De ziel van Leiden bestaat mogelijk uit water

3

De zoektocht naar wat nu eigenlijk de ziel van Leiden is, duurt voort. Tot het eind van dit jaar zijn er geregeld bijeenkomsten waarin wordt geprobeerd ‘de kern, de ziel van Leiden’ te vatten, in verhalen maar vooral in beelden. Want uiteindelijk moet er een stripboek liggen waarin die ziel wordt beschreven. Afgelopen woensdag concentreerde een groep van ongeveer zestig mensen zich in de Nieuwe Energie op de mogelijkheid dat de ziel ‘innovatie’ is.

Containerbegrip
Dat het niet eenvoudig is om zoiets ogenschijnlijk simpels als ‘de ziel, de kern, de mentaliteit’ van Leiden te vinden, was eigenlijk al duidelijk na de allereerste bijeenkomst. Er zijn meerdere zielen, zoals er meerdere thema’s zijn, meerdere (bevolkings)groepen, meerdere voor- en afkeuren, en meerdere belangen. Met een avond rondom het thema ‘innovatie’ is het er niet eenvoudiger op geworden. In de loop van de afgelopen jaren is die term verwaterd tot een containerbegrip, waaronder van alles en nog wat wordt geschaard want ‘innovatie’ verkoopt (alhoewel ‘duurzaamheid’ snel oprukt).

Achteruit kijken
Volgens de twee inleiders – Cor Smit en Ton van Raan – is Leiden een innovatieve stad. Zij wijzen daarvoor wel naar het verleden. Leiden is dan, als gevolg van de instroom van grote hoeveelheden (vluchtende) vreemdelingen, een dynamische stad. Een stad waarin de mechanisatie van de (textiel)nijverheid snel voet aan de grond krijgt. Een stad ook waar een universiteit is gevestigd met alle spin off van dien. Leiden heeft daardoor een forse hoeveelheid activiteiten waar men trots op kan zijn. Van Raan legt echter zijn vinger op de zere plek: Leiden pronkt niet met die juwelen. Eerder overheerst bescheidenheid. Pas na 2003 verandert dat. Dan is de toonaangevende industrie echter al lang verdwenen en verpieterd, en verpauperden in de jaren zeventig de achtergebleven fabriekspanden. Wat rest, is de universiteit.

Universiteit
De universiteit krijgt dan ook een leidende rol in het uit het slop trekken van de stad. Van Raan schetst een beeld waarin trekken van (weer) een monocultuur zijn te herkennen; na de industriële nu de academische ‘afhankelijkheid’. Het (bio) Science Park – op weg naar een campusvorm -, de toename aan congresfaciliteiten en hotels, de wens meer “winkelmogelijkheden te hebben voor partners van congresgangers” en een Singelpark dat ook in dat perspectief wordt geplaatst, lijken die oriëntatie te bevestigen.

Wat is ‘Leiden’
Eigenlijk roept de avond daarmee ook de vraag op wat ‘Leiden’ is. Is het de stad als geografisch geheel? Als bestuurlijke eenheid? Of zijn het de bewoners? En wie dan: zij die al generaties aan de stad zijn gebonden, of ook de passanten – studenten en werknemers van in Leiden gevestigde bedrijven? Wiens ziel wordt, kortom, gezocht? In de groepjes over ‘sociale innovatie’ wordt een aantal keer gewezen op het minder gesloten zijn van het academisch bolwerk. Bevolkingsgroepen, zo stelt men, mengen meer dan ooit en dat is ‘sociale innovatie’. De vraag of wat we zien gebeuren in en met de openbare ruimte vooral in het belang van een bepaalde (sociale) groep is, blijft onbeantwoord. De zoektocht wordt (nog) niet ingevuld door de stad in z’n volle breedte.

Water bindt
Water is een thema dat Leiden lijkt te verbinden. De stad heeft een royaal aantal watergangen, singels, grachten en slootjes. Ooit zeer functioneel bedoeld – droge voeten, en spoel- of koelwater voor de fabrieken – is dat inmiddels meer decoratief of recreatief. Maar, zoals het Hoogheemraadschap aan de kaak stelde, de klimaatwijziging zal voor een versteende stad als Leiden inspanning eisen van íedereen. Dat zal een sociale innovatie worden; niet langer leunen op een (overheids-)instituut op je probleem op te lossen, maar zelf bewust daarmee om gaan. De geheel betegelde tuin kan iconisch worden voor een foute houding.

Veranderende verhoudingen
Innovatie in de vorm van grotere burgerbetrokkenheid. Dat zal geen sinecure zijn, zo bleek. Dat is niet plompverloren ‘de burger’ mede-verantwoordelijk maken. Andere (bestuurs)verhoudingen zullen moeten kunnen ontstaan. Dat eist andere mentaliteiten. Het eist lange(re) adem en ruimte geven aan groei.

Kat uit de gracht
Een mooi voorbeeld daarvan is Kat uit de Gracht dat is ontstaan uit de vaststelling dat jaarlijks veel katten verdrinken doordat ze niet uit het water konden klimmen. Dat ‘kleine’ probleem is inmiddels de start gebleken van een grotere sociale beweging van mensen die zich betrokken voelen bij hun (water)omgeving. In eerste instantie in een wijk, dan verspreidend over de stad, en ook verspreidend over Nederland. Inmiddels is Kat uit de Gracht een serie initiatieven ‘op, rond en onder waterleven’ en is de initiatiefneemster van beroep ‘adviseur stadsgrachten’.

Delen
Bokkenwandeling

3 reacties

  1. “De geheel betegelde tuin kan iconisch worden voor een foute houding.” Als water de ziel is van #Leiden, zou ik denken: “De groene tuin kan iconisch worden voor de hechte relatie van de Leidenaar met het water in zijn stad.”

  2. Mooi stuk Jan, geeft een goede weergave van (de verbondenheid tussen) alle innovatiethema’s die aan bod kwamen. Interessante discussies ook met als kern; beseffen we / als Leidenaars / wel hoe innovatief Leiden is? Omarmen we het onze geschiedenis/heden/toekomst (lakens, conserven, nobelprijzen, universiteit, waterschap, bioscience, uitvinders, katten uit grachten, …) vol innovatie of staan we er ver van ons bed met de rug naar toe? En wie zijn ‘we’ dan? Hoe denkt Leiden Noord erover? Anders dan De Mors? Of de Kooi? En in de Burgemeesterswijk? Of Roomburg? Nooit te beantwoorden natuurlijk in een avond van twee uur, en daarom gaaf dat SleutelstadFM erbij was; kijken of we de discussie hierover kunnen aanjagen 🙂

Over de auteur

Jan van der Sluis

Schraapt het liefst aan de oppervlakte in de verwachting dat daaronder iets echt leuks is te vinden.

Je bent nu offline