Eventing, een soort triatlon in de paardensport

Eventing omvat een dressuurproef, een cross buiten met hindernissen en een springparkoers binnen. Een soort triatlon voor de alleskunners onder de ruiters én hun paarden. “Je moet echt een twee-eenheid zijn en op elkaar vertrouwen,” zegt ruiter Elaine Pen. Ze is lid van de Leidse Olympische ploeg, maar de ‘road to Tokyo’ is ook een weg met hindernissen. Het plezier in de sport lijdt er niet onder, laat ze weten in Sport071.

Zonder risico is deze tak van sport zeker niet. Elaine Pen is zelf ook geregeld gevallen en geblesseerd geraakt. Maar steeds overwon de passie voor het paardrijden het van de angst voor blessures. Het paardrijden is haar met de paplepel ingegoten. Haar vader was een meerkamper en haar moeder deed aan dressuur. “Mijn moeder wilde me niet al te jong al laten beginnen aan paardrijden, maar het was natuurlijk niet tegen te houden. Ik ben opgegroeid in een paardenstal. Daarna vonden mijn ouders dat ik alles zelf moest uitproberen voor ik een keuze zou maken. Toen had ik een keer een cross gedaan en dat vond ik het gaafste wat er was. Toen ben ik niet meer gestopt. En bij eventing horen dressuur en springen daar dan gewoon bij.”


Sport071-presentator Gerry van Bakel in gesprek met ruiter Elaine Pen over ‘Eventing’.

De Olympische droom is nog niet vervlogen, maar Pen en haar teamgenoten hebben het niet meer zelf in de hand. “We hebben ons als landenteam nog niet kunnen plaatsen en individueel sta ik ook niet hoog genoeg op de ranglijst. Wie weet als er een aantal landen afvallen, kunnen we alsnog. Ik ga me dus wel voorbereiden in de eerste helft van 2020. Want als die kans er komt, wil je er natuurlijk wel klaar voor zijn.”

Mocht het volgend jaar nog niet lukken dan is Parijs in 2024 ook nog een optie. Ruiters kunnen tot op hoge leeftijd actief blijven in de wedstrijdsport. “Je moet een beetje geluk hebben en je lichaam moet het aankunnen, maar er zijn wel voorbeelden van ruiters die rond hun zestigste nog meededen.”

Een ruiter is zo goed als zijn paard, zou je kunnen zeggen. Juist die wederzijdse afhankelijkheid en de intense samenwerking maakt de paardensport zo mooi voor Pen. “Je paard moet het net zo graag willen als jij. Het kan zijn dat een paard wel wat aansporing nodig kan hebben omdat hij het een beetje spannend vindt, maar ik forceer mijn paarden nooit om iets te doen wat ze niet willen. Je moet altijd aan je paarden denken. Zelf als ik geen zin zou hebben in trainen, moet ik hen toch verzorgen, eten geven en mee uit rijden nemen. Het is geen apparaat of een ding.”

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Gerry van Bakel

Presentator Nieuws071/Sport071, redacteur Cultuur071

Je bent nu offline