Uitgegleden: dakloos in de Leidse regio

Het is 27 maart 2020 als aan de Rhijnvreugd in Leiden dozen met liters Bar le Duc mineraalwater de huizen worden binnengedragen. Het mineraalwater is bedoeld om mee te koken, handen te wassen en te drinken; alles waarvoor je normaal gesproken kraanwater gebruikt. Maar de locatie die De Binnenvest tijdelijk in gebruik heeft, blijkt over waterleidingen te beschikken die zoveel lood aan het drinkwater afstaan dat het een direct gevaar voor de gezondheid oplevert. En dus is van de ene op de andere dag het gebruik van dat leidingwater verboden.

Tijdens één van onze eerste bezoeken komt er zo’n nieuwerwetse stortbui uit de hemel en binnen een halve minuut druppelt er water langs het kozijn op de vensterbank en vloer. Niet geheel verrassend, want de woningen verkrotten: dakgoten die, weggerot, aan de uiteinden troosteloos naar beneden bengelen, houtwerk dat lang geleden voor het laatst een verfkwast voelde. Een paar maanden later staan er al wat kamers leeg. Bewoners worden verplaatst. Ook één van ‘onze’ daklozen is verhuisd; naar het buurhuis. Zijn oorspronkelijke woning heeft inmiddels een vloer die ruim twintig centimeter opbolt, ruikt naar rotting, en heeft van het plafond neerhangende schimmelslierten van zo’n twintig centimeter lang.

Nee, dit beeld is niet per sé typerend voor de dak- en thuislozenopvang in Leiden. Wél tekent het het gemak waarmee we invulling geven aan ‘een dak boven ons hoofd’. Dat vergelijken we met onze eigen situatie. En dát is allemaal niet vanzelfsprekend.

Dit artikel is onderdeel van een serie artikelen en podcasts waarin we een kijkje nemen in de wereld van de dak- en thuislozenzorg. De aandacht gaat vooral uit naar de spanning in het systeem; niet om zondebokken of schuldigen te vinden, maar om stil te staan bij de gevolgen van het denken en doen over dak- en thuisloosheid. Vandaar dat in deze artikelen namen niet worden gebruikt bij citaten, maar wel functieaanduidingen. Belangrijk om te weten, is dat het zoeken naar (botsende) belevingswerelden betekent dat beide een werkelijkheid vertegenwoordigen, maar ook dat ‘werkelijkheid’ niet synoniem is met ‘waar’. In deze serie gaat het niet om de vraag ‘wie gelijk heeft’.

Aantallen onbekend
Hoe moeilijk te bevatten deze wereld is, dient zich al direct aan als je op zoek gaat naar zoiets vanzelfsprekends als het aantal dak- en thuislozen. Dat weten we eigenlijk niet. Het CBS komt op basis van haar methodes tot een aantal van 39.300 in 2018 – een verdubbeling sinds 2009 – maar de Federatie Opvang – inmiddels gefuseerd tot Valente – schat in 2017 in dat het aantal twee keer zo hoog is (70.200). En VPRO’s radioprogramma Argos maakte documenten openbaar waaruit blijkt dat ook gemeenten niet zeker weten hoeveel dak- en thuislozen zij in de gemeente hebben. In feite nemen ze allemaal het aantal opvangplekken tot uitgangspunt. In Leiden zouden er dan tussen tweehonderd en vierhonderd daklozen zijn.

In de dak- en thuislozenzorg verandert momenteel heel veel. Crises zorgen voor een toename van het aantal hulpvragers. Het beleid, dat iedere gemeente moet zorgen voor zijn ‘eigen daklozen’, zorgt voor andere verhoudingen tussen gemeenten, maar ook tot de vraag of iedere gemeente wel voldoende is toegerust om opvang te regelen. De redenen waardoor mensen bij de dak- en thuislozenopvang aan moeten kloppen, worden complexer; ‘geen dak boven het hoofd’ is te gemakkelijk gedacht; bijna altijd is er (veel) meer aan de hand. Dat op zijn beurt zorgt ervoor dat meer instellingen, meer disciplines moeten worden ingeschakeld. Meer dan ooit worden er nu ook jongeren en gezinnen opgevangen.


Abonneer je op ‘Uitgegleden’ via Apple Podcasts, Spotify, Google Podcasts, Soundcloud of Stitcher en blijf op de hoogte van nieuwe afleveringen.

Waardigheid
Het is misschien wel de vervelendste vraag die we stelden aan managers: wat is de kern van jullie werk eigenlijk? Of de vragen naar de ruimte die zij hebben en de persoonlijke mening over wat nodig is. De directeur die dan ‘meer rust en ruimte’ wil voor de bewoners: “Het is geen bladzij die je omslaat. Vaak is het een opeenstapeling van trauma’s en heb je hersteltijd nodig.” Maar ze ziet ook de druk: “bijvoorbeeld bij het snel doorgroeien naar zelfstandig wonen: ‘is dat écht wel goed?’”. Of de net aangestelde manager die, enigszins verrast, vaststelt dat haar verwachting ‘dat het dankbare mensen zouden zijn’ niet helemaal klopt, en ‘dat het ook gewoon mensen zijn met verwachtingen en eisen’. Echt verbazen doet het haar ook weer niet ‘want je moet proberen iedereen als méns te zien, zoals jezelf, en dan heb je toch ook wensen en waardigheid?’.

Jarenlang is het gewoonte dat een centrumgemeente als Leiden de opvang op zich nam. Daar is dan een heel voorzieningensysteem met daaraan gekoppeld kennis te vinden. Maar Nederland decentraliseert, want ‘het beste niveau om de burger te kennen, is het gemeentelijke’. En dus vertellen in een randgemeente van Leiden de procesregisseur crisis en de beleidsmedewerker maatschappelijke opvang hoe in hun gemeente sindsdien een heel systeem is opgetuigd, voor de ‘eigen’ dak- en thuislozen.

Niet geheel zelfstandig, want samenwerking en kennisdeling met andere gemeenten blijven van groot belang, zeker voor weinig voorkomende casussen. En de gemeente pakt de enkelvoudige problematiek-gevallen op. Voor de multiproblemen, zoals psychiatrische aandoeningen en verslavingsproblematiek, is er een doorverwijzing naar De Binnenvest in Leiden. “We hebben hier in de gemeente geen daklozen, maar vooral thuislozen. Dat is een handvol, voor een kleine gemeente wel te behappen.” Ondertussen is er wel een procesregisseur voor 22 uur per week op de loonlijst verschenen.

Maatwerkbelemmeringen
‘Maatwerk’ en ‘de klant centraal stellen’ zijn mooie woorden en mooie uitgangspunten. Maar wie eerlijk is, moet vaststellen dat dat eigenlijk nergens lukt. Systemen, systeemvereisten, normen en vooral controleerbaarheid dwarsbomen dat. De directeur zegt dan wel ‘dat artikel vijf moet worden toegepast’ – het door de vingers zien en soepel omgaan met regels – en de diverse uitvoerend medewerkers geven aan dat ook wel te proberen.

Toch maken structuren, procedures en regels de weg van droom naar daad vaak onmogelijk. Niet per sé omdat dat zo is bedoeld, maar wel omdat de problematiek waarmee men werkt de inzet van ook andere disciplines en instituten vereist, met andere werkwijzen, perspectieven en doelen. Een samengesteld probleem kan dan leiden tot botsingen tussen – en ook binnen – organisaties. Een financieel probleem dat had kunnen worden opgelost door (tijdelijk) de huur te verlagen – hetgeen wettelijk ook mogelijk is. Of, zoals in Leiden een extern adviseur het verwoordde ‘men belemmerde zichzelf (in Zaanstad, red.) met regels die er niet zijn’! Gewoontes en werkprocessen werden soms opgevat als regels.

Maatwerk. Inmiddels zijn we in de situatie gekomen waarin de redenering ‘maar als ik het jou gun, krijgt iederéén er recht op!’ dat dwarsboomt. Maatwerk en ‘gelijke monniken, gelijke kappen’ staan op gespannen voet met elkaar. Wat voor de een werkt, doet dat niet voor iedereen. Van de daklozen die we spraken, kregen we dat dan ook terug: maatwerk leveren is niet voor iedere werker weggelegd en maatwerk vereist iedere keer weer opnieuw inspanning van de werkers.

Afhankelijkheid
Regels zijn meestal organisatiegebonden. Dat leidt, als gezegd, mogelijk tot botsingen tussen organisaties vanwege ongelijke doelen. Een sociale dienst – óók maatwerkend – zal vanwege het doel van de Participatiewet meer en dwingender zijn gericht op arbeidsinpassing. Dat is één van de geluiden die we herhaaldelijk hoorden; dat er flexibiliteit nodig is. Tegelijk – en het bijzondere – het geluid dat die niet wordt gegund, dat ‘anderen’ niet flexibel (genoeg) zijn.

Het gaat onbewust, maar de cliënt wordt op die manier vanzelf een subject, iemand met wie iets wórdt gedaan. Opvallend signaal daarvoor is de terminologie. Een cliënt dient zich ‘begeleidbaar’ op te stellen. Er bestaat een systeem van gele en rode kaarten, waarmee het gedrag van de cliënt wordt gestuurd en bestraft. Omdat de criteria voor een gele of rode kaart niet tot in detail zijn uitgewerkt maar thema’s aangeven op basis waarvan kan worden ingegrepen, is het van het grootste belang – noodzakelijk zelfs – dat er een click is tussen cliënt en begeleider(s). Ook dat is maatwerk. Dát er regels zijn, is niet het probleem; de uitdaging is hoe ermee wordt omgegaan. Uit een verder gelegen verleden puttend, sprak één van onze gesprekspartners over ‘een schorsing omdat ik paracetamols had en er eentje aan iemand anders gaf’. Want, zo bleek, een paracetamol is een pilletje en die worden geassocieerd met drugs. Verboden dus.

Vaardigheden
Op tal van gebieden is de afgelopen decennia het nut en het voordeel ontdekt van de ervaringsdeskundige. Op basis van eigen ervaring helpen zij anderen in een vergelijkbare situatie. Daarmee is wel meteen ook een discussie de organisaties binnengebracht die gaat over de specifieke kwaliteiten van enerzijds de professionele hulpverlener en anderzijds de ervaringsdeskundige. Ook in Leiden leidt dat tot spanning doordat professionals zich in hun kuif gepikt voelen door (ex-)daklozen in de rol van ervaringsdeskundige. Omdat de ervaringsdeskundige zo’n territoriumgevecht vaker verliest dan wint, is de opbrengst uiteindelijk alleen maar negatief: een verminderd vertrouwen en een heel gevoelige knak van het zelfbeeld.

Het is niet voldoende beleidsdoelen te herformuleren en dan te verwachten dat de praktijk die zal (kunnen) volgen. Een andere manier van omgaan met cliënten – of dat nu in de ouderenzorg is, de sociale dienst of de maatschappelijke opvang – vereist mensen die dat ook kúnnen. In dat licht is maatwerk leveren óók maatwerk – flexibiliteit – binnen en tussen organisaties.

Verantwoording
Deze serie artikelen hoort bij een serie podcasts waarin we, meer dan in de artikelen, de daklozen zélf aan het woord laten. In de artikelen willen we het materiaal aanreiken om die geluiden in perspectief te plaatsen. Het project Uitgegleden is tot stand gekomen dankzij een financiële bijdrage van het Leids Mediafonds. Niet onvermeld mag blijven, is de rol die Hans de Kinderen had om ons links en rechts te introduceren, en de rol van ambtenaren, hulpverleners en bestuurders die ons openhartig te woord stonden.

In dit artikel komen aan het woord: Emmy Klooster (directeur De Binnenvest), Jessica Olij (manager Ambulant De Binnenvest), Cyriel Thomas (beleidsmedewerker Maatschappelijke Opvang gemeente Noordwijk), Sonja Wolters (procesregisseur Crisis gemeente Noordwijk), Martijn Schut (extern adviseur Schulden en Armoede), Hans de Kinderen (ervaringsdeskundige De Binnenvest).

Leestip
Voor wie is geïnteresseerd in meer achtergrondinformatie: Michael Lipsky – Street-level bureaucracy: dilemmas of the individual in public services (2008) en Eelke Blokker/IPP – Transformeren voor gevorderden. Actieonderzoek Hemelse Modder Zaanstad (2013)

Leiden Maatschappij Regio Uitgegleden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon
071 - 5235907

Whatsapp
06 - 16811160

×