet opnieuw achterstanden oploopt bij dat onderhoud.

Nadat de wethouder vertrokken was, gingen de sportbestuurders met elkaar in discussie. Vooral over mogelijke oplossingen. Meteen werd duidelijk dat men zich niet wil neerleggen bij het schrappen in de enorme noodzakelijke wensenlijst. Leiden geeft per inwoner al veel minder geld uit aan sport. Ongeveer 35 euro per jaar, waar 55 euro het landelijke gemiddelde is. Niet schrappen dus, maar wel andere keuzes en besparingen waar dat pijnloos kan. Bijvoorbeeld op de energierekeningen, maar ook samenwerking van verenigingen binnen de bestaande sportparken was een populair thema. Zo’n ‘omni-model’ zien veel verenigingen wel zitten.

De komende jaren lijkt er in Leiden een overschot te ontstaan aan voebalvelden. Tennis en hockey zijn juist sporten die nog flink kunnen groeien omdat ze aan populariteit winnen. Een vreemd knelpunt in de sportplannen waaraan De Wit nu werkt is dat juist voor de laatste twee sporten de fysieke groeimogelijkheden er niet zijn. De Wit lijkt zich daar bij neer te leggen en wil het beschikbare geld voor de uitbreiding van de tennis- en hockeyvelden daarom voor andere sporten gebruiken. “We gaan geen geld op de plank laten liggen voor iets dat toch niet kan”.

Leiden Sport


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×