Uitgegleden: het gezeul met daklozen

De manager formuleert het treffend, in een vergelijking met het gevangeniswezen: “Je zit daar gedwongen. Het wordt opgelegd. En hier bij De Binnenvest… Je zit hier niet gedwongen. Het is eigenlijk ook niet dat je een andere keuze hebt. Misschien is het wel gedwongen. Misschien is dat ook wel gewoon het hele euvel; dat je in zo’n situatie terecht bent gekomen – mogelijk door factoren, mogelijk door jezelf – en dat je daardoor gedwongen bent hier aan te kloppen.”

Niet veel later vertelt ze dat ze veel vergelijkingen ziet tussen (de gemiddelde) dakloze jongere en gedetineerde jongere: “de problematiek en dat gedrag, dat dat eigenlijk gewoon evenzo is. Dat ik dacht: ‘Dit is iemand die in een institúút gezeten heeft. Dit is een geïnstitutionaliseerde jongere. Want hij kent de foefjes. Gedrag wat daar ontwikkeld is’.”

In deze serie artikelen en podcasts nemen we een kijkje in de wereld van de dak- en thuislozenzorg. De aandacht gaat vooral uit naar de spanning in het systeem; niet om zondebokken of schuldigen te vinden, maar om stil te staan bij de gevolgen van het denken en doen over dak- en thuisloosheid. Vandaar dat in deze artikelen námen niet worden gebruikt bij citaten, maar wel functieaanduidingen. Belangrijk om te weten, is dat het zoeken naar (botsende) belevingswerelden betekent dat béide een werkelijkheid vertegenwoordigen, maar ook dat ‘werkelijkheid’ niet synoniem is met ‘waar’. In deze serie gaat het niet om de vraag ‘wie gelijk heeft’.

Keuzevrijheid opgeven
Het gehannes met daklozen is ons al snel opgevallen. Het kost ook moeite om het níet op te merken: of het nu gaat over het effect van de verschillende aanpakken die op hen worden losgelaten, of het ontmenselijken dat daarvan vaak een gevolg is. De wijze waarop in reglementen en procedures over daklozen wordt gesproken, verraadt veel. Men wordt geacht zich coöperatief op te stellen. Voor alle duidelijkheid: dat betekent ‘doen wat wij zeggen’. Om in aanmerking te komen voor hulp moet je diep in de problemen zitten. ‘Zelfredzaam zijn’ is een soort doodvonnis; om geen hulp te krijgen. En dat hulp vinden is lastig; ervoer de manager. “Je moet de wegen kennen. Het is niet eenvoudig. Ík vind het niet eenvoudig. Ik heb al mijn tijd nodig gehad om goed te begrijpen waar wat voor is, hoe we dat georganiseerd hebben. En hoe het stelsel in de gemeente georganiseerd is voor de inwoners.”

Luisterend naar de mensen in de uitvoerende hulpverlening, vooral de maatschappelijke opvang, groeit het beeld van de evenwichtskunstenaar; degene die zich aan regels en bijvoorbeeld zoiets vaags als ‘algemeen belang’ heeft te houden én rekening moet houden met de cliënt. Dan doe je het heel snel en heel makkelijk ‘niet goed’, volgens de een of volgens de ander. Dat hoorden we dan ook van klanten. Met name huisvesting ligt gevoelig. Hele buurten – vaak de mondigere, ambtelijk beter ingevoerde – die op de achterste benen komen te staan bij het gerucht dat er daklozen in de buurt komen wonen. De verhalen van degenen die in een contingent- of c-woning (zie onderaan: contingentregeling) wonen en de reacties van buren daarop. Dakloosheid bestempelt je met een, ben je geneigd te geloven, onuitwisbaar stigma. De werkers mogen de partijen on speaking terms houden.


Abonneer je op ‘Uitgegleden’ via Apple Podcasts, Spotify, Google Podcasts, Soundcloud of Stitcher en blijf op de hoogte van nieuwe afleveringen.

Laten we een belangrijke stap niet overslaan. Wie dakloos wordt en zich meldt bij de maatschappelijke opvang, geeft keuzevrijheid op. Vaak is de eerste opvang in een collectieve ruimte, een slaapzaal. Daar heb je je buren niet te kiezen noch invloed op hun gedrag. Wie daarna naar een tussenvoorziening kan verhuizen, heeft ook niets te kiezen. De plaats niet, de locatie niet, en de medebewoners niet. Die verhuizingen kunnen zich in de eerste maanden in vrij hoog tempo voordoen. Twee keer in drie maanden je hele – vrij schamele – hebben en houwen verhuizen, is geen uitzondering.

Failliet van decentralisatie
De stap naar een weer zelfstandige plek in de samenleving bestaat niet. In feite is het een reeks van stappen, gericht op rehabilitatie, ‘heropvoeding’ en zelfstandigheid. Voor al die aspecten zijn professionele hulpverleners aan de slag met je. Daar doet zich echter wel iets vreemds voor, want die mensen zijn niet aan de dakloze cliënt gekoppeld maar aan een gebied. Een ietwat bizar fenomeen: een sociaal-maatschappelijk probleem dat wordt georganiseerd op een geografische indeling. Wie verhuist, loopt de kans andere begeleiders te krijgen (aan wie het hele verhaal weer mag worden verteld).

Dan is het een opluchting te horen dat veel algemener dan gedacht binnen De Binnenvest die regel buigzaam en soepel wordt gehanteerd; dat werkers langlopende relaties met cliënten ‘gewoon’ in stand houden. De vraag is wel of daarmee niet ook het failliet van decentralisatie wordt aangetoond. Wie deze tendens over langere tijd naar de toekomst projecteert, ziet het beeld ontstaan van werkers gekoppeld aan cliënten ongeacht hun woonplek.

Niet verwonderlijk dat regionalisering slecht van de grond komt, ook als door het management wordt geconstateerd dat ‘in de bollenstreek over het algemeen wel betere huizen beschikbaar zijn’

Het idee is dat gemeenten moeten zorg dragen voor de opvang van hun ‘eigen’ daklozen. Dat klinkt logisch. Maar logica en menselijk gedrag laten zich slecht mengen; ook op dit punt. Iedereen heeft motieven om ergens te wonen en ergens anders níet te willen wonen. Slechte herinneringen en slechte invloeden zijn bekende drijfveren om weg te trekken. Niet voor niets zuigt Leiden aan uit de regio. Niet eens een heel grote stad is het wel de enige plaats in de regio waar je min of meer anoniem kunt leven, als je het vergelijkt met de omliggende gemeenten.

Geloofwaardigheid
Niet verwonderlijk dat regionalisering slecht van de grond komt, ook als door het management wordt geconstateerd dat ‘in de bollenstreek over het algemeen wel betere huizen beschikbaar zijn’. Maar naar de gemeente waar iedereen elkaar kent, je huisarts mogelijk ook die van je ouders is, waar je verleden je bij iedere stap op straat in de nek springt, waar – voor voormalig dealers – de klanten bij wijze van spreken op je wachten, dat wil niet iedereen. En, eerlijk is eerlijk, de ambtenaren uit één van die randgemeenten vertelden ook dat ‘de moeilijkere gevallen nog steeds naar De Binnenvest gaan. Dat kunnen we hier niet aan”.

We moeten waken niet ook te benoemen dat een zekere mate van berekening en wensdenken meespeelt. De hulpverleners prikken er wel doorheen; de verhalen hoe men het leven weer georganiseerd wil krijgen ‘mits dit en dat’. Dergelijke voorwaarden kunnen een verhaal al snel minder geloofwaardig maken, ware het niet dat ze bijna altijd ook een grote kern van waarheid bevatten. Iemand die niet in het verzorgingsgebied van de ISD Bollenstreek (regionale sociale dienst) wil komen te wonen; iemand die geen vertrouwen (meer) heeft in het Leidse jongerenproject JA; als dakloze wordt je geplaatst en tóch hebben de daklozen goede en valide redenen voor hun standpunt.

Er is ook een grote groep verslaafde, murw geworden (geïnstitutionaliseerde), de taal-niet-machtige en apathischer daklozen

De verdachtmaking laat zich snel opladen. Wij, de samenleving, gunnen mensen die hun hand moeten ophouden, niet veel. De manager benoemde het al veel eerder ‘ik verwachtte dankbaarheid’. Het is een giftige combinatie ‘dankbaarheid verwachten’ – eisen, misschien – en ‘macht hebben over’. Giftig als het in handen is van mensen die verder weg staan van het dagelijks leven met dakloosheid; met beleidsmakers en politici als spreekwoordelijke iconen daarvan. Dat is het gezeul met daklozen.

En dan hebben wij vooral gesproken met jongere, met kansrijkere en met initiatiefrijkere daklozen. Er is ook een grote groep verslaafde, murw geworden (geïnstitutionaliseerde), de taal-niet-machtige en apathischer daklozen. Voor hen zijn – misschien niet eens zichtbaar – de (interne) belangenbehartigers van wezenlijk belang; om te waken dat er in elk geval nog een beetje oog blijft voor de mens en die niet verwordt tot ‘de casus’.

Verantwoording
Deze serie artikelen hoort bij een serie podcasts waarin we, meer dan in de artikelen, de daklozen zélf aan het woord laten. In de artikelen willen we het materiaal aanreiken om die geluiden in perspectief te plaatsen. Het project Uitgegleden is tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Leids Mediafonds. Niet onvermeld mag blijven, is de rol die Hans de Kinderen had om ons links en rechts te introduceren, en de rol van ambtenaren, hulpverleners en bestuurders die ons openhartig te woord stonden. Wil je reageren? Stuur dan een mail naar uitgegleden@sleutelstad.nl.

Voor dit artikel is gesproken met een aantal directe hulpverleners en met ambtenaren: Marien Karmaoi (maatschappelijk werker De Binnenvest), Marieke Josten (jongerenhulpverlener bij Cardea), Bernard van der Meij (maatschappelijk werker bij De Binnenvest), Emmy Klooster (directeur De Binnenvest), Jessica Oly (manager Ambulant, De Binnenvest), Cyriel Thomas (beleidsmedewerker Maatschappelijke Opvang gemeente Noordwijk), Sonja Wolters (procesregisseur Crisis gemeente Noordwijk) en Hans de Kinderen (ervaringsdeskundige De Binnenvest).

Leestip
Voor wie is geïnteresseerd in meer achtergrondinformatie: Voor wie is geïnteresseerd in meer achtergrondinformatie:

Leiden Maatschappij Uitgegleden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

Whatsapp Studio
071 - 5235908

×