Er staan weer Beelden in Leiden

0

Ze staan er weer op de Hooglandse Kerkgracht in Leiden: kunstwerken van elf jonge kunstenaars. Negen daarvan dongen mee naar de Frans de Witprijs, een aanmoedigingsprijs. Rein Verhoef won. “Beweging in stilstand” en “een razendknap beeld” volgens de jury bij monde van Jop Ubbens. Ook Beelden in Leiden ontsnapt niet aan het De Stijljaar. ‘Raakvlakken’ is het thema dat de kunstenaars meekregen voor de te maken werken. Of dat is gelukt, liet Lakenhaldirecteur Meta Knol in haar toespraak in het midden “dat is aan het publiek”. BILvoorzitter Joque Mulder zag overeenkomsten tussen de De Stijlperiode 100 jaar geleden en het wereldtoneel nu. De impliciete vraag van Knol bleef overeind: kan de De Stijl naar het heden, zonder de emoties en context van toen, worden overgebracht? Uit de tentoongestelde werken blijkt dat dat lastig is, maar niet ondoenlijk.


Chris de Waard was aanwezig bij de opening van Beelden in Leiden en maakte daar een reportage.

Misère
De Stijl ontstaat in een periode dat er een draconische oorlog met miljoenen (gifgas)slachtoffers woedt en de Spaanse Griep huishoudt. Europa is op alle fronten murw gebeukt en snakt naar rust. Aan het Kort Galgewater in Leiden ontstaat De Stijl, een (kunst)stroming gebaseerd op vooruitgangsgeloof: innovatie, maakbaarheid, internationalisme annex samenwerking. In die context zoekt De Stijl naar een universele beeldtaal om taalbarrières te slechten. Het zijn de strakke, strenge vlakverdelingen en primaire kleuren van Mondriaan en Rietveld die later menigeen te binnen schieten bij De Stijl.

Hoop
De Stijl niet kopiërend, maar voortborduren. Mulder stelt de vraag zo “is De Stijl voor huidige generaties (kunstenaars, JvdS) nog relevant?”. Dat is een lastige vraag, want ‘onze’ plagen en oorlogen hebben een volslagen ander karakter dan toen. Oorlogen zijn ver weg, worden aan andersoortige fronten uitgevochten en met heel andere ‘wapens’. Wie over de expositie loopt, kan het gevoel krijgen dat De Stijl soms wurgend aanwezig is. Het hoekige en maakbaarheidsideaal zijn terug te zien. De dieperliggende hoop op vooruitgang en vooral een betere wereld een stuk minder.

Openbaar
Curatoren Iemke van Dijk en Guido Winkler zijn dan ook aan een zwaardere opdracht begonnen dan het thema ‘raakvlakken’ weergeeft. Vind maar eens kunstenaars in de traditie van De Stijl maar zonder nadrukkelijke verwijzingen daarnaar. Ze zijn alle kunstacademies en eindexamenexposities af gegaan, “we hebben docenten aangeschreven en gevraagd om tips: geen gekregen” en hebben zich uiteindelijk “laten leiden door onze ogen”. Wie Beelden in Leiden gaat kijken, moet zich eigenlijk realiseren dat Van Dijk en Winkler meer in de traditie van De Stijl hebben gewerkt dan op het eerste gezicht lijkt. “Eigenlijk moet je ook de werken in de galerie bekijken”, zegt Van Dijk, “het is niet dat ene werk dat een kunstenaar maakt, maar de samenhang. (…) en ga vooral vaker kijken. Dit is echt werk dat op ieder moment van de dag en met ander weer heel anders kan overkomen. Je gemoed en de context zijn belangrijk”. Knol zei over die context, het plein “het is van iedereen: er wordt gespeeld, er wordt geflaneerd, er worden honden uitgelaten”.

Publiekslieveling
Alhoewel Beelden in Leiden ook dit jaar een mooie mix is van meer en minder toegankelijke kunstwerken – Derlow’s werk Null had binnen de kortste keren een soort speurtochtelement-status te pakken: ‘die had je niet gezien, hè’ – valt het een aantal bezoekers op dat er (waarschijnlijk) geen expliciete ‘publiekslieveling’ is, zoals het nijlpaard twee jaar geleden en de goedmoedige bankzitter vorig jaar.

Hamer
De curatoren hebben flink uitgepakt. Beelden in Leiden ontgroeide al langzaam de Hooglandse Kerkgracht en sloeg de vleugels uit naar andere plekken in de stad. Dit jaar is het aan te raden vooral ook te gaan kijken in het Achmea-gebouw aan de Schipholweg. Daar is, tijdens kantooruren, een fors aantal werken te zien die naadloos is het verlengde van de openluchttentoonstelling passen. Open lucht betekent immers “weersbestendig”, de publieke ruimte “vandalismebestendig en niet aanstootgevend”, aldus Mulder. Die laatste is eigenlijk pikant, want kunst moet vooral een reactie oproepen. Of, zoals Knol aanhaalde, “Art is not a mirror of society, but a hammer to shape it with”.

Netwerk
Het zijn niet de afzonderlijke kunstenaars die aan de De Stijl (moeten) doen denken. Het is de aanpak van Van Dijk en Winkler: internationaal, gevarieerd, ontmoetingen stimulerend. Het is niet per sé de gelijkenis met de kunstenaars van De Stijl; het is juist ook het netwerk, die briefwisseling en dat gesprek dat De Stijl bepaalde. Met exposities op de Hooglandse Kerkgracht, in de galerie van het LUMC, in het Achmeagebouw en binnenkort ook op het Pieterskerkplein staat Leiden bol van de De Stijl; en ook weer niet, want eindelijk ontstijgt Leiden daar de obligate vlakken in primaire kleuren. Raakvlakken moet je “tijd geven” (Van Dijk), “je moet verder kijken dan je neus lang is” (Knol).

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Deze site gebruikt cookies. Lees meer over onze cookies.