Snouck Hurgronje: Minder macht, meer invloed (aflevering 7)

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) is de bekendste Leidse Islamgeleerde. Minder bekend is dat juist hij de methode bedacht waarmee rond 1900 de koloniale oorlog in Atjeh zowat gewonnen werd. Dit was de bloedigste oorlog uit de Nederlandse geschiedenis. Schrijfster en onderzoekster Vilan van de Loo duikt diep de archieven in en publiceert op Sleutelstad.nl twaalf weken achter elkaar een column.

Chris de Waard in gesprek met onderzoekster Vilan van de Loo over de almaar slechter wordende verstandhouding tussen Snouck Hurgronje en Van Heutsz.

Je hebt meningsverschillen waar je samen sterker uit komt. Of het nu een huwelijk of een vriendschap is, of een monsterverbond. En je hebt ook meningsverschillen waardoor je weet: nu ken ik jou opeens een stuk beter en ik weet nu zeker dat het never nooit gaat werken tussen jou en mij. Dat was de situatie tussen enerzijds de adviseur Christiaan Snouck Hurgronje en anderzijds de gouverneur van Atjeh Joannes Benedictus van Heutsz.

Geleidelijk aan waren er meningsverschillen gerezen tussen de twee. Over benoemingen van militairen op hoge posten die de een wel en de ander juist weer niet geschikt vond. Over de aanpak van het een, over de volgorde van het ander, over zus en over zo, en zo kwam het dat er uiteindelijk alleen nog maar één conflict nodig was om de kracht van monsterverbond in duizend stukken te doen breken. Dat conflict kwam er. Het ging over de aanleg van een renbaan in Koeta Radja, de hoofdstad van Atjeh.

Even een stapje terzijde. Paardenraces waren enorm populair onder de Europese bevolking. Denk aan Engeland, denk aan Ascot: volop dames die hun best doen op hun kleding. Heren in black tie. Volop entertainment. En dan de spanning nog van de paardenraces, met de mogelijkheid weddenschappen af te sluiten en opeens zeer rijk te zijn. Zo ongeveer was het in Indië.

Paardenraces golden als iets, dat elke beschaafde koloniale stad gewoon nodig had, en Koeta Radja ook. Tenminste, zo zag Van Heutsz dat. Hij had er zin in. Van Heutsz kon uitstekend paardrijden dus hij had kijk op wat een paard kon presteren en wat niet (denk aan de weddenschappen). Van Heutsz had kijk op dames, getrouwd of niet, hoe dieper een decolleté, hoe mooier hij het vond. Plus het idee dat paardenraces dus bijdroegen aan de beschaving. Het was een uitstekend plan van Van Heutsz, dat moet hij zelf ook gevonden hebben. En wie kon ertegen zijn?

Snouck Hurgronje was tegen. Want hij wist zeker dat de inheemse bevolking helemaal niet van paarden hield. Ze zouden gaan gokken op winnende paarden en gokken, dat was al zo’n probleem. Het stimuleerde op een verkeerde manier de paardenfokkerij. En daarbij en bovendien; overheidsgelden mochten niet voor zoiets frivools worden gebruikt. Snouck Hurgronje ging er vol in. Aan de hoogste baas van Indië, gouverneur-generaal Rooseboom, schreef hij: “Duizenden worden daar door de Inlander, wier dobbelhartstochten zoo gemakkelijk is op te wekken, op het altaar der renvereeniging geofferd.”

Dat was natuurlijk foute boel. Ten eerste, om naar de hoogste baas te hollen terwijl je een gesprek moet voeren met de hoogste baas min één. En ten tweede om zo’n toon aan te slaan, waarmee die hoogste baas zo ongeveer wel gedwongen was om partij te kiezen. Ook aan Van Heutsz schreef Snouck een brief op poten. Dat was een vergissing. Zo diende men niet om te gaan met Van Heutsz. Hij schreef koeltjes terug dat hij ‘hoogst verbaasd’ was.

Een viertal weken later stond in de krant dat de renbaan er zou komen. Snouck Hurgronje had zijn hand overspeeld. Het jaar erna vroeg hij om van zijn taak als adviseur van Van Heutsz ontheven te worden. Aldus geschiedde. Van Heutsz had een fantastische tijd op de renbaan. Maar hiermee eindigt deze geschiedenis nog niet. Snouck had – om een beeldspraak te gebruiken – een granaat gemaakt die op explosie lag te wachten en het was de vraag, wie erdoor gewond zou raken.

Ontdek hier de mythe over Christiaan Snouck Hurgronje. (Video: Kleef & Koop).

Met dank aan informanten uit de militaire gelederen werkte Snouck Hurgronje al geruime tijd aan een boek over een deel van Atjeh, over de Gajo en Alaslanden. Ook daarover voerde hij correspondentie met Van Heutsz die hem daarbij hielp waar hij kon: een kaart van het gebied, tolken, kennis van militairen die er op expeditie waren geweest. Het was bijna als vanouds: het samen eens zijn dat dit gebied een groot belang bezat en, indien mogelijk, onder het Nederlandse gezag diende te worden gebracht. In 1903 verscheen Het Gajosland en zijn bewoners. Een boek. De granaat die ging exploderen. Een krachtige invloed op de oorlog die zou komen.

Volgende week: Van Daalen gaat op pad

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

 

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Vilan Van de Loo

Je bent nu offline