De Leidse huisarts Marit Paulides was de afgelopen maand tien dagen op Lesbos om als vrijwilliger hulp te bieden. Haar verhaal over wachten, hollen, stilstaan en rennen. (Foto's: Marit Paulides)

Een Leidse arts-vrijwilliger op Lesbos

De boot kwam in het het donker en de kou van een vroege winterochtend. Aan boord waren veel te veel mensen. Mannen op de randen, vrouwen en kinderen in het midden; veel meer dan je zou verwachten. “Ze leken wel te blíjven komen’, vertelt Marit Paulides(31) die als arts-vrijwilliger aanwezig was bij die aankomst. “Ineens is het hectisch. Mensen die naar het droge strand moeten. Gezinnen die bij elkaar moeten blijven. Geschreeuw, gehuil, gejuich. Een heksenketel. Alsof je ineens in een film zit.” De Leidse huisarts had zich opgegeven bij stichting Bootvluchteling en was afgelopen maand tien dagen op Lesbos “Een relatief rustige periode, zo midden in de winter. In november/december kwamen er wel 40-50 bootjes per nacht aan. Nu was dat een stuk minder”.

Wachtend
Met Marit pratend, kom je al snel te weten dat het géén vakantie was. Het werk heeft veel weg van de diensten bij de brandweer: wachten op het alarm en dan onmiddellijk in de hoogste versnelling. Wáchten, veel wachten en de zee met verrekijkers afspeuren naar “kleine zwarte puntjes. Je ziet Turkije met het blote oog liggen, maar die bootjes zijn zó klein. Soms denk je door al dat turen ook iets te zien wat er niet is. Of vreemd object dat uiteindelijk een snorkelaar blijkt te zijn”. De taken zijn inmiddels goed verdeeld Lesbos. De verschillende organisaties hebben ieder eigen stukken kust om in de gaten te houden en daar hulp te verlenen. De ‘field teams‘ die dat doen bestaan uit vrijwilligers die uren turen, en artsen. “Je bent bijvoorbeeld vanaf 06.00 uur op je post, tot soms 17.00 uur. Dat is vooral wachten. En natuurlijk zoek je met de verrekijker mee. Of je maakt een stuk strand plasticvrij. Je ordent de spullen, de medische, maar ook dekens en kleding. Wat doe je als je moet wachten?”

Betaalde vakantie?!
Het beeld, dat sommige media probeerden te schetsen, van vakantie lijkt ronduit leugenachtig. “Ik ben als huisarts nog ZZP’er, tot ik een eigen praktijk kan en wil beginnen. Maar dat betekent dat die tien dagen Lesbos me dus ook géén inkomen opleverden. Ik word niet ‘gewoon doorbetaald tijdens vakantie en ziekte’. Plus dat we de vlucht en de autohuur zelf betalen. Voor hotel met ontbijt was gezorgd.” Ze is de organisatie daar dankbaar voor, want in totaal zal haar inzet haar een paar duizend euro hebben gekost. “Maar op de autohuur kreeg ik wel wat korting, toen ik zei dat ik als vrijwilliger kwam werken”. Voor dat bedrag heeft ze wel één ochtend en één middag iets anders van het eiland kunnen zien dan het vluchtelingencircuit.

Landweggetjes
“Wat me misschien nog het meest verraste, is de snelheid en soepelheid waarmee alles nu gaat. Dat moet in het begin anders zijn geweest, maar nu gaat het snél. Een boot landt. Wij doen ons werk op strand. De mensen worden vervoerd naar het opvangkamp. En soms, zeker toen ik er was en het minder druk was, zijn ze een aantal uren later onderweg naar bijvoorbeeld Athene”. Voordat de vluchtelingen die route kunnen afleggen, moeten ze eerst op Lesbos aankomen. Dat betekent het vinden van één van de vele kleine strandjes. Dat betekent het vermijden van de vele rotsen voor de kust. Dat betekent kunnen navigeren: ’s nachts “niet op het uitnodigende licht van de vuurtoren af varen, want die staat juist bovenop een onbegaanbare klif”. Dat betekent voor het field team hotsend en botsend over rotsweggetjes in ter schatten waar het bootje zal landen, naar het strandje vijftig meter lager te klauteren, en dan te hopen dat het bootje niet net een strandje verder landt. Jeeps zijn dan handig. Huurauto’s een stuk minder én makkelijker te beschadigen.

Helpen is geen uitnodigen
Eén van de collega-vrijwilligers kreeg te horen dat ‘het helpen van die mensen er alleen maar voor zorgt dat er meer komen’. Een redenering die zou moeten leiden tot bijvoorbeeld het afschaffen van de brandweer ‘omdat die door zijn bestaan brand uitlokt’. Zoals zoveel vrijwilligers en hulpverleners laat Paulides zich niet uit over ‘het grote politieke verhaal’. Zij zien en zagen de realiteit áchter die cijfers en meningen, de ervaringen van mensen. “Dan zie je echte angst in de ogen, maar ook blijdschap. Iedereen reageert anders na zo’n tocht. Een vrouw die alleen maar star voor zich uit zat te staren, niets zei en deed. Of een meisje met een dwarsleasie; daarmee vlucht je niet ‘zomaar even’. Moeders met baby’s – het zijn zeker niet vooral mannen in de boten die ik zag – die hebben echt niet de neiging hun kind bewust in gevaar te brengen, maar juist te beschermen”. Dat het er veel kunnen waren en weer kunnen worden, mag waar zijn; ondertussen staan er mensen in de branding of op stranden want achter in de rij hoopt de ellende zich op.

Dilemma
Dóen. Als je kan, is het zinvol te gaan helpen. Niet alleen vanwege die helpende handen, maar ook omdat je zélf ziet wat dat ‘vluchtelingenprobleem’ precies inhoudt. “Alle hulp is welkom en wordt gewaardeerd”. Stichting Bootvluchteling bood Paulides de mogelijkheid voor een kortere periode vrijwilligerswerk te doen. Andere organisaties zenden alleen voor langere periodes uit. “Ik wílde het al heel lang doen: in verre landen als arts hulp bieden. Maar kon ik het? Dan is zo’n periode van tien dagen ook een soort proefperiode. Of ik weer ga? Ik heb gezegd dat ze mogen bellen. Maar aan de andere kant: het kost me als ZZP’er uiteindelijk ook veel, en binnenkort trouw ik”.

Leiden Reportage


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

Whatsapp Studio
071 - 5235908

×