Peel Slowly and See

De stad Leiden is een rare snuiter. Zoals iedere zichzelf serieus nemende stad heeft ze een apparaat city management, noemt zich Stad van Ontdekkingen maar blijkt een heleboel geheim te houden. Gelukkig is er zoiets als Peel Slowly and Peel dat een deel van die geheimen af en toe onthult als het gaat om muziek. Heel verrassend hoe sterk dat is, en ook wat Leiden lijkt te laten liggen aan economische en culturele kracht. Organisator muziekspeciaalzaak Velvet liet horen dat (de regio) Leiden eigenlijk heel goed een bekend merk kan zijn in de muziekwereld. Maar wellicht heeft Leiden helemaal niet dóór wat ze hebben. Want helemaal uitverkocht was deze editie van Peel Slowly and See, in de Leidse Schouwburg, niet.

De sfeer
De Leidse Schouwburg is een mooie lokatie, ook voor populaire muziek. Waar grote broer de Koninklijke in Den Haag het bekende Crossing Border ontving, blijft de Leidse niet zorgwekkend achter. In de grote zaal, in de bonbonnière en in ‘de directiekamer’ spelen bands en solisten. In de foyer, die steeds duidelijker uit twéé delen bestaat volgens het bezoekersgedrag, vond een ‘Ahhh…. dat weet ik, wie zijn dat ook alweer’popquiz plaats. Maar, veel beter dan ‘Den Haag’: je hoeft geen lastige keuzes te maken, want allen optredens sluiten een klein beetje overlappend op elkaar aan. Nergens is het echt dringen en proppen (okay, bij Alex Stolze in de kleine ‘directiekamer’ was het wel erg vol inderdaad). Dat merk je aan de ontspannen sfeer. In de foyer iets langer blijven kletsen met bekenden betekent niet meteen geen plek meer bij het volgende optreden.

Bijzonder
Ook deze editie was de kwaliteit hoog. Van aftrappers Yukon Club tot en met afsluiter I am kloot, maar da’s dan ook een internationaal bekende naam. Chauvinistisch gedacht was Matt Winston de beste, die komen uit Leiden. Maar dan doe je werkelijk groot onrecht aan alle anderen. Het wijste is geen ‘beste’ te proberen te vinden. Hoe vergelijk je Henk en Melle met Blackie & The Oohoos? Niet. Ook al niet omdat Henk en Melle, uit Den Haag, een eigen categorie vormen met ‘kleine liedjes’, maar wel bijzondere. Ze zitten met z’n tweetjes ergens tussen een solo-singer/songwriter en een volledig opgetuigde band. Op de keper heel eenvoudige muziek, maar o zo verslavend (daardoor?!).

Stevig
De mannen van Velvet presteerden het weer om muzikanten te programmeren die op het punt staan door te breken, of die gewoon meer aandacht verdienen. The Yukon Club trapte lekker stevig af. Meteen ook de toon zettend: geen voor- of achtertoneel maar op één rij met z’n vieren (geen drummer), energiek en met verrassende stijlwisselingen, zij het dat dat tegenwoordig blijkbaar ook als ‘duister’ wordt gezien. Blackie & The Oohoos (volgens de aankondiging “één van de spannendste bands van België”) had daar ook wat last van. Duister? Nee, maar wel muziek waar je af en toe werd ingezogen zoals ‘underground’ dat deed, waar je even bij moet lúisteren (of, voor de snob, nadenken). Met een strakke basis in het werk van de drummer geen moment verveling oproepend. Af en toe dook de vergelijking met Warpaint op.

Complexer
In het vat zitten ook The Avonden en Torii. Die eerste deed bij vlagen denken aan Lou Reed. Dat soort van vergelijkingen doet muzikanten echter onrecht, want The Avonden is toch echt origineel anders. ‘Gedichten op muziek’ past ook, maar is evenmin goed passend. Misschien 22 oktober aanstaande in De Vrijplaats gaan kijken, want daar spelen ze dan. Toch even vergelijken, want Torii beschrijven is ook lastig. De beste vergelijking is die met de dynamiek van Future Islands, maar dan klopt het muzikaal weer niet goed want Torii bouwt de intensiteit op waar Future Islands zich er meteen in stort. Een klassiek-naar-een-climax-opbouwende gitaarband?! Dat Torii aanspreekt, is wel goed te zien: de bonbonnière was vol.

Beste
Geen beste zoeken dus en dat meteen loochenstraffen door enthousiast te zijn over Matt Winson. Uit Leiden! Als je ze in een vakje wilt stoppen, doe dat dan met Patrick Watson. Matt Winson heeft daar veel van weg, maar dan vooral de energieke ‘blijf hier maar ’s bij stilzitten’-nummers van hem. Dat wordt nog een ‘Patrick Watson, watch your back. Matt Winson is coming!’. Een top-optreden, het kan niet anders worden gezegd. Met Mathijs en Magnuss van Matt Winson praten over hun muziek is onderhoudend. Over muzikale invloed – Magnuss is conservatorium opgeleid jazzmuzikant, over de vraag of er echt een tweedeling bestaat tussen mensen die naar je teksten luisteren en mensen die een totaal horen maar daardoor de teksten missen, over de vraag – die Marcel van Schooten overigens opwierp – of niet ook de Leidse bands meer zouden moeten uitdragen dat ze uit Léiden komen. Aanstormend mag je Matt Winson wel noemen. Ze doen mee aan de Grote Prijs voor de Bollenstreek – die hen, onterecht, karakteriseert als “singer-songwritertrio” waar de vierkoppige band véél meer is -, aan de Popronde “we hebben er al twaalf optredens opzitten” en vooral: ze brengen in februari hun album Woodfalls uit (het zal toeval zijn, maar Patrick Watson bracht een paar jaar geleden Wooden Arms uit).

I Am Kloot
Was hij nu wel of niet tipsy? Of is Welshman John Bramwell (I Am Kloot) gewoon zo? Zijn solo optreden stond als een huis, met oudere en nieuwere nummers, op de gitaar bijna foutloos gespeeld en foutloos gezongen. I am Kloot is mét band, vooral strijkers, net een tikkie indrukwekkender, maar Bramwell maakte met dit optreden wel glashelder dat een goed optreden inhoudt dat alles moet kloppen. Zijn teksten zijn góed verstaanbaar, de gitaar kan snoeihard scherp klinken en vertederend klein. Daaraan lijkt het (Nederlandse, in het Engels zingende) singer/songwriters soms te ontbreken. Met z’n grappen waar hij zelf nog heel aanstekelijk het hardst moest lachen, heeft hij vanaf de eerste seconden het publiek al om z’n vinger gewonden. Dat die soms langs de rand scheren – “you sounded like something between a cow and a cat” tegen iemand op de eerste rij, “thought they’d never leave” nadat mensen weg gingen – maar die lach haalde iedere scherpe rand eraf. Jammer genoeg ook van de mededeling dat hij Leiden, de schouwburg en vooral Velvet zo leuk vond dat hij de wereldwijde lancering van het volgende I Am Kloot-album bij Velvet wil doen. Een “exclusive release”, hij zei het echt. Om 00.05 uur was het gedaan. Bramwell had in andere woorden toen al duidelijk wat velen in Leiden weten: een mooie stad met veel goede muziek, doe er wat mee.

Delen
Venetië van het Westen - waterpendel

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Jan van der Sluis

Schraapt het liefst aan de oppervlakte in de verwachting dat daaronder iets echt leuks is te vinden.

Je bent nu offline