De bijzondere eigen kracht van Schuldhulpmaatje

In feite zijn het ‘gewoon’ professionals: goed opgeleid, met vakkennis, cursussen volgend en intervisie krijgend en gevend. Na een gesprek van anderhalf uur is duidelijk dat één groot onderscheid is dat ze geen last hebben van agenda-dictatuur en toch anders mogen en kunnen denken. In het domein van de schuldhulpverleners werken de Schuldhulpmaatjes. In het gebied Leiden, Leiderdorp, Voorschoten en Oegstgeest werken er 110, die dagelijks gemiddeld 220 hulpvragers bij staan. Alleen die aantallen al geven aan dat ze voorzien in een grote bestaande behoefte.

Complex
De wereld van schulden en schuldhulpverlening is zacht gezegd een complexe. Niet alleen komen schulden haast nooit zomaar uit de lucht vallen, maar gaan ze vaak gepaard met andere problemen. En wie hulp zoekt, moet zich een weg banen door een woud aan begrippen als minnelijke schikking, WSNP, budgetbeheer en bewindvoering, en organisaties als Stadsbank, Werk & Inkomen (‘de sociale dienst’), bewindvoerders en andere hulpverleners. De mogelijk laagdrempeligste is Schuldhulpmaatje: aanmelding via een website en een loket, een inloopmogelijkheid, in de buurtcentrum Morschwijk.

Brokkelig
De mooiste omschrijving die Johan de Gier (hoofdcoördinator) gebruikt om het werk van de schuldhulpmaatjes te omschrijven is “van een brokkelige situatie iets smeden”. Brokkelig verwijst naar de vaak meervoudige problemen van cliënten waarin het maatje ordening moet zien te vinden of aan te brengen. Waar ‘schuldhulp’ makkelijk wordt verbonden aan ‘cijfers’ en ‘budgettering’ blijken maatjes vooral ook empathisch te moeten zijn, goed kunnen waarnemen, mensen in waarde laten én het doel – schulden kwijt raken of voorkomen – voor ogen houden “de koers vasthouden”.

Flexibel
Het verschijnsel is eigenlijk wel bekend: mensen die beroepsmatig betrokken zijn, hebben vaak te maken met kaders. Die variëren van de agenda, die bepaalt dat de volgende afspraak wacht, tot protocollen en regelgeving, die maken dat creativiteit, afwijken, wordt gesmoord. Overigens is de andere kant van die medaille dat de beroepsmatig actieven vanwege hun positie andere, wettelijke mogelijkheden tot hun beschikking hebben die de maatjes ontberen. Waar maatjes vooral coachen en begeleiden, kunnen Stadsbankmedewerkers bij voorbeeld námens de klant onderhandelen met schuldeisers.

Ontwijkend
Dat klinkt tot op zekere hoogte logisch, want De Gier vertelt ook dat er een forse groep mensen is die heel bewust die beroepsmatige hulp ontwijkt. Niet omdat die hulp niet goed zou zijn “de Stadsbank doet goed werk”, maar andere, meer onverwachte redenen “men wil bij voorbeeld geen dossiervorming, niet de regie over het eigen (financiële) leven uit handen geven”. Maar ook mensen die zich om een of andere redenen niet hielden aan afspraken met de Stadsbank en daardoor daar uit de hulpverlening vallen. “En niet te vergeten: de mensen die financieel onzeker zijn en die wij coachen”.

Netwerken
Waar de schuldhulpmaatjes als aanvullend worden gezien, blijken ze ook toegang te hebben tot een groep die niet of slecht zichtbaar is voor de instituties, stomweg omdat ze die mijden. Het is dan ook niet vreemd te horen van De Gier dat Schulphulpmaatje over een breed netwerk beschikt, variërend van artsen, GGD en GGZ tot sociale wijkteams, gemeente, Stadsbank. Omdat de maatjes naast de cliënt staan en niets óver nemen, is het wel aan de cliënt om zelf actie te ondernemen. “Soms is het onbegrijpelijk voor mensen. Dan sturen ze formulieren in voor een uitkering, maar vergeten er één, of denken dat er geen hoeft te worden ingestuurd als er die maand geen inkomsten waren. Dan wordt de uitkering gestopt en de cliënt snapt er niets van. Wij kunnen dan met ons netwerk iets betekenen”.

Samenwerking
Het is een bijzonder beeld. Dat van formele instituten die zijn gebonden aan protocollen en wet- en regelgeving en een flexibeler organisatie die op zijn beurt weer geen toegang heeft tot wettelijke middelen. Het is overduidelijk een situatie waarin beide in feite op gelijk niveau zouden moeten kunnen en willen werken, waarbij De Gier wel opmerkt dat het zo is dat “het typisch vrijwilligerswerk is, die aanpak”. Misschien dat de nadruk minder zou moeten liggen op betaald-niet betaald en veel meer op de specifieke voor- (en na-)delen van elkaars positie.

Serieus
Want de maatjes zijn deskundig. Het is geen sinecure schuldhulpmaatje te worden. Er gaan sollicitatie-/beoordelingsgesprekken aan vooraf en een driedaagse NEN-gecertificeerde, onafhankelijke cursus. Daarna volgen oriëntatie, cursussen, permanente (on line) scholing. Dit vrijwilligerswerk is niet van de categorie ‘doe ik er even bij’. “Zo’n vijftig procent van de mensen die zich aanmelden, valt af. Omdat het bij nader inzien toch te zwaar is, toch teveel tijd kost”of omdat de organisatie iemand te licht bevindt. Ook dat gebeurt geregeld. Het valt op dat De Gier een beeld schetst van goed opgeleide mensen die maatje worden: maatschappelijk werkers, psychologen, wetenschappers (“een hoogleraar bij voorbeeld”), ICTers, onderwijzers, mensen met ervaring in internationale projecten. Ook daarin wijkt de organisatie af van de beroeps: de grotere verscheidenheid aan achtergrondkennis van de medewerkers “we hebben bij voorbeeld ook een aantal fiscaal deskundigen die kunnen worden geraadpleegd”. Wat de meesten kenmerkt, denkt hij, is dat iets willen terug doen voor de maatschappij, voor anderen: “bijzondere mensen”.

Huisbezoek
Grenzen heeft Schuldhulpmaatje ook. Verslaafden zijn een té moeilijke categorie “als we dat tegenkomen, verwijzen we de cliënt door en in zo’n vijftig procent van de gevallen heeft dat positieve gevolgen”. Ook moet iemand minimaal een inkomen hebben, hetzij uit een uitkering of uit loon. En dak- en thuislozen en mensen met acute psychiatrische problemen zijn te belastend voor de maatjes “daarvoor bestaan al andere (zorg)structuren”. Omdat de maatjes bij mensen thuis komen – iets wat niet alle schuldhulpverleners vanzelfsprekend doen – zíen ze ook meer. Dat verklaart mede de houding dat Schuldhulpmaatje ook graag interdisciplinair werkt “niemand lost een probleem alleen op” of is vanwege zijn positie de enig aangewezene. Het is de cliënt die dat feitelijk bepaalt.

Stereotype
Het valt te voorspellen dat mensen met (te) weinig geld schulden (moeten) maken. Schuldhulpmaatje werkt echter niet alleen voor hen “er zijn ook mensen die luxe leven, maar niet willen of kunnen erkennen – door sociale druk bij voorbeeld – dat ze klem zitten”. De Gier benoemt dat als “een leereffect”. Schuldhulpmaatje “adviseert, neemt niet over. Wij kunnen er wel bij zijn als met schuldeisers wordt gesproken”maar in tegenstelling tot bij voorbeeld weer de Stadsbank nemen de maatjes het probleem niet over. “We zitten dan ook vaak in een voortraject naar de Stadsbank en in het na-traject”, want iemand uit de schulden halen en dan los laten, is geen garantie voor herhaling. “Dat geldt ook voor mensen met kortlopende arbeidscontracten. Die zien we herhaald terug”.

Beleid
Eigenlijk is het vreemd dat in het Beleidsplan schuldhulpverlening Leiden 2017‐2020: Preventief, laagdrempelig, maatwerk en integraal het woord schuldhulpmaatje slechts vijf keer voorkomt.

Delen

Laat een reactie achter

Over de auteur

Jan van der Sluis

Schraapt het liefst aan de oppervlakte in de verwachting dat daaronder iets echt leuks is te vinden. Het sociaal en cultureel domein en de thema's (burger)participatie en innovatie boeien hem het meest.

Je bent nu offline