Snouck Hurgronje: Het monsterverbond (aflevering 6)

1

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) is de bekendste Leidse Islamgeleerde. Minder bekend is dat juist hij de methode bedacht waarmee rond 1900 de koloniale oorlog in Atjeh zowat gewonnen werd. Dit was de bloedigste oorlog uit de Nederlandse geschiedenis. Schrijfster en onderzoekster Vilan van de Loo duikt diep de archieven in en publiceert op Sleutelstad.nl twaalf weken achter elkaar een column.

Chris de Waard in gesprek met onderzoekster Vilan van de Loo over ‘het monsterverbond’ tussen Snouck Hurgronje en Van Heutsz.

Wie aan koningin Wilhelmina denkt, ziet een gedrongen vorstin op leeftijd voor zich. Zo zijn de meeste standbeelden. Maar in 1898, het jaar waarin zij ingehuldigd werd, was Wilhelmina een jonge vrouw van achttien jaar. Ze had steun aan koningin-moeder Emma. Beide vrouwen waren pro-militair en wilden de oorlog in Atjeh winnen.

Uiterst links: Snouck Hurgronje, zittend achter tafel Van Heutsz. Pedir expeditie, 1898. (Foto uit Paul van ’t Veer: De Atjeh-oorlog).

Een belangrijk jaar
Kon het toeval zijn, dat juist in dat jaar Van Heutsz werd benoemd tot civiel en militair gouverneur van Atjeh, met de opdracht het gebied onder Nederlands gezag te brengen? Op zijn manier, met aan zijn zijde de adviserende Christiaan Snouck Hurgronje. Juist in dat jaar tekenen meer en meer inheemse vorsten en sultans de zogeheten ‘Korte verklaring’, een document van drie bepalingen, waarin ze verklaren zich over te geven aan het Nederlandse gezag.

Het monsterverbond tussen de wetenschapper en de militair wierp zijn vruchten af voor het koloniaal gezag. De onderlinge verhouding lijkt nauwelijks iets te wensen over te laten. Ze zijn het eens: eerst militair geweld, daarna een vorm van zelfbestuur laten ontstaan onder Nederlandse leiding – bij voorkeur uitgeoefend door een ervaren militair.

Snouck vergezelt Van Heutsz op zijn expedities door Atjeh. Dat woord doet tegenwoordig padvinderachtig aan. Een expeditie in de tijd van de Atjeh-oorlog was feitelijk een offensief, een aanval, een oorlogsexpeditie. Zo’n expeditie verliep vrijwel altijd op dezelfde manier. Eerst dat militair geweld, vaak een bombardement. Gevolg: ontreddering, schade, chaos.

Militair gezien een strategisch goed moment om het gebied in te trekken. Dat deden grote colonnes. Belangrijke steden en dorpen werden bezet en een streng militair bestuur neemt de leiding. De bevolking ontvangt beloften van hulp en bijstand, in ruil voor medewerking natuurlijk. Wie zich nog verzet, kan rekenen op strenge maatregelen: met ‘chirurgisch geweld’ wordt wie tegenwerkt uit de samenleving gehaald. Het KNIL had het technologisch overwicht, en dankzij Snouck Hurgronje ook de kennis over land, locatie en bevolking.

Intussen leefde Toekoe Oemar nog steeds, de verrader die misschien toch de grote winnaar van de Atjeh-oorlog kan worden.

Ontdek hier de mythe over Christiaan Snouck Hurgronje. (Video: Kleef & Koop).

In Nederland staan de kranten vol over deze oorlog. Het is de eerste media-oorlog van Nederland, simpelweg omdat we nooit eerder veel kranten hadden die overal te koop zijn. Daardoor ontstaan nieuwe gedachten in Nederland: een echte man is dapper, hij trekt ten strijde, verdient een Militaire Willems Orde voor moed beleid en trouw. In het familietijdschrift Eigen Haard verschijnen vaak korte aangrijpende stukjes over alweer een gesneuvelde officier, met daarbij een portret van een knappe man afgedrukt. Zo kwam een verre oorlog dichtbij, zo leerde Nederland meeleven.

Wanneer Snouck Hurgronje en Van Heutsz niet in elkaars gezelschap zijn, schrijven ze brieven, overvol details, vragen, opmerkingen en roddels. Brieven vol vertrouwen, lijkt het. We weten niet of en wat beiden voor elkaar achterhouden.

Hoe openhartig is Van Heutsz werkelijk, als de wetenschapper brief na brief met aanwijzingen en nota’s en commentaar op de militair levert? Van Heutsz nam van de adviezen wat hij zinvol achtte, de rest liet hij voor wat het was. En laat Snouck Hurgonje echt het achterste van zijn tong zien, wanneer hij ziet dat zijn greep op de militair verzwakt? Mede dankzij hem is Van Heutsz op die machtige positie gekomen. Misschien heeft Snouck nog een andere kandidaat, die beter naar hem luistert.

Waar Snouck Hurgonje zeker niet over schrijft, niet aan Van Heutsz en aan niemand anders, is zijn tweede Islamitische huwelijk, ook in 1898. De Leidse wetenschapper P. Sj. van Koningsveld – hij kwam al eerder voorbij – ontmoette Joesoef, de zoon van Snouck en van  Siti Sadijah. Er waren meerdere kinderen. Snoucks eerste echtgenote was, zoals gezegd, in het kraambed gestorven.

Door met  Siti te trouwen, komt Snouck in een belangrijk Islamitisch netwerk in Bandoeng en verre omstreken terecht. In de elite, waar gesproken en beslist wordt over binnenlandse aangelegenheden, over besturen en regeren, over het Nederlandse gezag dat meedogenloos optreedt. En tot al deze informatie heeft hij toegang. Nieuwe kennis, nieuwe wetenschap, hij zou er zoveel meer mee kunnen doen, als Van Heutsz maar precies wilde doen wat hij zei.

Maar Van Heutsz had helemaal geen zin om een wetenschapper te gehoorzamen.

Volgende week: Minder macht, meer invloed.

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

 

Delen

1 reactie

Over de auteur

Chris de Waard

Hoofdredacteur en oprichter van deze site en de radiozender Sleutelstad 93.7 FM. Volgt met name de gemeentepolitiek in Leiden en de regio.

Je bent nu offline