Jarenlange investering in jeugd werpt vruchten af bij DIOK

2

Dat een Ereklasseclub niet zonder goede jeugd kan, is een open deur. Maar binnen het rugby, wat toch een relatief kleine sport is in Nederland, had je als club geluk als je überhaupt over genoeg spelers in een specifieke leeftijdscategorie kon beschikken. Nu de rugbysport sterk groeit is dat voor de meeste clubs een zorg uit het verleden.

Van de DIOK-jeugd naar Colombia en Zuid-Afrika
DIOK investeert al een aantal jaar serieus in haar jeugd met gekwalificeerde coaches en een gedegen opleidingsplan. De talentvolle 19-jarige Mees van Oord is daar een mooi voorbeeld van. Als fly half, het rugby equivalent van de spelverdeler, heeft hij een belangrijke en hele zichtbare rol op het veld. Zijn rugby carrière begon op zijn zevende bij de Leidse club. Meegekomen met een rugby-spelend vriendje heeft hij de DIOK nooit meer verlaten. Inmiddels is Mees een vaste waarde in het eerste team, nadat hij op zijn 17e zijn debuut maakte. Dat het hem niet is komen aanwaaien blijkt wel als hij vertelt wat hij allemaal gedaan heeft om te komen waar hij nu is: “Mijn HAVO heb ik aan de rugbyacademie in Den Haag gehaald. Elke dag trainen voor school, het was best een investering. Daar zijn natuurlijk ook mooie dingen uitgekomen. Op mijn zestiende werd ik uitgekozen om de academie in Colombia te vertegenwoordigen en DIOK heeft mij dit jaar op trainingsstage in Zuid-Afrika laten gaan. Dat was natuurlijk heel bijzonder. Verder ben ik uitgekomen voor alle leeftijdsklassen van jong oranje. De keerzijde is echter ook dat ik bijna een jaar geblesseerd ben geweest en flinke teleurstellingen heb moeten incasseren in selectierondes voor verschillende EK’s.”

Kind uit een rugbyfamilie
Precies tien jaar ouder is Tom Altink, de indrukwekkende nummer acht van DIOK. Frappant zijn de overeenkomsten tussen de twee heren. Niet alleen qua rugby carrière, ook qua persoonlijkheden hebben ze gelijkenissen. Beiden zijn bescheiden over hun successen en wijden daar alleen na doorvragen over uit. Net als Mees begon ook Tom al vroeg met rugby. Met een vader, Dick Altink, die meervoudig rugby international was en een moeder die ook rugbyde was het eigenlijk logisch dat de jonge Tom op zijn 5e al klaar stond om naar DIOK te gaan. Zijn hele jeugd speelde Tom bij DIOK, waar hij toen al met zijn huidige teamgenoten Diego Duijn, Bas Leupen en Arthus Ross in het team zat. Ook speelde hij vaak met zijn eigen broers Jim en Nic in een team. Tot aan het eerste team van DIOK aan toe.

Een DIOK-ker bij de Harlequins
Niet alleen viel Tom op bij nationale selecties, ook bij DIOK werd hij al op zijn zestiende naar de senioren gehaald. Twee wedstrijden speelde hij destijds bij het tweede team, maar sindsdien heeft hij zijn plek in het eerste altijd behouden. Internationaal timmerde Tom ook aan de weg: “Met Nederland U18 speelden we een toernooi in Treviso in Italië. Daar ben ik gescout door de Harlequins uit Londen. Een mooie kans natuurlijk om bij zo’n club te spelen. Ik ben in eerste instantie gegaan voor een stage en mocht blijven, maar het was verstandiger om eerst mijn middelbare school af te maken in Nederland. Een door DIOK georganiseerde trainingsstage in Zuid-Afrika en ook een stage bij Stade Français volgden. Daarna bleek dat ik niet alleen 15-a-side leuk vond, ook het Sevens spel, de snellere vorm van rugby, paste heel goed bij mij. Samen met Leon Koenen zat ik een aantal jaar in de nationale Sevens selectie en speelden we tegen de grote rugby landen in de Grand Prix. Een mooie tijd waar ik bijna elk weekend in het buitenland zat.” Naast Sevens bleef Tom ook Fifteens spelen, zowel in de nationale selectie als bij DIOK.

Vrienden voor het leven
Beide mannen kijken terug op een mooie jeugd bij DIOK, waar ze vooral ook vrienden voor het leven hebben gemaakt. “Doordat ik in Den Haag op school zat, had ik niet veel vrienden in Leiden. Rugby heeft mij uiteindelijk mijn beste vrienden opgeleverd.” Tom beaamt dat: ”Ik ben er een jaartje tussenuit geweest om dat het met mijn werk, studie en privéleven lastig te combineren was. Uiteindelijk miste ik het rugby natuurlijk wel, maar als mijn vrienden niet bij DIOK hadden gespeeld weet ik eigenlijk niet of ik weer was gaan spelen.”.

De onderlinge competitie is groot
Dit seizoen gaat het bij DIOK1 voor de wind. De eerste drie competitiedagen zijn winnend afgesloten en ook in de BeNeCup stond DIOK in de finale. Daar grepen de Leidenaren net naast de beker, maar de verschillen met de uiteindelijke winnaar RC ’t Gooi waren klein. “Als ik kijk naar het huidige niveau van de Ereklasse dan kan ik niet anders dan beamen dat het omhoog is gegaan vergeleken met 10 jaar geleden”, vertelt Tom. “Ook bij DIOK is het niveau hoger dan toen ik in de Ereklasse begon”, gaat Mees verder. “Toen ik begon speelden we in de degradatie poule. Prima voor mij om te beginnen, maar er is wel veel veranderd. Een plek in het eerste team is geen garantie meer. De competitie, ook onderling, is groot. Iedereen op dit niveau wil natuurlijk uiteindelijk in het eerste spelen. Je moet er dus voor zorgen dat je altijd fit bent en goed speelt. Twee keer per week trainen is allang niet meer genoeg. Naast de DIOK-trainingen train ik zelf bijvoorbeeld ook nog drie keer per week bij het NTC (Nationaal Talenten Centrum).” Op de vraag hoe het is om op jonge leeftijd mee te spelen op het hoogste niveau zijn de heren eensgezind. “Technisch ben je goed onderlegd en je hebt inzicht, daar kom je een heel eind mee. Uiteraard loop je niet recht in op een grote forward, maar je krijgt hem wel neer met een goede tackle”, legt Tom uit. “In de Ereklasse wordt nu ook modern rugby gespeeld, het is sneller en dynamischer, pick–and-go zie je bijna niet meer. Ik vind het bij het tweede er eigenlijk harder aan toegaan. Bij het eerste gaat het meer om snelheid gecombineerd met kracht”, vult Mees aan.

Toekomst in de zorg
Niet alleen hun jeugd vertoont grote overeenkomsten, ook voor de toekomst bewandelen de heren een soortgelijk pad. Tom heeft onder andere fysiotherapie gestudeerd en werkt naast een fulltime baan als beleidsmedewerker bij een zorgverzekeraar ook als parttime als fysiotherapeut. Mees is net gestart met zijn opleiding tot fysiotherapeut aan de Hogeschool Leiden. Voor beiden was de stap richting de zorg logisch. “Als speler ben je bewust bezig met je lichaam, je gezondheid. Je weet wat welke spieren doen, dat maakt de stap in deze richting makkelijker. Bovendien ben je, zeker in de sport, natuurlijk een soort van ervaringsdeskundige. Dat maakt het begrip voor je patiënten wel beter”, vertelt Tom. Mees is het daarmee eens: “ Mijn vader is ook fysiotherapeut. De verhalen die hij daar over vertelde vond ik altijd interessant, dat trok me aan. Daarnaast is het een hele praktische opleiding, dat past wel bij me. Maar de studie, dat is wel veel stof, ik krijg veel informatie”, lacht hij.

Zorg goed voor jezelf en geef niet op
Natuurlijk hebben de fly half en de nummer 8 ook nog wel tips voor de DIOK-jeugd. “Als je ambities hebt, geeft dan niet op. Ik heb zelf grote tegenslagen gehad toen ik niet geselecteerd werd voor het EK en toen ik geblesseerd raakte. Ik heb niet opgegeven en ben trots waar ik nu sta. Ik blijf door gaan”, legt Mees bevlogen uit. “Werk hard voor je doelen, zorg goed voor je lichaam, maar ook voor je sociale leven. Je hebt beide hard nodig voor een succesvolle rugby carrière”, vult Tom aan.

Drie topwedstrijden in drie weken
DIOK1 heeft een drietal stevige wedstrijden voor de boeg. Op zaterdag 13 oktober wordt thuis gespeeld tegen koploper Cas RC. Op zaterdag 20 oktober speelt DIOK1 uit tegen de geduchte tegenstander RC Hilversum en op zaterdag 27 oktober vindt de revanche van de BeNeCup finale tussen DIOK1 en RC ’t Gooi plaats aan de Smaragdlaan in Leiden. Alle wedstrijden beginnen om 15.00 uur en de toegang is gratis.

Delen

2 reacties

Je bent nu offline