Dertig uur trainen per week voelt niet als opoffering

1

Juliëtte Pijnacker heeft haar ogen gericht op de Olympische Spelen van 2024. In Parijs wil ze er bij zijn en haar beste prestatie neerzetten. Daarvoor is ze bereid veel opzij te zetten, elke dag om kwart over zes op te staan en in Amsterdam te trainen en naar school te gaan. Zelf vindt ze dat geen opoffering. “Ik weet waar ik het voor doe.”

Op haar vijftiende is Juliëtte al een redelijk ervaren turnster die vier dagen in de week twee zware trainingen per dag inpast, op woensdag en zondag heeft ze maar een training en zaterdag is haar vrije dag. Dan kan ze uitslapen, met vriendinnen afspreken en huiswerk inhalen. Want naast turnen is ze ook bezig met 4 vwo. Ze zit in Amsterdam op een LOOT-school en krijgt alle ruimte om haar sport te beoefenen.

Vorig seizoen had ze pech en brak tot twee keer toe een botje in haar voet. Daardoor liep ze een paar wedstrijden mis. Nu ze fysiek helemaal is hersteld en de overstap naar de senioren heeft gemaakt is het tijd nieuwe stappen te zetten. Ze werkt aan nieuwe oefeningen op de verschillende turnonderdelen. “Ik bespreek samen met mijn trainer hoe de nieuwe oefening eruit moet zien. Dan begin ik met elk onderdeel apart te trainen en gaandeweg knopen we ze aan elkaar.

Favoriete onderdeel
De balk is op dit moment haar favoriete onderdeel, maar dat kan zo veranderen vertelt ze lachend. “Ik ben echt een meerkampster. Ik denk voorlopig nog niet aan een specialisatie. Dat zie je ook niet zo vaak in het turnen.”

Afgelopen winter mocht ze twee weken mee op trainingsstage naar Amerika waar haar teamgenote Sanne Veerman een wereldbekerwedstrijd ging turnen. “Ik leer ervan om dat al eens van de zijlijn mee te maken.” Doel voor het komend jaar is zover mogelijk komen in het WK-traject. Juliëtte maakt deel uit van het Nederlandse team, maar is als eerstejaars senior nog wat onervaren. In de aanloop naar het WK vallen er steeds turnsters af totdat uiteindelijk de ploeg overblijft dat echt deel mag nemen aan het WK. Hoe langer Juliëtte in dat traject op de been blijft, hoe meer ervaring ze kan opdoen.

Vanuit haar club Turnz in Amsterdam krijgt Juliëtte begeleiding bij voeding en het voorkomen van blessures. “We hoeven niet onder een bepaald gewicht te blijven, maar gezond eten is natuurlijk wel belangrijk. Turnen is een blessure-gevoelige sport. Ik denk dat de vloeroefening de meeste blessures oplevert.” Ook met het vooroordeel van haat en nijd tussen de turnsters onderling rekent Juliette gedecideerd af. “We hebben het heel gezellig met elkaar.”

Olympische ploeg
Sinds januari is Juliëtte lid van de Leidse Olympische Ploeg, een initiatief van Topsport Leiden om lokale topsporters extra ondersteuning te bieden en ook zichtbaar te maken voor het algemene publiek. Juliëtte wil ook graag naar de Olympische Spelen, maar Tokyo in 2020 komt wellicht te vroeg. Voorlopig is het een kwestie van hard door trainen, niet geblesseerd raken en zoveel mogelijk wedstrijdervaring opdoen. Hopelijk kan dan in 2024 in Parijs de Olympische droom in vervulling gaan.

Juliëtte Pijnacker in gesprek met SPort071-presentator Gerry van Bakel.

 

Delen

1 reactie

Over de auteur

Gerry van Bakel

Presentator Nieuws071/Sport071, redacteur Cultuur071

Je bent nu offline