Voorzitter Aalmarktplan schort werkzaamheden op

Voorzitter Cees Waal van de Projectgroep Nieuw Aalmarkt Plan (NAP) heeft met onmiddelijke ingang zijn werkzaamheden opgeschort. In een brief aan het college schrijft Waal dat hij zich misbruikt voelt. “Uw College kan zich ongetwijfeld voorstellen, dat ik mij afvraag of ik niet in hoge mate “misbruikt” ben door Uw College,” schrijft Waal nu hij erstige twijfels heeft gekregen over de intenties van met name wethouder Hillebrand. “De nieuwe informatie, indien juist, geeft verder voedsel aan de gedachte dat Burgemeester en Wethouders nooit echt van plan zijn geweest om een ander plan dan het MAB-Plan uit te voeren. De Projectgroep diende slechts om uitstel te creëren, zodat er wettelijk geen referendum meer mogelijk zou zijn.”

Die nieuwe informatie bestaat uit het feit dat Hillebrand buiten de raad om de samenwerkingsovereenkomst met projectontwikkelaar MAB heeft verlengd. Om die reden eisten eerder deze week ook al de drie oppositiepartijen SP, Leefbaar Leiden en LWG/De Groenen het vertrek van Hillebrand. Raadslid Jan-Jaap de Haan van de grootste oppositiepartij, het CDA, heeft schriftelijke vragen gesteld over de verlenging. Of het CDA zich aansluit bij de partijen die vinden dat Hillebrand weg moet, laat de partij afhangen van de antwoorden.

Inmiddels heeft wethouder Hillebrand via de site van zijn partij gereageerd op de brief van Waal. “Het spijt me dat u zich mee laat slepen in een maalstroom van suggesties en onwaarheden met betrekking tot het proces van de Projectgroep Nieuw Aalmarktplan. Het spijt me vooral omdat die verdachtmakingen politieke en persoonlijke achtergronden hebben, en dat de verspreiders het stadsbelang eraan ondergeschikt maken,” Aldus Hillebrand die in zijn reactie de beschuldigingen weerlegt.

Mr. C. J. D. Waal                         Leiden 18 juni 2003

    Aan Burgemeester en Wethouders van Leiden
    Postbus 9100
    2300PC Leiden

Geacht College,

Bij thuiskomst heden na het VNG-Congres nam ik heden van het bericht in
het Leidsch Dagblad van 17 juni 2003, waarvan de strekking is dat
Burgemeester en Wethouders bij de afspraken met de Werkgroep Referendum
op 22 februari 2002 wel zeiden dat het MAB-Plan “van tafel”was, maar in
werkelijkheid Burgemeester en Wethouders hun overeenkomst met de MAB
verlengden.

Het was alweer in de vorige raadsperiode dat het MAB-Plan voor het
Aalmarktgebied door een dreigende aanvraag voor een referendum dreigde
te sneuvelen. In de nacht van 22 februari 2002 sloten Uw College en de
Werkgroep Referendum Aalmarkt het akkoord, dat op pagina 88 van het nu
ter inzage liggend Ontwerp Stadsvernieuwingsplan Aalmarkt e.o. is na te
lezen.
Kort samengevat: geen referendum, het MAB-Plan van tafel, samen een
nieuwe start maken. Wat “van tafel halen”betekent, wordt alsvolgt
toegelicht: “Van tafel halen betekent dat ideeën uit het huidige
planconcept opnieuw gewogen kunnen worden; het betekent ook dat geen van
die ideeën recht heeft op een voorkeursbehandeling of enige andere
zekerheid”.

Er waren sceptici die dachten dat het slechts om een truc van
Burgemeester en Wethouders ging om een referendum te vermijden; door de
nieuwe wetgeving zo een referendum later niet meer kunnen, en zouden
Burgemeester en Wethouders alsnog hun gang kunnen gaan. Dit cynisch
denken over de Leidse politiek heb ik met kracht bestreden. Ik zag er
een kans in om op een bestuurlijk vernieuwende manier tot een plan met
een breed draagvlak in de stad te komen. Over deze bestuurlijke
vernieuwing heb ik nog een enthousiast artikel geschreven in Heemschut,
dat begin van dit jaar gepubliceerd is. Graag wil ik benadrukken dat
voor mij nog steeds geldt wat ik toen schreef:  “Ik noem drie elementen
in de werkwijze van de Projectgroep die essentieel waren om tot een
breed gedragen nieuw plan te komen.
? Het proces om tot een nieuw plan te komen, was transparant. De
Projectgroep vergaderde openbaar; alle informatie was voor iedereen
toegankelijk, ook via de website //www.aalmarkt.nl/. Het aanvankelijk toch
wel aanwezige grote wantrouwen, vooral ten aanzien van het
gemeentebestuur, heeft geleidelijk een “gezonde”omvang gekregen.
? De Projectgroep trad op als een “opdrachtgever” die zo helder mogelijk
inhoudelijk formuleerde wat hij het beste vindt passen bij de Leidse
binnenstad. Typisch voor de stad Leiden is bijvoorbeeld haar kwaliteit
van cultuurstad. Een culturele trekker en een cultuurtuin in het
Aalmarktgebied kunnen deze kwaliteit versterken. Bij het van tafel
genomen plan van het gemeentebestuur was een punt van kritiek dat de
gemeente zich teveel had laten leiden door de belangen en opvattingen
van de projectontwikkelaar en te weinig door de kwaliteiten van de stad.

? De projectgroep kon fundamentele vragen aan de orde stellen. Vragen
als: hoe verhoudt het Aalmarktgebied zich tot de andere delen van de
binnenstad? Hoe passen een parkeergarage en een tram door de Breestraat
(de Rijn Gouwe Lijn) in de verkeerscirculatie van de (binnen)stad? Tot
de aanvankelijke schrik van raadsleden werd op structuurplanniveau
fundamenteel en integraal nagedacht over de binnenstad. Concreet leidde
het tot nieuwe visies over wat het centrum van de binnenstad is en over
de parkeergarage in het Aalmarktgebied.
.
De uitvoering van een aanvaard Aalmarktplan zal ongetwijfeld nog veel
procedurele en financiële voeten in de aarde hebben. De realisering van
de revitalisatie van het Aalmarktgebied is echter kansrijker dan ooit.
Fasering bij het uitvoeren van projecten is in het nieuwe plan goed
mogelijk; de gemeente is inmiddels niet meer exclusief gebonden aan de
projectontwikkelaar MAB; maar bovenal: er is maatschappelijk draagvlak
voor het nieuwe plan.
Recentelijk zijn harde noten gekraakt over het gebrek aan bestuurskracht
van de gemeente Leiden. Het niet tot uitvoering weten te brengen van
ambitieuze plannen is een symptoom van dit gebrek, evenals het ontbreken
van bondgenoten. De nieuwe aanpak voor het Aalmarktgebied is voor het
stadsbestuur een unieke kans om gemotiveerde burgers, die ook een grote
mate van deskundigheid blijken te hebben en daarin zeker niet onderdoen
voor de gemeentelijke organisatie, aan zich te binden. Het ontstaan van
de Projectgroep NAP ging niet van harte, maar leverde uiteindelijk een
bijzonder voorbeeld van bestuurlijke vernieuwing op. De leden van de
Projectgroep NAP willen graag trots zijn op een gemeentebestuur dat
samen met zijn burgers de stad koestert, vernieuwt en versterkt”.

Daarna zijn bij mij geleidelijk twijfels gaan ontstaan over de ware
intenties van Uw College. Ik merk daarbij nog op, dat Uw
eerstverantwoordelijke wethouder mij, maar ook de projectgroep
toevertrouwde dat hij nooit had verwacht dat de Projectgroep met een
nieuw plan zou komen; een mededeling waarvan mij de relevantie eerst
later duidelijk werd.
De gang van zaken in de projectgroep van maart 2003 bracht mij ertoe op
19 maart de notitie “Wethouder kan vertrouwen herstellen” aan Uw
vertegenwoordiger en de Projectgroep te overleggen. De volgende passage
haal ik hierbij aan:

Als onafhankelijk voorzitter van de Projectgroep Nieuw Aalmarkt streef
ik ernaar om het hele proces om te komen tot een nieuw plan voor het
Aalmarktgebied met een breed maatschappelijk draagvlak, zo transparant
mogelijk te laten verlopen. Dat impliceert dat er geen sprake mag zijn
achterbaks gedrag, achterkamertjespolitiek, onheldere deals en verborgen
agenda’s.  Niet voor niets vergadert de Projectgroep in de openbaarheid
en zijn alle stukken voor een ieder toegankelijk. Discussies worden met
open vizier gevoerd.
Ik heb ernaar gestreefd en streef er nog naar, om het wantrouwen van
burgers tegen de gemeente tot normale, gezonde proporties terug te
brengen. Ik vind dat de gemeente zich moet inspannen om zelfs maar de
schijn van manipulatie te vermijden. De projectgroep Nieuw Aalmarktplan
heeft zich opgesteld als een bondgenoot van en ambassadeur voor het
gemeentebestuur van Leiden. Met de eerst verantwoordelijke wethouder is
constructief gesproken.

Tot de vergadering van 3 maart 2003 had ik het vertrouwen en de
overtuiging dat de gekozen “open- planprocedure” goed werkte en algemeen
gerespecteerd en gedragen werd, ook door de lokale politiek.

De eerste versie van het anonieme ambtelijk advies over ons plan voor
het Aalmarktgebied had voor de vorige vergadering grote twijfels bij een
aanmerkelijk deel van onze Projectgroep gezaaid over de intenties van –
waarschijnlijk – de meerderheid van de ambtelijke organisatie. .. Helaas
geven de stukken voor de vergadering van 19 maart opnieuw, en eigelijk
nog sterker, voedsel aan de gedachte dat anonieme ambtenaren revanche
nemen op de Projectgroep en zich inzetten om alsnog hun zin te krijgen:
dwz alsnog uitvoeren van het oude MAB-plan.
Ik meen dat het op de weg ligt van de eerst verantwoordelijke wethouder
om het vertrouwen in het proces te herstellen. Dan ben ik ook gaarne
bereid voorzitter van de Projectgroep te blijven.
 Ik had onder meer kritiek op het feit dat in strijd met de open
planprocedure en buiten de projectgroep om, externe bureau’s bleken te
zijn ingehuurd. Gezien de recente krantenberichten is nog klemmender wat
ik toen schreef: Waarop is de keuze van de bureau’s gebaseerd? Welke
andere bureau’s zijn uitgenodigd en/of overwogen? Wat was precies de
opdracht? Hebben deze bureau’s eerder voor . de MAB gewerkt? Welke
informatie is meegegeven? Zijn concepten ambtelijk bijgestuurd? Waarom
is niet met de Projectgroep overleg gevoerd over de keuze van de
bureau’s en hun opdracht? Hebben wethouders wel invloed gehad op keuze
en opdracht? Hoe komt het dat de culturele voorzieningen zo
stiefmoederlijk bedeeld zijn? Waarom komen de bureau’s hun producten
niet toelichten in de vergadering van de Projectgroep?.Het valt op, dat
het voor het Nieuw Aalmarktplan positieve rapport van Marktplan
Adviesgroep ambtelijk volstrekt genegeerd wordt. Het wordt zelfs niet
genoemd! Eveneens valt op dat de deskundigen geen van allen positieve
ontwikkelingen zoals gesignaleerd door van der Staay rond het
burchtgebied noemen. Van deskundigen mag je toch verwachten dat zij
ontwikkelingen in een bredere contekst plaatsen.. Het Nieuwe
Aalmarktplan vraagt om bestuurlijke moed en regie. Laten we proberen het
positieve elan van de Projectgroep Nieuw Aalmarktplan vast te houden en
verder uit te bouwen!

Kort daarna, op 26 maart 2003 heb ik mij schriftelijk tot Uw
eerstverantwoordelijke wethouder gericht; de essentie citeer ik
hieronder:
Op de vergadering van de Projectgroep Nieuw Aalmarkt Plan van 19 maart
2003 is met u gesproken over de notitie “Een stad is meer dan een
winkelcentrum” van Wytze Patijn en mijn inbreng “Wethouder kan
vertrouwen herstellen”. ..Ter vergadering is, kort samengevat, wederom
de intentie uitgesproken om ons tot het uiterste in te spannen om tot
een door de Projectgroep en het College van B. en W. gemeenschappelijk
gedragen ontwerp-stadsvernieuwingsplan voor het Aalmarktgebied te
komen.. U [wethouder Hillebrand]  heeft nog in het midden gelaten op
welke punten u het met de Projectgroep eens bent, maar u heeft wel een
aantal vraagpunten geformuleerd, die nader bezien zouden moeten worden.
Tevens heeft u eenzijdig twee nieuwe elementen in de procedure gebracht.
Ten eerste moet een projectontwikkelaar met het plan instemmen, voordat
u bereid bent tot een akkoord met de Projectgroep over dat plan te
komen. Ten tweede bent u alleen bereid om met de MAB – waaraan de
gemeente Leiden thans  geen enkele verplichtingen meer heeft – als
projectontwikkelaar verder te gaan. Tegen het veranderen van de
spelregels tijdens de wedstrijd hoeft overigens geen bezwaar te bestaan,
indien dat volgens beide partijen tot een beter resultaat leidt; dat is
evenwel in dit geval nog niet gebleken.
Voorts heeft u gewezen op de tijdnood die ontstaat (in verband met het
verlopen van de termijn van het voorkeursrecht), waardoor de tijd om met
elkaar te overleggen beperkt is. Uit uw opmerkingen heb ik afgeleid dat
u hoe dan ook een plan voor 5 september 2003 ter visie wilt leggen.

Ter vergadering bleek eveneens, dat in de door u en uw ambtenaren
gevoerde besprekingen (met diverse externe adviesbureaus, Vendex, MAB
etc.) over het Nieuw Aalmarkt Plan nooit iemand aanwezig was die het
expliciet opnam voor het plan van de Projectgroep Nieuw Aalmarkt Plan.
Dit klemt temeer, nu ambtelijk gevonden wordt dat eigenlijk het oude MAB
– plan moet worden uitgevoerd en daarnaast het plan van de Projectgroep
en het rapport van Wytze Patijn als twee totaal verschillende plannen
worden behandeld. Afgesproken is, dat ik als voorzitter van de
Projectgroep Nieuw Aalmarkt waar nodig en mogelijk in besprekingen het
Nieuw Aalmarkt Plan zou toelichten en verdedigen.

Helaas heeft de MAB (bij monde van Klaas Goossensen) laten weten dat ik
niet welkom ben op de bijeenkomst/workshop (met o.m. MAB en Wytze
Patijn) om een aantal vraagpunten van de wethouder nader inhoudelijk uit
te werken. Ik was en ben gaarne bereid en in staat om een aantal door de
wethouder opgeworpen kwesties nader toe te lichten en uit te diepen.

De opstelling van de MAB is wel te begrijpen. Uiteraard is de MAB met de
ambtenaren voorstander van het uitvoeren van hun eigen MAB-plan en wil
de MAB de kans dat een ander plan (het Nieuw Aalmarkt Plan) wordt
uitgevoerd minimaliseren. Nu de wethouder ervoor heeft gekozen eerst een
akkoord te willen hebben met een projectontwikkelaar en de MAB daarbij
als enige partij ziet, gevoegd bij de tijdnood die de wethouder heeft
gecreëerd en de steun van ambtenaren voor de MAB, heeft de MAB een
uiterst riante onderhandelingspositie verworven. Het belang van de stad
is daarmee uiteraard niet gediend is.

Met het oog op de geloofwaardigheid van de Leidse politiek zet ik nog
even een aantal gegevens op een rij:
? In de nacht van 22 op 23 januari 2002 wordt een referendum over het
MAB-plan – waarvan de afloop door politici wordt gevreesd – voorkomen
door de afspraak dat dit plan “van tafel” wordt gehaald en een in te
stellen projectgroep en het College van B. en W. het voor 1 oktober 2003
eens worden over een ontwerp-stadsvernieuwingsplan (over instemming van
een projectontwikkelaar, laat staan de MAB, wordt niet gerept; dan zou
zeker het referendum doorgang hebben gevonden).
? Pas 29 april 2002 kon de eerste officiële vergadering van de
Projectgroep worden gehouden, na afronding van diverse formaliteiten.
? Ondanks de zomervakantie stelde de Projectgroep 30 september 2002 haar
Nieuw Aalmarkt Plan vast (dus na vijf maanden).
? In maart 2003 (dus meer dan vijf maanden later) is er nog steeds geen
standpunt van het College van B. en W. Wel mag de Projectgroep praten
over een negatief ambtelijk advies, gericht op het uitvoeren van het
MAB-plan. De wethouder stelt een aantal vragen, maar geen helderheid
over de punten van het Nieuwe Aalmarkt Plan waarmee hij (en dus het
College van B. en W.) het eens is met de Projectgroep.
? Eveneens in maart 2003 past de wethouder eenzijdig de spelregels aan:
eerst een akkoord met een projectontwikkelaar, en dat kan wat hem
betreft alleen met de MAB zijn. Voorts stelt de wethouder dat er nu
tijdnood is. Derhalve wil de wethouder snel een akkoord met de MAB,
terwijl diezelfde MAB de voorzitter van de Projectgroep Nieuw Aalmark
Plan van een inhoudelijk gesprek weert.

Welk beeld rijst hier op over de intenties van het College van B. en W.
bij het aangaan van de ruil in de nacht van 22 op 23 januari 2002:
MAB-plan van tafel; samen een nieuwe start maken?

Ook Leidse politici moeten de schijn van vals spel vermijden. Zelfs de
schijn kan het vertrouwen in een positieve afloop van het
gemeenschappelijk gedragen proces ondermijnen.

Nadrukkelijk wijs ik erop, dat ik in de veronderstelling verkeerde dat
Burgemeester en Wethouders de MAB hadden “afgekocht” door het betalen
van ongeveer 750.000 gulden en daardoor juridisch vrij waren t.a.v. de
MAB. Ik heb Uw eerstverantwoordelijke wethouder daarvoor zelfs geprezen!
Ik heb mij bereid getoond suggesties te doen voor andere
projectontwikkelaars dan de MAB.

Inmiddels heeft Uw College mist gecreëerd over de mate waarin Uw ter
inzage gelegd Ontwerp Stadsvernieuwingsplan steun van de Projectgroep
heeft. Op 14 juni 2003 heb ik de leden van de Projectgroep onder meer
het volgende geschreven:  Ik vraag met name aandacht voor punt 3″[ van
de afspraken van 22 januari 2002], waarin duidelijk staat dat de
Projectgroep en het College van B. en W. het eens moeten worden over –
ik citeer – “het door het college aan de Raad voor te leggen besluit
over het ontwerp-stadsvernieuwingsplan”. Tot dusver heeft het College
nog geen besluit aan de Raad voorgelegd.
Nu ligt wel een ontwerpplan ter visie en kan men desgewenst zijn
zienswijze over het Ontwerp schriftelijk indienen. Het College van B. en
W. moet serieus op de ingediende zienswijzen ingaan; het ligt voor de
hand om te veronderstellen dat ingebrachte zienswijzen nog tot
veranderingen in het Ontwerp van B. en W. zullen leiden. Bij ingrijpende
plannen is dit overigens altijd het geval.
In hun definitieve voorstel aan de Raad plegen Burgemeester en
Wethouders commentaar op de ingediende zienswijzen te geven, daaruit
conclusies te trekken en aan te geven welke punten in het Ontwerp worden
aangepast. Over dit raadsvoorstel  vergaderen we als Projectgroep, zoals
afgesproken, op 26 augustus 2003. Dit is het raadsvoorstel waarover de
Projectgroep en het College van B. en W. het volgens de afspraak van 22
januari 2002 het eens zouden moeten worden.

Ik breng in herinnering dat het Reglement Projectgroep Nieuw Aalmarkt,
zoals B. en W. dat hebben vastgesteld, in artikel 2.4 bepaalt, dat
adviezen aan B. en W. niet tot stand komen op basis van stemmingen.
Gezien de ontstaansgeschiedenis en doelstelling van de Projectgroep een
logische bepaling. De regel voorkwam strategisch gedrag bij de
samenstelling van de Projectgroep en spoorde aan om het met elkaar eens
te worden. Vanaf het begin was duidelijk dat er voor – en tegenstanders
van het MAB-plan in de Projectgroep zaten. Door een nieuwe start te
maken (waarbij het MAB-plan “van tafel” werd gehaald) ontstond ruimte om
elkaar te vinden in een breed gesteund Nieuw Aalmarkt Plan.
Inmiddels zijn B. en W. , blijkens het Ontwerp Stadsvernieuwingsplan
Aalmarkt e.o. op een aantal cruciale punten weer teruggekeerd naar het
MAB-plan. Op 26 augustus zal ongetwijfeld blijken dat er ten aanzien van
de afwijkingen van het Nieuw Aalmarkt Plan bezwaren zijn ingediend. Er
volgt dan een herhaling van de discussie over  de parkeergarage (moet
gekozen worden voor de MAB-opvatting, waarbij de al in het
Basiswegenplan 1961 aangeven consekwenties van de noodzakelijke
verruiming van de verkeersinfrastructuur voor lief worden genomen, of
kiest men alsnog voor de opvatting en oplossing van Keppler?) en de
sloop van de Aalmarktschool met vermindering van de hoeveelheid groen in
het gebied. De breedte van de steeg tussen de Haarlemmerstraat en Stille
Rijn kan ook nog een discussiepunt blijken te zijn.

Vergaderen op 26 augustus a.s. is overigens alleen zinvol, indien B. en
W. bereid zijn om nog enige afstand van het MAB-plan willen nemen. Zo
niet, dan zal 26 augustus blijken dat degenen die toch al met het
MAB-plan konden leven, het blijven steunen, en degenen die tegen waren
nog steeds tegen zijn. Er is dan geen overeenstemming, zoals bij de
afspraak van 22 januari 2002 bedoeld.
Het is overigens aan de partijen, de Werkgroep Referendum Aalmarkt en
het College van B. en W. om vast te stellen of er overeenstemming is.

De nieuwe informatie, indien juist, geeft verder voedsel aan de gedachte
dat Burgemeester en Wethouders nooit echt van plan zijn geweest om een
ander plan dan het MAB-Plan uit te voeren. De Projectgroep diende
slechts om uitstel te creëren, zodat er wettelijk geen referendum meer
mogelijk zou zijn.

Uw College kan zich ongetwijfeld voorstellen, dat ik mij afvraag of ik
niet in hoge mate “misbruikt” ben door Uw College. Ik geloofde en geloof
nog steeds in de aanpak van de Projectgroep; eigenlijk nog veel meer,
dankzij de geweldig gemotiveerde en deskundge mensen in de Projectgroep
die ik beter heb leren kennen!

Afhankelijk van de reactie van Uw College en uiteraard de leden van de
Projectgroep, zal ik beslissen over de voortzetting van mijn
voorzitterschap van de Projectgroep. Voorlopig schort ik mijn
activiteiten op. De ontwikkelingen ronde de Aalmarkt zal ik blijven
volgen, mogelijk in een andere rol.

Met vriendelijke groet,

Cees Waal

PS. De website over het Aalmarkt Plan loopt nog steeds sterk achter.
Voor de het proces blijft het essentieel dat het doorzichtig en
navolgbaar is. Kunt u uw invloed aanwenden om de website weer up-to-date
te krijgen?

Reactie Wethouder Hillebrand (via de site van de PvdA).

19-06-2003

Geachte heer Waal,

Naar aanleiding van het artikel in het Leidsch Dagblad van heden en uw brief van 18 juni jl. aan B en W, deel ik u het volgende mee.

Het spijt me dat u zich mee laat slepen in een maalstroom van suggesties en onwaarheden met betrekking tot het proces van de Projectgroep Nieuw Aalmarktplan. Het spijt me vooral omdat die verdachtmakingen politieke en persoonlijke achtergronden hebben, en dat de verspreiders het stadsbelang eraan ondergeschikt maken.

Zo beweert u (zonder te checken) dat er sprake is van nieuwe, verzwegen informatie met betrekking tot het verlengen van een overeenkomst tussen gemeente en MAB. Deze informatie is echter op 17 december 2002 door Reinout van Gulick namens B en W aan de projectgroep meegedeeld. Ik verwijs hiervoor naar het vastgestelde verslag van die vergadering, pagina 2. Citaat:

De heer Van Gulick deelt mee dat op 16 december jl. nog een besluit is genomen door het College van Burgemeester en Wethouders. Het betreft de overname van rechten van MAB van het planconcept Leve de Aalmarkt. Met een afkoopsom van fl. 750.000,– is het conceptplan Leve de Aalmarkt met de auteurs- en andere rechten eigendom van de gemeente geworden. Hiermee ontstaat meer vrijheid. Toch is besloten om de huidige overeenkomst tussen gemeente en MAB te verlengen tot eind juli 2003. Het is belangrijk dat de juridische verbintenis tussen gemeente en MAB wordt voortgezet totdat de raad besluit over het stadsvernieuwingsplan. Daarna is de raad formeel vrij te besluiten met welke ontwikkelaar in zee wordt gegaan voor de ontwikkelingsfase. Mocht dan besloten worden dat MAB als ontwikkelaar zal optreden, dan zullen de kosten voor het overnemen van de rechten door de gemeente, tussen beide partijen worden verrekend.

De heer Verbeek noemt het besluit van B en W een goede stap. De voorzitter concludeert dat de gemeente vrijer is ten opzichte van MAB; daar is iets voor te zeggen.

In de openbare vergadering van de Commissie voor Ruimte en Groen van 12 december 2002 heb ik het voornemen van B en W om dit besluit te nemen aan de raadsleden voorgelegd, zoals blijkt uit het verslag van die vergadering.

Voorts gaat u eraan voorbij dat de projectgroep is gekend in de opdrachten aan de bureau’s die het plan van de projectgroep hebben beoordeeld, en ook in de resultaten van die opdrachten. Alle openheid is daarbij door mij betracht. Zie ook daarvoor de verslagen.

Ten slotte herinner ik u aan het feit dat ik volgens afspraak u de op 26 mei 2003 aangepaste tekst van het B&W-besluit van diezelfde dag, 26 mei 2003, heb toegestuurd per e-mail met het verzoek uw standpunt hierover te vernemen. Marion Liesting heeft die e-mail diezelfde dag naar de hele projectgroep, en ook weer naar u, doorgestuurd. De opzet was, zoals was afgesproken, om op voorstel van de Werkgroep Referendum Aalmarkt deze tekst te gebruiken voor een op te stellen overeenkomst tussen B en W en projectgroep. Helaas heeft u hierop niet gereageerd, ondanks dat ik en mijn ambtenaren u hierover mondeling enkele keren hebben gerappelleerd. Het stuit me daarom des te meer tegen de borst dat in de brief van de WRA aan B en W van 16 juni 2003 wordt gesteld, dat “de voorzitter van de PNAP in het geheel geen aangepast concept-B&W-besluit, als genoemd in de afspraken van 22 mei jl. (gesprek WRA met mij) heeft ontvangen”.

Ik betreur het zeer dat door uw handelen in de laatste fase van het proces, veel verwarring wordt gezaaid. Ik verzoek u daarom uw ongefundeerde beschuldigingen in het openbaar te rectificeren.

Met vriendelijke groet,

Ron Hillebrand

Leiden Aalmarktproject


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon
071 - 5235907

Whatsapp
06 - 16811160

×