Snouck Hurgronje: Het advies om ‘hen zeer gevoelig te slaan’ (aflevering 4)

2

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) is de bekendste Leidse Islamgeleerde. Minder bekend is dat juist hij de methode bedacht waarmee rond 1900 de koloniale oorlog in Atjeh zowat gewonnen werd. Dit was de bloedigste oorlog uit de Nederlandse geschiedenis. Schrijfster en onderzoekster Vilan van de Loo duikt diep de archieven in en publiceert op Sleutelstad.nl twaalf weken achter elkaar een column.

Chris de Waard in gesprek met onderzoekster Vilan van de Loo over het privéleven van Snouck Hurgronje, zijn ‘geheime huwelijken’ verborgen kinderen.

In 1892 schreef Christiaan Snouck Hurgronje het voorwoord van het belangrijkste boek uit zijn carrière. In ‘Het Atjeh-verslag’ richtte hij zich tot de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, die hij het werk aanbod. In een enkele zin omschreef hij de inhoud ervan: “Mijn hoofdoogmerk bleef steeds het verkrijgen van een juist en volledig beeld van het Mohammedaansche leven in Atjeh en van deszelfs invloed op de politieke en maatschappelijke verhoudingen des lands.” Met andere woorden: alle informatie over de Islam in Atjeh.
Inclusief politiek en maatschappij.

Dat was nogal veel. Het verslag is een antropologische studie met een politieke suggestie, of beter gezegd een eigen programma, de waarheid volgens Snouck Hurgronje, over hetgeen de regering in Nederland te doen stond:

Tevens heb ik met vrijmoedigheid mijn oordeel over een en ander geformuleerd en daaruit eenige conclusies getrokken ten aanzien der beginselen, die m.i. de gedragslijn des Bestuurs in Atjèh voor het vervolg zouden moeten beheerschen om tot het gewenschte doel te leiden.

Het gewenschte doel dat was: totale onderwerping van Atjeh aan het koloniale gezag. Hoe dat bereikt kon worden, was duidelijk: ” Hen [de Atjehers]zeer gevoelig te slaan, zoodat vrees de Atjehers weerhoudt van de gevaarlijk geworden aansluiting aan die bendehoofden, is eene conditio sine qua non van het herstel der rust in Groot-Atjèh.”

Met ‘gevoelig slaan’ bedoelde hij de inzet van militair geweld. Alleen daarvoor zou de bevolking buigen en vervolgens meewerken met het Nederlandse gezag. Het hoe en verwaarom legde Snouck verder uit in dit verslag. Het bevatte verbazend veel details uit het alledaagse leven. Inside information, zoals nog nooit eerder in Nederland beschikbaar was geweest over Atjeh. Met het tweedelige De Atjehers (1893/1894) trok Snouck een groot publiek voor zijn kennis. En menigeen vroeg zich af: hoe weet hij dit alles toch?

Goed onderzoek doen, zeg je dan.
De methode Snouck Hurgronje van de – zoals dat heet – participerende observatie was bekend. Maar de mate waarin, die was nog niet zo algemeen bekend in het vaderland. Beter gezegd, die was geheim.

Ontdek hier de mythe over Christiaan Snouck Hurgronje. (Video: Kleef & Koop).

Gedurende zijn tijd in Atjeh sluit Snouck Hurgronje twee keer een Islamitisch huwelijk. De eerste keer in 1889 met Sangkana, met wie hij vier kinderen zal krijgen. Door dit huwelijk is het overduidelijk dat Snock opgenomen is in de moslimgemeenschap van Atjeh; informatie ligt voor hem als het ware voor het oprapen.

(Foto rechts : P.S. van Koningsveld, 1982)

Maar dankbaar is anders. Wanneer in 1890, een jaar na het huwelijk, de Indische kranten erover schrijven, ontkent Snouck alles. Ja, hij was in de moskee toen er een huwelijk gesloten werd, en nee, het was niet het zijne. Dat huwelijk moet geheim blijven. Wanneer Sangkana in het kraambed van de vijfde sterft (1895), trouwt hij na enige tijd met Siti Sadija. Dat is in 1898. Ook zij krijgen kinderen, en een ervan, raden Joesoef senior is in de jaren 1980 van de vorige eeuw geïnterviewd door de Leidse islamonderzoeker P. van Koningsveld. Raden Joesoef is dan ver in de zeventig jaar. Hij vertelt:

dat wijlen vader niet wilde dat de zoons een goede opleiding kregen
dat wijlen vader wel per testament een som geld liet bezorgen
dat wijlen vader iedereen verbood naar Nederland te komen of zich anderszins als zijnde echtgenote, zoon of dochter te openbaren

Geheim, geheim, alles moest geheim blijven.
Vermoedelijk omdat Snouck Hurgronje wel voorvoelde, dat er morele grenzen zaten aan het participerende onderzoek.
Dus als er al vragen gesteld werden, dan ontkende hij gewoon. Dat moet hij buitengewoon overtuigend gedaan hebben, evenals die participerend observatie. Een van zijn grootste fans, Pieter van Calcar, veel later zijn als rector magnificus, schrijft in het dweepzieke De meester: “wat zou hij, wanneer het leven hem in andere banen had gestuwd, een geweldig tooneelspeler zijn geweest.”

Dan denk je bij jezelf: dat verklaart best veel.

Intussen viel het advies over het gevoelig slaan niet meteen goed bij de regering. Het zou enorm veel geld kosten, en er was geen garantie dat het geld terugverdiend zou worden. Men had ook meer vertrouwen in de eigen opvattingen. Het was ook eigenlijk van de gekke, dat een wetenschapper even ging uitleggen hoe Atjeh verslagen kon worden. Nee, over dat verslag moest eens duchtig vergaderd worden, lang en degelijk.

Maar het verslag bestond en bleef bestaan. Papier is geduldig. De kaarten zouden snel anders komen te liggen.

Volgende week: Het nut van een verrader.

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

Delen

2 reacties

  1. Zou er nou in het boek van Dröge, Pelgrim, niet veel van hetzelfde staan? Toch eens checken.

    • Hè ja, doe dat eens. Dan mag u daarna interessant komen doen in plaats van nu al vooraf. Wellicht valt dankbaarheid u ten deel, van lezers en wellicht Van de Loo, erkentelijk voor uw inspanningen en bijdrage aan de kennis van wegen en wandel van Snouck.

Over de auteur

Vilan Van de Loo

Je bent nu offline