Een stuk van de papyrusrol uit het graf van handelaar Qenna. (Beeld: Rijksmuseum Oudheden Leiden).

Monnikenwerk: unieke meterslange papyrusrol gerestaureerd in Leids museum

Voor het eerst sinds de aankoop in 1835 is in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden een papyrusrol van maar liefst zeventien meter lang te zien. Zo’n zogenoemd ‘dodenboek’ werd in het oude Egypte meegegeven met doden zodat ze goed voorbereid waren op het leven in het hiernamaals.

Het museum heeft veel dodenboeken in de collectie, maar deze is erg bijzonder door zijn lengte en de kwaliteit van de schilderingen die erop staan. Het museum restaureerde de papyrus zelf en die is sinds woensdag te zien in de expositie ‘De papyrus van Qenna: magische spreuken voor het hiernamaals’.

Drie jaar heeft het museum erover gedaan om de restauratie van de 17 meter lange rol af te ronden. Het zorgt ervoor dat het kleurrijke manuscript nu voor het eerst als één doorlopend geheel te zien is.

“Het lastige was dat papyrus natuurlijk heel fragiel is”, legt restaurator Eliza Jacobi uit aan mediapartner Omroep West. “Bovendien is de manier waarop deze papyrus werd bewaard niet ideaal geweest. Daardoor zijn er hier en daar beschadigingen opgetreden. Dat hebben we kunnen herstellen en nu kunnen we voor het eerst de hele zeventien meter op een mooie manier laten zien.”

Het resultaat van het monnikenwerk mag er zijn. Met behulp van knap gemaakte animaties die delen van de papyrus uitleggen, ontdekt de bezoeker hoezeer de oude Egyptenaren geloofden in een leven na de dood tussen de goden.

Spreuken
Qenna was een Egyptische handelaar die 1300 jaar voor het begin van onze jaartelling werd begraven in de buurt van het tegenwoordige Luxor. Net als al zijn tijdgenoten geloofde Qenna dat hij na zijn dood het eeuwige leven zou hebben bij de goden. Je moest er dan wel voor zorgen dat je lichaam gemummificeerd werd en dat er een dodenboek meeging in het graf. Dat boek zorgde ervoor dat je alle beproevingen in het dodenrijk zou doorstaan.

Het dodenboek leest van rechts naar links en telt in totaal 38 vellen. “Op deze papyrus staan magische spreuken die geschreven zijn in het hiëroglyfenschrift”, legt conservator Daniel Soliman uit. “En die spreuken zorgen ervoor dat de eigenaar van de papyrus na de dood verandert in een magisch wezen dat tussen de goden voor eeuwig zal blijven leven.” Het dodenboek is er niet alleen voor de overledene zelf, maar ook een beetje voor de nabestaanden.

“Dankzij de spreuken kan Qenna overdag in de wereld van de levenden terecht komen. Maar ’s nachts zit hij weer tussen goden en kan daar dan de gunst vragen voor zijn nabestaanden. Dus het maken van zo’n dodenboek was ook wel handig voor de familie.”

Iets universeel
De oude Egyptenaren hadden dus hele specifieke ideeën over het leven na de dood. Maar toch zijn er ook overeenkomsten met onze tijd. “Net als wij hielden ze zich ook bezig met de dood, met de voorbereiding erop”, zegt Soliman. “En ze waren bezig met het contact tussen de nabestaande en de overledene. Dat is denk ik iets universeels wat ons mens maakt. Dat zie je bij de oude Egyptenaren dus ook.”

Advertentie

Leiden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×