Dromen over de stad tijdens stadsdebat PS Theater

0

Het had langer moeten duren. Jammer genoeg is er maar twee uur gedroomd over de stad; en ook stevig geregisseerd. PS|Theater uit Leiden had zichzelf de uitdaging gesteld met de stad te dromen over (de toekomst van) de stad. In de Breezaal van de Leidse Stadsgehoorzaal waren op Valentijnsavond zo’n vijftig mensen die dat aansprak. Maar toen het dromen op stoom kwam, was het alweer afgelopen.

Chris de Waard sprak na afloop van het debat achtereenvolgens met burgemeester Lenferink, schrijfster renée van Marissing en theatermaakster Rian Evers.

Keuzes
“Stel: we bouwen nu de stad van de toekomst. Wat voor stad zou dat zijn? De stad in debat over hoe het anders kan. Dit keer zijn niet de politici maar Leidenaren aan het woord.” Woordelijk de aankondiging van De Gedroomde Stad, met impliciet de belofte dat ‘wij’ het over ‘onze gewenste stad’ zouden gaan hebben. Dat gebeurde niet. PS|Theater koos voor de vorm waarin vooraf een drietal thema’s is bepaald en waarin drie vooraf geformuleerde stellingen kunnen worden bediscussieerd.

Regie
Vijftig mensen in een zaal zetten met de opdracht ‘brainstorm eens over de stad’ zal snel ontaarden in een kakofonie. Dat PS|Theater dus een vorm nodig had om het debat in goede banen te leiden, is niet verwonderlijk. Pepijn Smit (artistiek directeur PS|Theater) legde achteraf uit dat de thema’s zijn gebaseerd op de jarenlange rondgang van PS|Theater door de stad en de gesprekken die daarvan een gevolg zijn: ‘spelen’, ‘nieuwkomer’ en ‘het lokale’. Voor een debat heb je echter een dichotomie, een tweedeling nodig zodat een voor- en tegenstanderskamp ontstaat. Dat werden: de (on)gemakkelijke stad, de (a)sociale stad, en de spel(regel)stad.

Vorm
Het publiek werd over drie groepen verdeeld, die roulerend voor-, tegenstander of jurylid waren. De burgemeester van Leiden, Henri Lenferink, rouleerde niet mee, maar leidde de jurygroep. Dat deed-i serieus, en met goed gevoel voor voor- én tegenstanders van stellingen. Niet iedereen kwam geheel onbevangen binnen. Er waren drie mensen uitgenodigd die ieder hún droom voor de stad vertelden en er waren voor iedere stelling voorbereide aanjagers, voor én tegen. Pepijn Smit vertelde dat zij zichzelf aanmeldden – of afkomstig zijn uit andere netwerken – en allemaal een cursus debatteren deden. Gevolg is wel dat de groep niet representatief voor de stad bleek: overwegend goed opgeleide, blanke mensen.

Stellingen
Drie inleiders vertelden over hun droom voor de stad. Fleur van den Berg (van de app wanderen) droomt van een spelende stad, Roos Tulen (kunstenaar) verwacht veel van gezamenlijk eten, en Manu Busschots (klimaatgesprekken) droomt van een milieuvriendelijke samenleving. Bediscussieerd werden die dromen niet, wel drie stellingen: ‘in een gedroomde stad moet iedereen een uur per dag buiten spelen’, ‘…ben je verplicht om je buren te helpen’, en ‘… eten we alleen nog maar lokaal geproduceerd voedsel’.

Spannend?
Een uur buiten móeten spelen leverde te tegenstanders de overwinning, de voorkeur van het juryvak, op. Zoals Lenferink opmerkte “Beide groepen spraken langs elkaar heen; over moeten als regel en moeten als waarde. Maar over het belang van spelen is men het eens”. Nieuwe inzichten kwamen niet voorbij – of het moet de 16jarige zijn geweest die fijntjes wees op het gevaar van spel voor 80jarigen en het ontstaan van hangmensen die niet weten hóe te (moeten) spelen. Dat spel véél breder dan letterlijk buitenspelen kan worden opgevat, kwam niet echt aan de orde. Spel als motor voor een dynamische stad met ‘out of the box’ denkende inwoners.

Debatkunst
Dat debatteren naast inhoudelijke kennis ook baat heeft bij ervaring bleek bij de tweede stelling. Mart Keuning (raadslid Christen Unie), die “zich voorgenomen had niets te zeggen” – hetgeen ook de bedoeling was blijkens de opzet – en Walter van Peijpe (raadslid Groen Links) “als de tegenstanders (Mart, red.) zich over hun bezwaar heen zetten, doe ik dat ook maar” komen net iets beter uit de verf. Het maakt wél de eerder die avond gestelde vraag relevanter of vórm ook bepalend is.

Lokaal voedsel
De derde stelling was weer een ‘overwinning’ van de tegenstanders, de realisten zoals de groep zich omschreef. “de gedroomde stad staat wel midden in een wereld’ bleek doorslaggevend. Hoge ogen gooiden ook praktische belemmeringen als “een veel te klein oppervlak om zoveel mensen te voeden”. Daar tegenover staat wel dat lokale productie minder verpakking nodig maakt en dat we minder niet-noodzakelijk voedsel (“chips”) eten. Dat de stelling ook kan leiden tot een bevolkingsgrootte die wordt bepaald door de beschikbare oppervlakte, kwam opvallend genoeg niet aan de orde.

Langer
Voor een debat is misschien de uitslag niet eens het belangrijkste. Dat zijn de pareltjes aan opmerkingen, aan te-denken-gevertjes. Daarmee ga je naar huis en denkt er nog eens over na. Pepijn Smit vertelde dan ook dat “er misschien meer” zal volgen. Dat zou mooi zijn, want gesprekken als deze eisen niet alleen een lange opstarttijd voordat iedereen mee doet, dúrft mee te doen, maar ook een lange periode om nog-niet-aanwezigen erbij te betrekken. Eén keer twee uur is dan echt veel te kort. Die dromen vergeet je te snel.

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Deze site gebruikt cookies. Lees meer over onze cookies.