Hofjesconcerten blijven de moeite waard

2

“Een nieuw hofje!”. Met die woorden stapt een mevrouw het Barend van Namenhofje binnen. Dat het uit 1730 stamt, doet minder terzake; zij kenden het nog niet. De kans is vrij groot dat dat meer mensen is overkomen: een onbekende hofjeswereld binnen stappen tijdens de Leidse Hofjesconcerten. Twee Pinksterdagen lang vormden de Leidse hofjes het decor voor een keur aan concerten, van klassiek tot jazz, van Zuidamerikaans tot klezmer. Niet dat de concerten zich beperkten tot hofjes. Ook de Pieterskerk is gebruikt, en het Van der Werffpark. In een cultureel overladen Signature-weekeinde deden de Hofjesconcerten er nog een schep bovenop.

Wouter Mol
Sommige optredens vonden plaats in hofjes die nogal ‘uit de route’ lagen. Enig idee waar het Cathrijn Maartensdochterhof ligt? Net buiten de singels, in de Pasteurstraat. Het was de locatie voor zo’n ontdekking die je op de Hofjesconcerten kunt doen: Wouter Mol. Een trio dat de potentie heeft nog van zich te laten horen. Niet echt Top40, maar wel heel erg de moeite waard. Ze bestaan sinds september 2016, toen ze aan de voorrondes voor de Grote Prijs van Rotterdam begonnen en die prijs ook wonnen. Dat leverde een EP op, waarvan ze ondermeer Modern Caveman speelden. Als zij hun muziek met één woord moeten karakteriseren, krijg je drie antwoorden: “ruimte”, “ongrijpbaar” en “ontvouwen”. Ze zijn op Spotify te vinden, voor een eigen oordeel.

Izhar Elias
Het zijn rustige plekken, die hofjes. Bij Wouter Mol lopen een zestal kippen en één haan, soms luidruchtig, rond. In het Heiligen Geesthof vraagt een baby de aandacht van moeder tijdens het concert van The Guitar Connection. Soms valt een hofjespoort tóch met een klap dicht. Maar verder zijn het ideale plekken om met de ogen dicht te luisteren. Naar het gitaarspel van Izhar Elias (Bethlehemshof) bijvoorbeeld, die zowel de 10-snarige barokgitaar als de bekendere Spaanse gitaar speelt. Net als in andere hofjes heeft ook hij wat tijd nodig om z’n partituren met knijpers vast te zetten, maar dan hoor je muziek “die wel lijkt op singer-songwritermuziek van vandaag” (Autre Chacone). Het is echt zo, en dat voor dansmuziek uit de tijd van Lodewijk XIV.

Black Tie Trio
Het Black Tie Trio speelt in het Jean Michelhof in de Pieterskerkstraat. Het is er vol (het is bijna overal vol). Pas als onverwacht een groep mensen besluit verder te gaan, is het trio ook te zien. Swing, die zíttend wordt gespeeld. Dat is dan toch een wonderlijke ervaring. Een Duits gezin met jonge kinderen kan er in elk geval van genieten.

Rumba-dames
Boven het Barend van Namenhof loert in de strakblauwe lucht de leeuw op het dak van Raamsteeg 2 de andere kant op. In de tuin spelen de vier vrouwen van Leticia y Su Rumbadama aanstekelijke Zuidamerikaanse ritmes. Er is koffie, verse stroopwafels, limonade is gratis, en er zijn boeken te koop. Ze bestaan al 21 jaar “en gaan nog 21 jaar verder” hebben ze besloten. Een “cd is er nog steeds niet, maar die kómt wel”. Vier dames van uiteenlopende leeftijd, in het wit met soms knalrood gestifte lippen, en gáán.

Forelle Quintet
Het is eigenlijk te mooi weer om binnen te zitten. Maar zoiets als Forelle Quintet komt echt het best tot z’n recht in een mooie akoestiek. De Pieterskerk biedt dat. Vijf topmusici, daar valt weinig over op te merken. Of het zou moeten zijn dat in- en uitlopen in de kerk goed mogelijk is, mits op rubberen zolen en niet met keiharde hakken.

Coal Harbour
In de De Burcht is het een en ander aangepast. Niet veel, maar Coal Harbour speelt in het licht van sfeerverlichting. Dat doet geen afbreuk aan de muziek, maar maakt toch een andere indruk dan een 10-koppige band in het licht. Georkestreerde jazz: het klinkt vreemd als je het zo opschrijft, maar het klinkt als een klok. Bewerkingen, variërend van het vrolijke Hot Sonate naar het triestige My Ship van Kurt Weill. En ja, ook hier was het vol. Erg vol.

Dolleboelja
In het Van der Werffpark was het feest voor de kinderen met opera, en muziektheater, voor kinderen. Opera Dolleboelja speelt aan de rand van het water (en óp het water). Een verdwenen ring, van AmstelGoud, heeft inderdaad geregeld iets weg van Wagners Rheingold. Maar Dolleboelja spreekt de kinderen direct aan, vertelt over de spannende zoektocht in dagelijkse spreektaal, en is niet vies van een grap. Spelenderwijs nemen de kinderen alles tot zich. Aandachtig zitten ze in het zonnetje in het gras te kijken. Eigenlijk is er niets wat kinderen hindert bij deze vorm van opera, vertellen de spelers Evelien Asberg en Sebastiaan Oosthout. “Of het zouden de karakterwisselingen moeten zijn, maar de zang niet, nee”.

B.O.O.M!
Da’s een frappant verschil met de andere opera. B.O.O.M! Bold Opera on the Move speelt De Toverfluit “mooie muziek, maar ze zingen er altijd zo hard doorheen. Hard en onverstaanbaar. Dat kan ik ook hard en onverstaanbaar zingen”. Dat valt wel mee. Wel zingt B.O.O.M! onversterkt – Dolleboelja versterkt – en dat is soms best lastig. Zeker als verderop, in de Doezastraat, Trio C tot de Derde begint. Het eind van de dag nadert als zij bij Sijthoff in de open lucht een portie klezmer en meer ten gehore brengen. Topmuziek, met z’n weemoedige inborst. En een vleugje ironie “Wat is er nou mooier? Op een Turkse klarinet een Armeense melodie spelen”.

Delen

2 reacties

  1. Enig idee waar het Cathrijn Maartensdochterhof ligt?

    Als je het zo verkeerd spelt gaat inderdaad niemand het vinden:

    Catharina Maartendochtershof, Leiden

Over de auteur

Deze site gebruikt cookies. Lees meer over onze cookies.