De Nederlandse tulpenteelt staat voor een grote uitdaging: hoe kunnen telers minder afhankelijk worden van chemische bestrijdingsmiddelen? Onderzoekers richten hun aandacht daarom steeds vaker op het bodemleven. Volgens onderzoeker Arjen Speksnijder van Naturalis ligt daar mogelijk de sleutel voor een duurzamere toekomst van de sector.
“De bodem is daarbij de grote onbekende”, zegt hij. “We maken nog veel te weinig gebruik van de positieve aspecten die in de bodem zitten.” Op dit moment gebruikt de tulpenteelt veel chemische middelen om ziektes en schimmels te bestrijden. Vooral de fusariumschimmel vormt een groot probleem voor telers. Toch is de aanwezigheid van die schimmel niet automatisch een ramp. “Het is niet gezegd dat als de fusariumschimmel in de bodem zit, de tulp automatisch ziek wordt”, legt Speksnijder uit. “Dat is juist interessant: wanneer gebeurt het wel en wanneer niet?”
Bodemleven
Volgens Speksnijder speelt de omgeving van de schimmel daarbij een belangrijke rol. Bacteriën en andere schimmels in de bodem kunnen invloed hebben op het moment waarop fusarium schadelijk wordt. Daarom onderzoekt zijn team niet alleen de ziekteverwekkers zelf, maar juist ook het complete bodemleven. Om dat beter te begrijpen, werden veldproeven uitgevoerd met zogenoemde biostimulanten: mengsels van nuttige bacteriën, schimmels en plantextracten die schadelijke organismen kunnen onderdrukken. De extreme regenval van afgelopen jaar maakte het onderzoek echter lastig. “Onze veldexperimenten zijn helemaal overspoeld geraakt”, vertelt Speksnijder. “Dus daar hebben we niet veel uit kunnen halen.”
Toch leverde het onderzoek belangrijke inzichten op. Vooral de vergelijking tussen reguliere en biologische tulpenteelt bleek veelzeggend. “Bij biologische telers zien we dat de bodemsamenstelling totaal anders is”, zegt Speksnijder. “Daar zien we soorten bacteriën en schimmels die veel meer interactie zoeken met planten.”
Ook het gebruik van ontsmettingsmiddelen staat volgens hem ter discussie. Die middelen worden gebruikt om bloembollen voor het planten te desinfecteren, maar brengen chemische stoffen in de bodem. “Het liefst wil je dat ook niet, want dat breng je ook in de bodem”, zegt hij. Onderzoek van onder meer de Hogeschool Leiden en Universiteit Leiden laat zien dat bestrijdingsmiddelen schadelijk zijn voor biodiversiteit in bodem en water.
DNA-sequencing
Een belangrijk hulpmiddel in het onderzoek is DNA-sequencing. Daarmee kunnen wetenschappers miljoenen DNA-profielen van bacteriën en schimmels analyseren. “Pas de laatste twintig jaar heeft die sequencing technologie een enorme sprong gemaakt”, vertelt Speksnijder. “Daardoor kunnen we nu veel beter in kaart brengen wat zich in de bodem bevindt. Veel DNA dat we in de bodem vinden is onbekend, omdat veel bacteriën en schimmels niet in een laboratorium kunnen worden gekweekt. Maar met nieuwe technieken komen we steeds meer te weten.”
Zijn uiteindelijke droom is helder: telers in de toekomst adviseren hoe zij hun bodem gezond kunnen houden zonder chemische gewasbescherming. “Dan creëer je de juiste omstandigheden voor goede bacteriën en schimmels”, zegt Speksnijder. “En hoef je uiteindelijk geen gewasbeschermingsmiddelen meer te gebruiken.”
Sleutelstad
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden
E-mail
redactie@sleutelstad.nl
Telefoon Redactie
071 - 5235907