Uitgegleden: als men je denkt te kennen

Wie ooit is verhuisd, weet het: de overplanting naar een andere omgeving is stressvol. Ineens zijn oude gewoontes nutteloos en zijn goede buren ineens verre vrienden. Alles moet opnieuw worden opgebouwd. Life events, levensgebeurtenissen, zijn berucht vanwege die invloed. Alsof er een schok door je leven gaat. Bekende levensgebeurtenissen zijn overlijdens, geboortes, werkloosheid, scheidingen en dus ook verhuizing. Het is een, ook onder ambtenaren en hulpverleners, populair concept. In onze gesprekken kwam het zo uitgesproken niet terug, maar de invloed ervan wel.

De gegarandeerd hoog op stressniveau scorende levensgebeurtenissen hebben allemaal te maken met relaties. Als die verstoord raken, is het bal voor de stresshormonen. En al onze dakloze gesprekspartners hadden op een of andere wijze te maken met verstoorde of verbroken relaties. Dat dat stress oplevert, mag duidelijk zijn. Maar het levert ook stress op bij de andere partij(en) in de relatie, met alle gevolgen dien. Niemand komt er onbeschadigd uit tevoorschijn.

In deze serie artikelen en podcasts nemen we een kijkje in de wereld van de dak- en thuislozenzorg. De aandacht gaat vooral uit naar de spanning in het systeem; niet om zondebokken of schuldigen te vinden, maar om stil te staan bij de gevolgen van het denken en doen over dak- en thuisloosheid. Vandaar dat in deze artikelen námen niet worden gebruikt bij citaten, maar wel functieaanduidingen. Belangrijk om te weten, is dat het zoeken naar (botsende) belevingswerelden betekent dat béide een werkelijkheid vertegenwoordigen, maar ook dat ‘werkelijkheid’ niet synoniem is met ‘waar’. In deze serie gaat het niet om de vraag ‘wie gelijk heeft’.

Beeld van een afvoerputje
Het is wel iets om bij stil te staan, want vaak wordt dakloosheid gezien als een probleem voor de dakloze. Het is óók een probleem voor zijn of haar primaire netwerk, het sociaal meest dichtbij staande: een partner, een gezin. Onze gesprekken daarover met hen, geven dat ook aan. Kinderen die nu nog worstelen met verborgen woede, met traumaverwerking bezig zijn. Ex-partners die met lede ogen naar de situatie kijken, uit lijfsbehoud.

Mogelijk herinnert u zich Achmed uit aflevering twee, de Libische vluchteling die met gehandicapte zoon in de daklozenopvang terechtkwam. Zijn relaas is een voorbeeld van wat netwerken kunnen betekenen. Hij vertelde dat hij eerst maanden van kennis naar kennis trok om daar van een paar dagen tot een paar weken in te wonen ‘tot mijn netwerk op was en niemand mij en m’n zoon wilde hebben’. Niet verwonderlijk, want de gedragsproblemen van de zoon leverden ook spanning op voor iedereen. Het is het verhaal van het volkomen uitwonen, het te zwaar belasten van een netwerk. Totdat het er niet meer is, en dakloosheid rest.


Abonneer je op ‘Uitgegleden’ via Apple Podcasts, Spotify, Google Podcasts, Soundcloud of Stitcher en blijf op de hoogte van nieuwe afleveringen.

Dat zijn complexe zaken, zoals ook bleek uit de rest van het verhaal. Naast spanningen bij Achmed, botste hij ook met z’n hulpverleners omdat zij een heel ander uitgangspunt hadden: wij bepalen tot hoe ver we willen weten wat jij ervaart, voelt en meemaakt. En juist de complexe zaken, vertelden de ambtenaren in een randgemeente, gaan nog steeds naar Leiden. Dan krijg je, zoals de manager het omschreef ‘het beeld van het afvoerputje’.

Afstand en betrokkenheid
Netwerken worden vaak gezien als ondersteunend, maar ze kunnen ook bedreigend zijn. Het niet (meer) hebben van een netwerk, is niet altijd vrije keuze. Toch is het ook vaak een reddende stap; zeker voor degenen voor wie het netwerk een zuigende werking heeft die ontsnappen aan een bepaald, ongewenst, bestaan schier onmogelijk maakt. Een dealer huisvesten in de gemeente waar hij ooit dealde – maar uit weg wil komen – is niet bepaald verstandig. Toch gebeurt het.

Het is sowieso de vraag hoe een netwerk te waarderen. Zeker de hulpverleners die met jongeren werken, hebben daar vraagtekens bij gezet. Of het nu gaat om relatieproblemen tussen ouder en kind, of over misbruik. En als dat niet aan de orde was, is het nog de vraag of het netwerk wel wéét dat er sprake is van dakloosheid en ook of de dakloze verwacht vooral (impliciete) verwijten te krijgen en dus niets vraagt.

“We weten best veel van elkaar”, vertelde een van de jongere dakloze over de plek waar ze woont, met direct daar achteraan: “maar echt niet álles, hoor! Niet te veel.” Ook dat typeert netwerken: afstand en betrokkenheid, niet te dichtbij en niet te afstandelijk. Dat is de beste plek om iets te hebben waar op kunt terugvallen. Maar het kan ook zorgen ‘dat je blijft draaien in dezelfde kring’.

Er bestaat een wij-zij-gedachte. Het bureau en de uitvoering

Het is het lastigste onderdeel om de vinger achter te krijgen: de discrepantie tussen beleid en realiteit. Onwil is het niet. De manager: “Er bestaat een wij-zij-gedachte. Het bureau en de uitvoering.” Het is jammer genoeg nooit in een mooi citaat teruggekomen, maar de gedachte dat het onwetendheid is die de discrepantie veroorzaakt is te eenvoudig gedacht. Het is het hele systeem dat dat doet. Een systeem waarin iedereen gevangen lijkt te zitten, maar waaraan wel degelijk wordt gemorreld, zoals door deze hulpverlener: “Ik volg de klant en zijn leven en ideeën. Ik zorg voor dagbesteding en probeer schuldeisers af te houden door zaken geregeld te krijgen.”

Omgaan met instituties
Het toont het belang van netwerken aan. Niet alleen voor de daklozen, maar zeker ook voor de werkers in de hulpverlenende ring om hen heen. Ook zij hebben de steun nodig van netwerken. Het is het informele contact, de intervisie-gesprekken, het vinden van geestverwanten om mee te sparren. Een van de jongerenhulpverleners vroeg zich af ‘wat de toename aan dakloze jongeren betékent? Waar wijst dat op?’. Dat onderzoeken lijkt haar vanzelfsprekend.

En: “Er is heel veel kennis in de regio. Nu nog samenwerking.” Zij was het ook die ons wees op het belang van die netwerken: “Hij wilde niet naar Lisse vanwege de ISD. Na heen en weer bellen, kwam hij elders terecht. Maar dan ligt er alweer een nieuwe: hij krijgt begeleiding vanuit De Binnenvest en GGZ-begeleiding.” Die zijn ieder gebaseerd op een eigen, losstaande indicatie. Na haar interventie werd dat er één, met name omdat er toen werd afgestemd.

Ik heb toen veel geleerd over hoe het is en gaat in zo’n opvang

Zonder netwerk is (het streven naar) zelfredzaamheid een nietszeggende term. De samenleving is alleen geen samenleving meer die dat mogelijk maakt. Overal en altijd is hulp nodig, zeker als het gaat over het omgaan met instituties. Het is de worsteling van een directeur: “Gemeenten zien het soms niet, zien de noodzaak niet. Er is er wel welwillendheid en creativiteit, maar zijn er ook wettelijke kaders, en gemeenten denken ook niet allemaal hetzelfde.”

Met de decentralisatie van de maatschappelijke opvang naar afzonderlijke gemeenten, is de vraag of daar voldoende kennis en inzicht is in het werk meer dan actueel. Waar van de daklozen steun wordt verwacht van het netwerk, geldt dat net zo goed voor andere kant, de hulpverlenende ring. Een ambtenaar zette een daarvoor belangrijke stap door te gaan kijken bij De Binnenvest: “Ik heb toen veel geleerd over hoe het is en gaat in zo’n opvang.” Bij getallen en woorden kwamen gezichten.

Surrogaat-sociaalnetwerk
Netwerken opbouwen en onderhouden, is geen technisch trucje. We hoorden de daklozen geregeld ‘klagen’ over het wéér moeten vertellen van hun verhaal aan een nieuwe hulpverlener of instantie. De kracht van netwerken zit ‘m in opgebouwd vertrouwen. Dat bepaalt hoeveel steun je kunt verwachten en krijgen. Andersom: het afbreken van netwerken gaat razendsnel.

Dat pleit ervoor om instellingen als De Binnenvest, als surrogaat-sociaalnetwerk, niet te snel af te vallen. Of, in de woorden van de straatpastor, ‘Leiden doet het goed in vergelijking met Den Haag en Amsterdam’. De geschiedenis van De Binnenvest is een kracht én een zwakte, juist door de waarde van de netwerken. Want mensen en organisaties kennen, betekent dat die ook jou kennen, en daar een beeld bij hebben. Neutraal beoordeeld worden, is dan erg moeilijk.

Verantwoording
Deze serie artikelen hoort bij een serie podcasts waarin we, meer dan in de artikelen, de daklozen zélf aan het woord laten. In de artikelen willen we het materiaal aanreiken om die geluiden in perspectief te plaatsen. Het project Uitgegleden is tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Leids Mediafonds. Niet onvermeld mag blijven, is de rol die Hans de Kinderen had om ons links en rechts te introduceren, en de rol van ambtenaren, hulpverleners en bestuurders die ons openhartig te woord stonden. Wil je reageren? Stuur dan een mail naar uitgegleden@sleutelstad.nl.

Voor dit artikel is gesproken met een aantal directe hulpverleners en met ambtenaren: Marien Karmaoi (maatschappelijk werker De Binnenvest), Femke Post (Straatpastor), Marieke Josten (jongerenhulpverlener bij Cardea), Bernard van der Meij (maatschappelijk werker bij De Binnenvest), Emmy Klooster (directeur De Binnenvest), Jessica Oly (manager Ambulant, De Binnenvest) en Jojanneke Kraan (landelijk actieprogramma Dak- en thuisloze jongeren).

Leestip
Voor wie is geïnteresseerd in meer achtergrondinformatie: Voor wie is geïnteresseerd in meer achtergrondinformatie:

Leiden Maatschappij Uitgegleden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×