Gemeente blundert opnieuw met Aalmarkt

16

Er lijkt een vloek te rusten op het Aalmarkt-project. Wie nu meerderjarig is, heeft de eerste plannen voor de ‘upgrade’ van het winkelgebied rond de Aalmarkt misschien nog net meegekregen, want zo lang doet de gemeente er al over om de voormalige Sleutelhof-plannen te realiseren. In 1993 kwam uiteindelijk het eerste plan op tafel. De laatste jaren hebben we het in Leiden over het Aalmarkt-plan als we het hebben over de sloop van de Aalmarktschool, de sloop van monumentale panden in het stadscentrum en de onteigening van panden in het gebied.

Dat laatste vormt nu opnieuw een breekpunt, want de gemeente blijkt fout op fout te hebben gestapeld bij de onteigeningsprocedures. De Rijksoverheid heeft een groot aantal bezwaarmakende eigenaren nu in het gelijk gesteld. Op 18 april heeft ‘de Kroon’ besloten tot een ‘gedeeltelijk onthouding van goedkeuring aan het onteigeningsbesluit Aalmarkt,’ zo is inmiddels in de Staatscourant gepubliceerd. Oppositiepartij het CDA is woedend over deze zoveelste blunder en wil van het College van B&W weten wat de gevolgen zijn van deze nieuwste vertraging.

De gemeente is al jaren bezig om panden in het Aalmarkt-gebied op te kopen. Waar dat niet lukte, begon men een onteigeningsprocedure. De onteigening van onder andere de Aalmarkt 17 (het gat van Van Nelle) en 18, van de Mandemakersteeg 1a, 5, 8 (het Waagpleintje) 9, 11, 15 en 8 en de Stille Rijn 7 en 7a, gaat niet door. Bij een aantal percelen vergat de gemeente de zittende huurders te melden dat er een onteigeningsprocedure startte. Bij de panden van de apotheek aan de Mandemakersteeg heeft de gemeente niet aangetoond dat onteigening nodig is en bij Aalmarkt 18 ontbreekt de noodzaak tot onteigening helemaal, omdat de eigenaar de nieuwe bestemming zelf kan realiseren. “Al met al een flinke blunder van de gemeente die voor forse vertraging zal zorgen. Volgens deskundigen zal een nieuwe onteigeningsprocedure zeker anderhalf jaar duren,” zo schrijven de CDA-raadsleden Abraham Flippo en Moniek van Sandick.

Stadsgehoorzaal
Het CDA wil ook weten of de nieuwe problemen in het Aalmarkt-gebied voor nog meer vertraging zorgen bij de verbouwing van de Stadsgehoorzaal. Vorige week werd al bekend dat die verbouwing daarvan opnieuw een half jaar langer gaat duren en bovendien 1,6 miljoen extra gaat kosten.

Aalmarktschool
Ook de inmiddels gesloopte Aalmarktschool baart het CDA zorg: “Het stilleggen van de hele uitvoering moet niet als gevolg hebben dat we een tweede ‘Gat’ in deze stad krijgen, omdat de gemeente haar zaakjes niet op orde heeft”.

Delen

16 reacties

  1. Jan de W. op

    Wat een stelletje amateurs. Hebben we er nu weer een gapend gat bij voor vele jaren???
    Geeft niets, zetten we daar ook gewoon een schaamlap voor.

  2. diederick op

    1993 begon  die zottigheid…Welk gemeentebestuur zat er toen in Leiden ?

    En alles wat fout gaat ..Is dit bedrijfsblindheid !!

    Of heerst er bij de vorige en deze Gemeente een lees- en calculatie- blindheid ??

    Heer Lenferink doe hier eens wat aan!!!!

  3. marcellus op

    ūüôā
    … ik zeg niks …
    ūüôā

    O nee, toch wel >

    De verzamelde collectivisten in ’s lands bestuursorganen moeten eens wat meer respect gaan krijgen voor privaat eigendom,
    en er niet meer zomaar vanuit gaan dat zij zich het eigendom van anderen zomaar toe kunnen gaan eigenen.

    Hooghartig bestuur kan zich te vaak verschuilen achter de ondoorzichtige wir-war van regelgeving. Het is goed dat dat hier nu even niet opgaat.

    En wat betreft het tot nu toe verknoeide belastinggeld: laten we daar nu eens iemand persoonlijk voor aansprakelijk gaan stellen.

  4. E. Meijer op

    Elders schreef ik:
    Weer lijken uit de kast van het vorige college en weer blunders van de dienst Bouw en Wonen, waarvoor Ron ‘Beton’ Hillebrand verantwoordelijk was. Ik kan zo snel niet beoordelen wat het huidige college nog had kunnen doen, maar wat meer terughoudendheid jegens deze plannen was wellicht beter geweest. Tegenstanders van het megalomane Aalmarktproject in de huidige Hillebrandiaanse vorm zullen zich bijkans een breuk lachen, als ze het bovenstaande artikel lezen. Ik heb het inmiddels gedaan. Minder leuk is dat er weer een financi√ęle tegenvaller dreigt, na het fiasco met de Stadsgehoorzaal (dezelfde schuldigen).(…)
    Overigens kan ik me niet herinneren dat het CDA tegen het Aalmarktproject was, integendeel. Nog in januari heeft de CDA-fractie ingestemd met de onteigening van Aalmarkt 5 en 6. Die fractie zal dus ook wel met eerdere onteigeningen akkoord zijn gegaan. Maar goed, de vragen moeten worden gesteld. Maar er moet meer gebeuren. Het lijk me zelfs noodzakelijk om een gedegen onderzoek naar het functioneren van de betreffende dienst te laten instellen en de [gemeentelijke] Rekenkamer eens naar het een en ander te laten kijken. De rapporten zouden wel eens vernietigend kunnen worden.

  5. Abraham Flippo (CDA) op

    Beste Eltjo,

     

    Jouw suggestie, dat het CDA voor de onteigening van alle panden in het Aalmarktgebied was, moet ik met kracht tegenspreken. Om dit te adstrueren voeg ik hieronder een deel van het verslag van de commissie voor Ruimte en Bereikbaarheid van 8 juni 2006 toe. De argumenten die Jan-Jaap de Haan hier aanvoert, waarom het CDA tegen die onteigeningen zijn, blijken nu ook de gronden te zijn, waarop de Kroon goedkeuring heeft onthouden aan de onteigening daarvan. 

     

    De heer De Haan kan nog niet akkoord gaan met de beantwoording van de brieven en daarmee ook niet met het besluit de onteigeningsocedure te starten, in elk geval niet voor Aalmarkt 18 en de panden langs de Mandenmakerssteeg, de panden van de apotheker en dat waarin de schoenmakerij is gevestigd. Zijn fractie is van mening dat de procedure veel te laat op gang is gekomen. Het stads­vernieuwingsplan is in oktober 2003 vastgesteld. Uit de brieven en opmerkingen van insprekers valt op te maken dat vervolgens pas in 2005 actie is ondernomen. Uit de correspondentie blijkt tevens dat er weinig duidelijkheid is en dat er nergens een concreet, schriftelijk bod is gedaan. In dat geval kan niet tot onteigening worden besloten. Het moeilijke van deze zaak is tevens de vele verschillende gevallen. Er is bijvoorbeeld besloten dat het pand van Vögele moet wijken, terwijl voor de panden aan de Aalmarkt en de Mandenmakerssteeg een andere bestemming gerealiseerd moet worden.

     

    Mevrouw Van Dongen is naar de voorlichtingsavond geweest over het gedeelte van de Aalmarkt­plannen waarin de Mandenmakerssteeg een rol speelt. Zij heeft begrepen dat daar een doorgang van het pleintje naar de cultuurtuin mogelijk gemaakt moet worden. In dit geval zou bij onteigening al een soort voorbehoud gemaakt kunnen worden.

     

    De heer De Haan denkt dat de doorgang onveranderd blijft en dat in de Mandenmakerssteeg geen sloop is voorzien, in elk geval niet in de panden van de apotheek.

     

    Mevrouw Van Dongen is er niet 100% zeker van maar heeft begrepen dat het plan is om daar ook een stuk te slopen.

     

    De heer De Haan denkt dat zijn stelling over een aantal onduidelijke punten hiermee wordt bevestigd. Voor de CDA-fractie is het zelfrealiserend vermogen van mensen in de stad het uitgangspunt. Het particulier initiatief moet volop benut worden. Er zijn twee voorbeelden van mensen die hiertoe absoluut bereid zijn. Met name met de situatie van de apotheker is op een schandalige manier omgegaan. Wat de gemeente nu voorstelt, heeft deze zelf zeven jaar geleden voorgesteld. Hij kreeg geen vergunning om Breestraat 72 en 74 met elkaar te verbinden en is toen in de Mandenmakers¬≠steeg gaan uitbreiden. Nu wil de gemeente daar gaan onteigenen. Deze onder¬≠nemer is volledig bereid de panden geschikt te maken zoals de gemeente wil. Hij heeft 1,5 miljoen euro in de panden ge√Įnvesteerd toen de toekomst van het gebied nog volstrekt onduidelijk was. Het geeft geen pas dat hij daar op deze manier voor wordt beloond.

     

    De heer Keereweer denkt dat het belang van het zelfrealiserend vermogen door alle fracties wordt onderschreven. Hij vraagt of het CDA bewust het risico neemt dat het hele Aalmarktproject jaren vertraging oploopt als dat vermogen in de praktijk toch tegen blijkt te vallen.

     

    De heer De Haan stelt dat het college er de afgelopen jaren niet in is geslaagd de mensen duidelijk te maken wat de bedoeling is met die panden. Het begrip moderniseren is ge√Įntroduceerd. ‚ÄúZeg mij wat moderniseren is en ik zal zien of ik het kan uitvoeren‚ÄĚ, heeft de eigenaar van de schoenmakerij gezegd. Dit had al in 2004 en 2005 boven tafel kunnen komen. Nu wordt de suggestie gewekt dat het pand aan V√∂gele gegeven dient te worden. Als ambtenaren dit zeggen, worden ondernemers tegen elkaar uitgespeeld. Het college valt te verwijten dat er nu al anderhalf tot twee jaar vertraging is. In die twee jaar had samen met de apotheker gewerkt kunnen worden aan een plan voor de Mandenmakers¬≠steeg. Sterker nog, deze eigenaar heeft zijn eigen bouwwerkzaamheden stopgezet om de flexibiliteit te hebben om zich aan te passen aan het Aalmarktplan, waar hij voorstander van is. De wethouder heeft gezegd dat de onteigeningsprocedure volstrekt geoorloofd is, maar voor een aantal panden is dit beslist onwenselijk. Op deze manier worden mensen met goede wil gestraft omdat de wethouder zijn huiswerk niet gedaan heeft. Bovendien vindt spreker het geheel juridisch zwak. Hij kan niet anders dan negatief zijn. Deze mensen hebben getoond bereid en in staat te zijn om de controle op kwaliteit en de wijze van realiseren in eigen hand te nemen. Dan is er geen grond voor een onteigenings¬≠procedure. Die kan hooguit gebruikt worden om het stadsvernieuwingsplan te realiseren. Pas als dat niet gerealiseerd kan worden, is er grond om te onteigenen.

     

    De heer Zevenbergen is het niet eens met het onderdeel van het betoog van de heer De Haan over kwaliteit. In Amsterdam aan de Zeedijk is onteigend om panden die dermate slecht van beeldkwaliteit waren een beter aanzien te geven, evenals de hele buurt. Dit is goedgekeurd door de rechter. Spreker is het met de heer De Haan eens dat men het zelf moet doen als dat mogelijk is.

     

    De heer De Haan stelt dat het hier niet over de rosse buurt, kraaksituaties of afbraakpanden gaat. Het gaat hier hooguit om panden met wat achterstallig onderhoud omdat men heeft afgewacht wat er uiteindelijk besloten zou worden. Mensen zijn zeer wel in staat hier iets aan te doen. Met name om die reden kan de CDA-fractie niet instemmen met de onteigeningsprocedure.

  6. E. Meijer op

    OK. Ik heb geen zin om alle verslagen door te spitten. Echter, het CDA was altijd voor het Aalmarktproject en zoals bekend hangen dergelijke plannen altijd nauw samen met de grondexploitatie. Dan kom je al snel uit bij onteigening, als het de binnenstad betreft. Men had dus beter tegen het hele plan kunnen stemmen en vóór kleinschalige verbetering. Dat was bovendien goedkoper geweest.

  7. marcellus op

    Zowaar ben ik het eens met dhr. Meijer eens. Als het CDA zo erg tegen onteigening en voor particulier initiatief was geweest dan hadden ze nooit achter zo een grootschalig plan moeten gaan staan. Een plan met de welbekende corporatistische inslag die het doorgaans het kenmerk is van plannen van PvdA-wethouders. Al die woorden in de reactie van dhr. Flippo hierboven, zijn niet meer dan een administratief indekken van de kant van het CDA. Het is óf corporatisme, óf particulier initiatief. En hoe graag de dames en heren politici dat ook zouden willen, er kan geen sprake zijn van een gelukzalig huwelijk tussen die twee.

    (Tenminste, niet gelukzalig vanuit het gezichtspunt van de bezitters van de panden en/of de projectontwikkelaar. Vanuit het gezichtspunt van de politici daarentegen is dit natuurlijk weer een hele goede situatie. Nu kan er weer lekker aan partijpolitiek gedaan worden en er zijn ook weer zat partijen die politieke ‘hulp’ aangeboden kan worden.)

    Overigens vind ik ik wel een paar leuke stukjes tekst in de reactie van dhr. Flippo:

    “De heer Keereweer denkt dat het belang van het zelfrealiserend vermogen door alle fracties wordt onderschreven. Hij vraagt of het CDA bewust het risico neemt dat het hele Aalmarktproject jaren vertraging oploopt als dat vermogen in de praktijk toch tegen blijkt te vallen.”
    ZIedaar, een typische PvdA houding > heb om te beginnen nooit vertrouwen in de onderheid, want de overheid kan het natuurlijk veel beter.
    Stierenstront natuurlijk, want welk vermogen valt er nu (en keer op keer) eigenlijk tegen? Juist ja, het vermogen van de overheid. Maar ach, dan verhogen we toch gewoon de belastingen.

    Ook een leuk stukje is dat van dhr. Zevenbergen. Wat laat die man toch elke keer weer blijken dat hij niets, maar dan ook helemaal niets opheeft met liberalisme. Wat doet die man toch eigenlijk bij een zich liberaal noemende partij?

  8. Bij de jarenlange interactieprocedures met de burgers was er een co√∂rdinerend ambtenaar, hr. van Gulik. Hoe ging dat met de verdere voortgang van het project? En bij de gesprekken tussen burgergroepen, wethouder, MAB, uitvoeringsplannen, enz.? Hoorden daar geen co√∂rdinerend ambtenaar bij, bijv. om dit soort ingewikkeldheden te voorkomen? 

  9. Frederik Zevenbergen op

    Beetje jammer om maar een selectief deel van het verslag te copy pasten, daarom doe ik maar even het geheel in de aanbieding.

    4.         Onteigening Aalmarkt fase II
    De voorzitter meldt dat er tijdens de vergadering van 30 mei twee insprekers waren. Vandaag volgt het debat over de onteigening van een aantal percelen in het Aalmarktgebied. Op verzoek van de heer Zevenbergen zal de heer Witteman een toelichting op de onteigeningsprocedure geven.

    De heer Witteman memoreert dat de raad al eerder heeft besloten tot het vaststellen van een stadsvernieuwingsplan voor dit gebied. Op basis van een dergelijk plan gaat de gemeente actief verwerven in het gebied teneinde het plan te kunnen realiseren. E√©n van de middelen hiertoe is onteigening. Er kan voor gekozen worden eerst te pogen tot overeenstemming te komen met alle eigenaren in het gebied. Dit zijn vaak zeer langdurige onderhandelingen die niet tot overeenstemming leiden. Als daar nog een onteigeningsprocedure op volgt, ligt het tijdstip van realisatie erg ver in de toekomst. De Onteigeningswet speelt hierop in en biedt de mogelijkheid een onteigeningsprocedure te starten en tegelijkertijd te proberen tot overeenstemming te komen. De wet kent twee delen. Er is een administratieve procedure die voor alle eigenaren in een bepaald gebied gestart wordt. Als er uiteindelijk geen overeenstemming wordt bereikt, is de volgende stap naar de rechter, die toetst of de administratieve procedure correct is doorlopen en een uitspraak doet over de onteigening. Dit is een geoorloofde en gebruikelijke gang van zaken. Om te kunnen onteigenen, moet het belang groot genoeg zijn. In dit geval is dit in het stadsvernieuwingsplan vastgesteld. De wet kent een paar manieren voor eigenaren om tot andere oplossingen te komen, namelijk als zij zelf in staat zijn het voornemen van de gemeente als particulier te realiseren. Daar kan en zal de gemeente eisen aan stellen. Spreker geeft het voorbeeld van een eigenaar die als enige in een straat zijn huis prachtig opknapt. Als hij dat huis gaat verkopen, zal het toch een lagere prijs opleveren dan wanneer de hele straat was opgeknapt. Dat is een probleem van deze procedure. Wanneer de gemeente besluit een gebied op te knappen, maar er blijven plekken waar de gemeente geen eigenaar is en die dat niveau nooit zullen halen, zal de waarde van het opgeknapte onroerend goed veel minder stijgen en worden de inkomsten hieruit niet gerealiseerd. Dit heeft financi√ęle problemen in het project tot gevolg. Het is dus van belang de hele procedure te doorlopen. Met verwerving door middel van onteigening wordt niemand financieel nadeel berokkend. Zowel de waarde van de opstallen als de bijkomende onkosten worden vergoed. Uiteindelijk bepaalt de rechter of die vergoeding redelijk is.

     De heer Keereweer vraagt of deze kwestie nog terugkomt in de raad voordat de stap naar de rechter wordt gemaakt.

    De heer Witteman antwoordt dat dit niet het geval is. Het is de taak van het college de zaak dan verder af te ronden.

     
    De heer Zevenbergen meldt dat de VVD voorstander is van de plannen rond de Aalmarkt. Het punt dat daarin nu bereikt is, is niet te voorkomen. Spreker wil echter een lans breken voor een aantal eigenaren en wijzen op hun zelfontwikkelcapaciteit. Hij is het met het college eens dat in het hele, straks gesaneerde gebied naar het hoogste niveau gestreefd moet worden. Zijn fractie heeft vertrouwen in het enthousiasme en de wil van bijvoorbeeld de heren Bakels en Tjon Soei Len en vraagt het college met hen in overleg te gaan: laat zien wat de gemeente wil, wat de financi√ęle consequenties zijn en laat die mensen een keuze maken of ze hier wel of niet in meegaan. Dan kan de VVD-fractie instemmen met het besluit deze procedure te starten.

    Ook de fractie van de heer Bootsma is voorstander van de plannen. Hij heeft echter het gevoel dat er geen grip is op elk individueel pand. Hij hoopt dat achteraf niet vastgesteld moet worden dat mensen zijn benadeeld, bijvoorbeeld iemand die zijn pand ontwikkelde volgens de eisen van de gemeente. Hierin sluit spreker zich bij de heer Zevenbergen aan.

    Mevrouw Clement sluit zich bij de heer Zevenbergen aan.

    De heer Van der Kraats begrijpt de redenering. Dit ontslaat de gemeente echter niet van de plicht veel energie te steken in het proberen tot overeenstemming te komen. De heer Tjon Soei Len en de presentatie van de heer Brakels hebben aangetoond dat ze de wil en de mogelijk­heden hebben om de stadsvernieuwing door te voeren. Daarnaast is het de vraag of de gemeente hard genoeg probeert tot overeenstemming te komen. Spreker hoopt dat de wethouder zal toezeggen hier werk van te maken. Die mensen waren erg ontevreden over de manier waarop ambtenaren met hun inspanningen zijn omgegaan.

    Mevrouw Van Dongen meldt dat haar fractie akkoord kan gaan met de start van de onteigenings¬≠procedure. Over de families Brakels en Tjon Soei Len stelt ze dat in de argumentatie het accent ligt op het feit dat de eigenaren niet van zins zijn zelf de stadsvernieuwing op te pakken. Dit is een formele zin in dat soort stukken. Spreekster benadrukt dat particulieren over het algemeen beter opknappen dan de gemeente. Particulier initiatief moet dan ook gestimuleerd worden. En daar waar onteigening niet nodig is, moet dit worden nagelaten. Over de problematiek van het bedrijf V√∂gele herinnert spreekster eraan dat het Aalmarktproject ook was bedoeld om een bruisende binnenstad te cre√ęren, waar een economische impuls van uitgaat. Het gaat hier om een landelijk bedrijf in een pand dat lang leeg heeft gestaan. Spreekster gaat ervan uit dat de gemeente dit bedrijf een goede alternatieve ruimte biedt om te voorkomen dat men Leiden verlaat.

    De heer De Haan kan nog niet akkoord gaan met de beantwoording van de brieven en daarmee ook niet met het besluit de onteigeningsprocedure te starten, in elk geval niet voor Aalmarkt 18 en de panden langs de Mandenmakerssteeg, de panden van de apotheker en dat waarin de schoenmakerij is gevestigd. Zijn fractie is van mening dat de procedure veel te laat op gang is gekomen. Het stads­vernieuwingsplan is in oktober 2003 vastgesteld. Uit de brieven en opmerkingen van insprekers valt op te maken dat vervolgens pas in 2005 actie is ondernomen. Uit de correspondentie blijkt tevens dat er weinig duidelijkheid is en dat er nergens een concreet, schriftelijk bod is gedaan. In dat geval kan niet tot onteigening worden besloten. Het moeilijke van deze zaak is tevens de vele verschillende gevallen. Er is bijvoorbeeld besloten dat het pand van Vögele moet wijken, terwijl voor de panden aan de Aalmarkt en de Mandenmakerssteeg een andere bestemming gerealiseerd moet worden.

    Mevrouw Van Dongen is naar de voorlichtingsavond geweest over het gedeelte van de Aalmarkt­plannen waarin de Mandenmakerssteeg een rol speelt. Zij heeft begrepen dat daar een doorgang van het pleintje naar de cultuurtuin mogelijk gemaakt moet worden. In dit geval zou bij onteigening al een soort voorbehoud gemaakt kunnen worden.

     De heer De Haan denkt dat de doorgang onveranderd blijft en dat in de Mandenmakerssteeg geen sloop is voorzien, in elk geval niet in de panden van de apotheek.

    Mevrouw Van Dongen is er niet 100% zeker van maar heeft begrepen dat het plan is om daar ook een stuk te slopen.

    De heer De Haan denkt dat zijn stelling over een aantal onduidelijke punten hiermee wordt bevestigd. Voor de CDA-fractie is het zelfrealiserend vermogen van mensen in de stad het uitgangspunt. Het particulier initiatief moet volop benut worden. Er zijn twee voorbeelden van mensen die hiertoe absoluut bereid zijn. Met name met de situatie van de apotheker is op een schandalige manier omgegaan. Wat de gemeente nu voorstelt, heeft deze zelf zeven jaar geleden voorgesteld. Hij kreeg geen vergunning om Breestraat 72 en 74 met elkaar te verbinden en is toen in de Mandenmakers¬≠steeg gaan uitbreiden. Nu wil de gemeente daar gaan onteigenen. Deze onder¬≠nemer is volledig bereid de panden geschikt te maken zoals de gemeente wil. Hij heeft 1,5 miljoen euro in de panden ge√Įnvesteerd toen de toekomst van het gebied nog volstrekt onduidelijk was. Het geeft geen pas dat hij daar op deze manier voor wordt beloond.

    De heer Keereweer denkt dat het belang van het zelfrealiserend vermogen door alle fracties wordt onderschreven. Hij vraagt of het CDA bewust het risico neemt dat het hele Aalmarktproject jaren vertraging oploopt als dat vermogen in de praktijk toch tegen blijkt te vallen.

    De heer De Haan stelt dat het college er de afgelopen jaren niet in is geslaagd de mensen duidelijk te maken wat de bedoeling is met die panden. Het begrip moderniseren is ge√Įntroduceerd. ‚ÄúZeg mij wat moderniseren is en ik zal zien of ik het kan uitvoeren‚ÄĚ, heeft de eigenaar van de schoenmakerij gezegd. Dit had al in 2004 en 2005 boven tafel kunnen komen. Nu wordt de suggestie gewekt dat het pand aan V√∂gele gegeven dient te worden. Als ambtenaren dit zeggen, worden ondernemers tegen elkaar uitgespeeld. Het college valt te verwijten dat er nu al anderhalf tot twee jaar vertraging is. In die twee jaar had samen met de apotheker gewerkt kunnen worden aan een plan voor de Mandenmakers¬≠steeg. Sterker nog, deze eigenaar heeft zijn eigen bouwwerkzaamheden stopgezet om de flexibiliteit te hebben om zich aan te passen aan het Aalmarktplan, waar hij voorstander van is. De wethouder heeft gezegd dat de onteigeningsprocedure volstrekt geoorloofd is, maar voor een aantal panden is dit beslist onwenselijk. Op deze manier worden mensen met goede wil gestraft omdat de wethouder zijn huiswerk niet gedaan heeft. Bovendien vindt spreker het geheel juridisch zwak. Hij kan niet anders dan negatief zijn. Deze mensen hebben getoond bereid en in staat te zijn om de controle op kwaliteit en de wijze van realiseren in eigen hand te nemen. Dan is er geen grond voor een onteigenings¬≠procedure. Die kan hooguit gebruikt worden om het stadsvernieuwingsplan te realiseren. Pas als dat niet gerealiseerd kan worden, is er grond om te onteigenen.

    De heer Zevenbergen is het niet eens met het onderdeel van het betoog van de heer De Haan over kwaliteit. In Amsterdam aan de Zeedijk is onteigend om panden die dermate slecht van beeldkwaliteit waren een beter aanzien te geven, evenals de hele buurt. Dit is goedgekeurd door de rechter. Spreker is het met de heer De Haan eens dat men het zelf moet doen als dat mogelijk is.

    De heer De Haan stelt dat het hier niet over de rosse buurt, kraaksituaties of afbraakpanden gaat. Het gaat hier hooguit om panden met wat achterstallig onderhoud omdat men heeft afgewacht wat er uiteindelijk besloten zou worden. Mensen zijn zeer wel in staat hier iets aan te doen. Met name om die reden kan de CDA-fractie niet instemmen met de onteigeningsprocedure.

    De heer Posthuma meldt dat zijn fractie zich in principe wel kan vinden in de voorstellen. Het heeft spreker verbaasd dat de verbouwingsplannen voor de Stadsgehoorzaal in deze commissie komen; die horen hier niet thuis. Het verbaast spreker ook dat al de zaken die in de achterliggende anderhalf jaar plaats hadden moeten vinden, nog niet geregeld zijn. Daarin is hij het eens met de heer De Haan. Hij betreurt dit in hoge mate en vraagt hoe dit zo heeft kunnen lopen. Over de Stadsgehoorzaal en andere zaken vraagt hij wat er op projectmanagementniveau de afgelopen anderhalf jaar is gebeurd.

    De heer Blankenstein sluit zich aan bij de opmerking van de heer Zevenbergen. Zijn fractie is nooit voorstander geweest van het Aalmarktgebeuren, maar wil deze zaak niet langer frustreren.

    De heer Boer vindt het erg tragisch dat na zoveel jaren Aalmarktplan nu ineens op korte termijn een besluit over onteigening genomen moet worden. Als ondernemers zelf aan stadsvernieuwing willen beginnen, dan moet dat vooral snel gebeuren. Wat spreker het Boommarktplan zou willen noemen, staat al jaren klaar. Daar is alles van de gemeente, maar er gebeurt niets. De fractie van de heer Boer zal niet aan deze procedure meewerken. Als er over de twee fasen apart gestemd zou kunnen worden, zou spreker voor de eerste fase willen stemmen. Dit is echter niet de bedoeling.

    De heer Witteman legt uit dat er tweemaal in het Aalmarktproject ge√Įnvesteerd wordt. De eerste keer voor verwerving; dat is een taak van de gemeente. De tweede keer wordt in het gebied ge√Įnvesteerd door de projectontwikkelaar. Er is een overeenkomst gesloten met het MAB. Alles wordt overgedragen en het MAB gaat zorgen voor restauratie en bouw en steekt er fors geld in. Hoe meer zelfrealisatie er plaatsvindt, hoe onaantrekkelijker het voor de ontwikkelaar wordt. De gemeente moet ruimte voor zelfrealisatie geven als daar goede argumenten voor zijn. Zodra zelfrealisatie in het gebied echter oploopt, wordt de kans kleiner dat de rest van het gebied nog op een behoorlijke manier verbeterd kan worden, tenzij de gemeente bereid is hiervoor aanvullende gelden beschikbaar te stellen.

    De heer De Haan vraagt of panden die bestemmingsplantechnisch en met betrekking tot investeringen prima in het stadsvernieuwingsplan passen toch verworven moeten worden, omdat het MAB anders het risico loopt dat de winsten op de rest van het plan te klein zijn.

    De heer Witteman stelt dat serieuze zelfrealisatie tegen de gemeente kan werken. De raad heeft een stadsvernieuwingsplan vastgesteld waar niet alleen zaken in staan betreffende de bestemming maar ook kwalitatieve aspecten. Onteigening ten behoeve van kwalitatieve verbetering, ook al blijft de bestemming van het pand exact hetzelfde, is een volstrekt logische vorm van onteigening. Met dit instrumentarium is de gemeente in staat datgene te doen wat in het plan is vastgesteld. Zo werkt het in het algemeen in het kader van de stadsvernieuwing. Als er een hoog percentage zelfrealisatie ontstaat, ook nog op de panden waar de verdiencapaciteit groot is, kan het zijn dat de opbrengst niet gebruikt kan worden om de zwakkere panden aan te pakken. Dat kan dan alleen als de gemeente bereid is daar geld in te steken. Het gaat hier om projectontwikkeling en daar werkt het zo. Op basis van de wet moet ruimte voor zelfrealisatie gegeven worden, maar er mogen eisen aan de kwaliteit worden gesteld.

    De heer De Haan krijgt de indruk dat de wethouder het jammer vindt als mensen hier zelf iets doen. Dit ontstemt hem. De stad is niet van de wethouder maar van de mensen, de eigenaren en ondernemers die proberen iets van hun stad te maken.

    De heer Witteman probeert zuinig om te gaan met het geld van de gemeente. De raad heeft de ambitie neergelegd in een stadsvernieuwingsplan. Wanneer slechts een gedeelte van het plan kan worden uitgevoerd, wordt een ander deel van het plan onhaalbaar. Als het toch uitgevoerd moet worden, moet de gemeente gemeenschapsgeld bijleggen.

    De heer Zevenbergen begrijpt dat het dermate belangrijk is dat die ontwikkeling, uitgevoerd door het MAB, doorgaat, dat ervoor gezorgd moet worden dat er verdiencapaciteit is. Hij vraagt welke andere pijnpunten van het MAB de wethouder kan noemen. Spreker stelt dat partner in business een absolute voorwaarde was. Hij vraagt hoe het met die voorwaarde zit.

    De heer Witteman stelt dat realisatie van het project nog niet aan de orde is. Als een ontwikkelaar echter afhaakt, moet de gemeente op zoek naar een andere partij om het plan te realiseren. Dat wordt moeilijker naarmate dat financieel onaantrekkelijker wordt. Als het heel onaantrekkelijk wordt, zal de gemeente het zelf moeten doen en er gemeenschapsgeld aan moeten besteden. De wethouder ontkent niet dat mensen de ruimte voor zelfrealisatie moeten krijgen. Er mogen echter hoge eisen aan worden gesteld, dezelfde eisen die aan een projectontwikkelaar worden gesteld. De kwaliteitscriteria in het plan moeten waargemaakt worden. Aan een partij die aangeeft zelf te willen realiseren, stuurt de gemeente een brief met de eisen die aan zelfrealisatie gesteld worden en de vraag of de partij bereid is over die eisen met de gemeente in gesprek te gaan. Aan de hand daarvan wordt bepaald of het om een serieuze vorm van zelfrealisatie gaat.

    De heer Posthuma begrijpt het betoog van de wethouder. Ook de toezegging is helder. Hij vraagt of er afspraken met het MAB zijn gemaakt die verhinderen dat zelfrealisatie wordt uitgevoerd. Ook vraagt hij of de wethouder van mening is dat er voldoende pogingen tot zelfrealisatie zijn gedaan. Hij begrijpt dat de wethouder het dossier heeft moeten overnemen, maar verzoekt hem vaart te maken om met de zojuist gedane toezegging op verantwoorde wijze aan de slag te gaan.

    De heer Van der Kraats vraagt wanneer de commissie iets concreets zal horen over de zojuist gedane toezegging. Er zijn mensen die al hebben aangegeven dat ze de voorkeur geven aan zelfrealisatie. Die kwaliteitseisen zijn hen niet bekend.

    De heer Witteman antwoordt dat de gemeente geen afspraken kan maken die strijdig zijn met bestaande wetgeving. Als de wet aangeeft dat zelfrealisatie een mogelijkheid is, kan de gemeente nooit met het MAB afspreken dat dit niet toegestaan zal worden. De eisen die eraan gesteld worden, worden echter serieus genomen om de kwaliteit van de plannen te bewaken. In het kader van de onteigeningsprocedure moet de gemeente alle partijen op dezelfde manier tegemoet treden, zelfs partijen met wie al overeenstemming is. Hij zal op dit punt nadere toelichting geven. Het misverstand over het pand van Vögele is in deze commissie ontstaan doordat twee huisnummers hetzelfde waren. Aan Vögele is het pand aangeboden dat bekendstaat als het gat van Van Nelle.

    De heer Bootsma wijst erop dat in de stukken staat dat Aalmarkt 17-19 het pand is dat aan Vögele aangeboden is, niet Aalmarkt 18.

    De heer Witteman vraagt waar in de stukken staat wat aan Vögele is aangeboden. Hij kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor hetgeen de insprekers zeggen. De gemeente heeft Vögele geen grond aangeboden die in de onteigeningsprocedure van derden zit. Er is hard gewerkt in het gebied en er zijn zaken overeengekomen. Dat zijn ingewikkelde processen geweest. Deze procedure is nodig om die weg te vervolgen. Vögele een alternatief aanbieden is in het belang van de gemeente. In goed overleg met de ondernemers in de stad zijn afsluitende stappen gezet in het kader van het winkel­aanbod in het gebied. Als de gemeente gaat verwerven en dan jarenlang niet verder kan omdat de planvorming nog niet zover is, ontstaan hoge rentelasten. Als de gemeente haast maakt, is de kans groot dat de prijs hoger uitkomt. Te lang wachten geeft onzekerheid. Al die variabelen moeten afgewogen worden. De procedure zou rond moeten zijn als de eerste paal de grond in gaat. Spreker vindt nog niet dat de zaken te traag verlopen. Waarschijnlijk bedoelt de heer Posthuma dat de Stadsgehoorzaal onder een andere wethouder valt. In het college zijn afspraken over projectwet­houders gemaakt. Spreker is projectwethouder van Aalmarkt en integraal verantwoordelijk voor alles in dat gebied, inclusief de herontwikkeling van de Stadsgehoorzaal.

    De heer Posthuma bedoelde dat voor de Stadsgehoorzaal andere regels en belangen gelden. Ook daar moeten nog allerlei zaken gebeuren. De kern van de vraag is dat het erop lijkt dat een aantal zaken in beide gevallen ongeveer twee jaar stil heeft gelegen. Spreker heeft de indruk dat zaken voortvarender aangepakt dienen te worden.

    De heer Witteman meldt dat de capaciteit bij zulke grote projecten echt voldoende moet zijn om de vastgestelde planning te realiseren. Daarnaast kent dit project ook een aantal tegenvallers. In de inspraak zijn zaken gebeurd die invloed hebben op de totale planning van het project. In 2003 heeft de raad het stadsvernieuwingsplan vastgesteld. Vanaf dat moment mag de heer Boer rekenen. Na drie jaar in de fase van onteigening is niet onredelijk.

    De heer Boer denkt dat dit in stukken gedeeld had kunnen worden. Dan was er meer vaart geweest. Dit was niet de wens van de raad; de raad heeft het toegestaan.

    De voorzitter meldt dat de heer Boer een afschrift heeft overhandigd van een brief van de gemeente aan Vögele. Hierin wordt het gat van Van Nelle aangeduid als Aalmarkt 17-18. Volgens haar is het pand van de schoenmaker nummer 18A.

    Tweede termijn

    De heer Zevenbergen dankt de wethouder voor de uitgebreide toelichting. Hij ziet graag dat de toezegging om dieper op de zelfrealisatie in te gaan, gestand wordt gedaan. Hij vraagt of dit voor de raadsvergadering mogelijk is en of de wethouder van plan is de stand van zaken ten aanzien van zelfrealisatie te melden.

    De heer Witteman heeft een toezegging gedaan en die gaat hij uitvoeren. Ook de stand van zaken zal hij te zijner tijd melden.

    Met die toezeggingen kan de fractie van de heer Zevenbergen met het voorstel akkoord gaan.

    De heer Bootsma zal navragen of het pand van Vögele klopt. Als dat het geval is, gaat zijn fractie akkoord.

    Mevrouw Clement meldt dat haar fractie tevreden is met de toezeggingen van de wethouder en akkoord gaat.

    De fractie van de heer Van der Kraats kan de ratio achter de discussie begrijpen, maar zal heel goed volgen wat er met de toezeggingen gebeurt.

    Mevrouw Van Dongen meldt dat de PvdA akkoord kan gaan met het voorstel.

    De fractie van de heer De Haan vindt dat de afgelopen jaren gebruikt hadden moeten worden om na te gaan of mensen zelf willen. Dat is niet gebeurd. Het CDA zal tegen het voorstel stemmen.

    De heer Posthuma heeft goed nota genomen van de toezeggingen en gaat ervan uit dat alles op alles wordt gezet om een en ander op korte termijn te realiseren. Hij gaat akkoord met het voorstel.

    De heer Blankenstein vindt de toezeggingen van de wethouder voldoende. Zijn fractie gaat akkoord.

    De heer Boer meldt dat zijn fractie er niet aan mee zal werken.

    De voorzitter concludeert dat de meerderheid van de commissie met het voorstel instemt, onder voorwaarde dat de toezeggingen worden uitgevoerd. Dit onderwerp wordt als hamerstuk voor de raad aangemeld, met de kanttekening dat het CDA en de SLO tegen hebben gestemd. De voorzitter zal tevens vermelden dat de wethouder heeft toegezegd serieus in gesprek te gaan met alle partijen die in het project zelf willen ontwikkelen en zal zorgen voor een briefwisseling met de voorwaarden. Hierover zal de commissie achteraf worden ge√Įnformeerd. De wethouder heeft hiervoor geen termijn genoemd, maar de commissie gaat er uiteraard van uit dat dit zo snel mogelijk zal zijn.

  10. Frederik Zevenbergen op

    Hmmm, dat ging even niet goed, zal even met Chris in conclaaf hoe ik het verhaal beter leesbaar kan posten.

    Waar het in ieder geval om ging is dat bijna de hele commissie aandrong op zelfrealisatie in plaats van onteigening waar mogelijk en de wethouder de opdracht gaf om dit te onderzoeken. De VVD wil graag een goed plan, uitgevoerd in die hoge kwaliteit zoals afgesproken. Wie dat zelf kan doen moet daar wat ons betreft alle ruimte voor krijgen binnen het (beeldkwaliteits)plan. De wethouder heeft toegezegd serieus in gesprek te gaan met alle partijen die in het project zelf willen ontwikkelen en zal zorgen voor een briefwisseling met de voorwaarden. Hierover zal de commissie achteraf worden ge√Įnformeerd.

    Echter, wie dat niet kan of erger nog, niet wil moet niet de dissonant in het geheel van een vernieuwde Aalmarkt worden. Dat was de situatie die ik aanhaalde op de Zeedijk in Amsterdam. Als niet iedereen meedoet dan blijf je rotte plekken houden in het geheel. Dat moet je voorkomen als je echt iets wil realiseren.  Alleen in die speciale gevallen is onteigening als uiterste redmiddel een oplossing.

    Liever ziet de VVD echter dat gemeente en eigenaren er in onderling overleg uitkomen.

     

  11. René :D. op

    Jeetje, krijgen we hier nou hele verslagen van raads(commissie)vergaderingen voorgeschoteld als domme lezer? Ik dacht dat de kracht van een goed politicus was dat hij/zij in staat is om politiek woordgebruik en debat om te zetten naar begrijpelijke taal voor de gewone kiezer. Doe eens wat moeite dames en heren politici van hierboven.

  12. marcellus op

    Wat een belachelijk grote lap tekst post U daar, heer Zevenbergen. Tamelijk onnodig aangezien elk goed plan en elk goed idee makkelijk in een zin of 3 uitgelegd kan worden. Lukt dat niet dan is het hoogstwaarschijnlijk geen goed plan. Maar dit terzijde.

    Zevenbergen: “Echter, wie dat niet kan of erger nog, niet wil moet niet de dissonant in het geheel van een vernieuwde Aalmarkt worden. Dat was de situatie die ik aanhaalde op de Zeedijk in Amsterdam. Als niet iedereen meedoet dan blijf je rotte plekken houden in het geheel. Dat moet je voorkomen als je echt iets wil realiseren. Alleen in die speciale gevallen is onteigening als uiterste redmiddel een oplossing.”

    Dus als ik het goed begrijp dan is volgens U onteigening een laatste redmiddel om ervoor te zorgen dat er geen dissonanten (?!) in het uit te voeren plan, van hoge kwaliteit, te zien zullen zijn.
    Ja ja ja ja … Mischien ligt het aan mij hoor, maar als een plan met een hoge kwaliteit volgens het bijbehorende beeldkwaliteitsplan (een ding wat op zichzelf alleen over het uitwerkingsniveau van de gevels en de openbare weg en over de nieuw te implementeren stedelijke morfologie, dwz. hoogtes en volumes, gaat) niet eens kan velen dat er delen van de bestaande stedelijke structuur blijven bestaan, dan dient U zich toch serieus af te gaan vragen of dat plan inderdaad wel met een hoge kwaliteit behept is. Kwaliteit heeft namelijk veel meer factoren dan alleen beeldkwaliteit. En dat geld zeker voor de kwaliteit van een min of meer organisch gegroeide hollandse binnenstad.

    Diezelfde binnenstad waarin de gemeente het de bewoners schier onmogelijk maakt om zelf vernieuwingen aan hun bezit te doen, laat staan nieuwbouw te plegen, dmv. het administratief bestuurlijke instrument ‘beschermde stadsgezicht’. Ik ben dus helemaal niet tegen vernieuwing en nieuwbouw in de binnenstad, integendeel. Maar als U eens op zou letten als U door de binnenstad loopt dan zal het U als leek op het gebied van architectuur en stedenbouw toch ook wel op moeten vallen dat de echte dissonanten in de binnenstad de grote collectieve ingrepen zijn. Als voorbeelden hiervan kunnen de hoogvliet-parkeergarage, het Kamerlingh Onnes Laboratorium, het voormalige kantoor van het waterschap aan de Breestraat, de Hooglandse kerk, de gasfabriek en ook het stadhuis genoemd worden. Allemaal dissonanten in schaal, opzet en vormgeving tov. de oorspronkelijke en omliggende bebouwing. MAAR niet allemaal negatieve dissonanten.

    Als er nu een plan gemaakt is voor een stuk van de binnenstad met een aanzienlijke grootte en op een centrale plaats wat geen dissonanten toestaat, dan is dat plan dus niet op maat gesneden voor de leidse binnenstad. Dat plan is dan zelf een dissonant in een zijn omgeving. Een dissonant die toch minstens een jaar of 50 de tijd zal moeten krijgen (na de eertse sloop-, hergebruik- en renovatierondes) om zijn plek te gaan vinden.

    Overigens weet ik uit eigen ervaring precies wat de status van zo een beeldkwaliteitsplan in het hele bouwproces. En die status is er een die alleen belangrijk is in de fase waarin er mensen over de streep getrokken moeten worden. Het plan moet ‘lekker’ klinken, de plaatjes moeten er goed uitzien en alle directe betrokkenen (in dit geval alleen de gemeente en de MAB) moeten tegen elkaar gezegd kunnen hebben dat zij de INTENTIE hebben om het gehele plan met een bepaalde kwaliteitsnorm van start te laten gaan. Na deze fase begint het echte werk, alsmede de bezuinigingen (U zal dat waarschijnlijk eerst de aanpassingen noemen) en de niet te vermijden moeilijkheden. Het beeldkwaliteitsplan zal niet verdwijnen, maar haar belangrijkheid op het gebied van de te nemen beslissingen zal smelten tot het niveau van een excuus.

    Tot zover over de beeldkwaliteit. Want eigenlijk gaat het daar niet om in het verhaal over de onteigeningen. Eigenlijk gebruikt U/gebruiken jullie het dus nu al als een excuus, dat belooft veel voor de toekomst. Waar het wel om gaat staat in de volgende alinea uit het door U geciteerde verslag:

    “De heer Witteman legt uit dat er tweemaal in het Aalmarktproject ge√Įnvesteerd wordt. De eerste keer voor verwerving; dat is een taak van de gemeente. De tweede keer wordt in het gebied ge√Įnvesteerd door de projectontwikkelaar. Er is een overeenkomst gesloten met het MAB. Alles wordt overgedragen en het MAB gaat zorgen voor restauratie en bouw en steekt er fors geld in. Hoe meer zelfrealisatie er plaatsvindt, hoe onaantrekkelijker het voor de ontwikkelaar wordt.”

    Oké, daar heeft dhr. Witteman een punt. Maar zeg dat dan ook gewoon. Zeg dan gewoon dat de gemeenteraad en het college ervoor kiezen om particulieren de mogelijkheden om hun bezit aan te passen en te vernieuwen ontzegt en bemoeilijkt, opdat er zodoende de ruimte komt om deals te sluiten met echt grote ontwikkelaars. Dat de gemeente er dus voor kiest om hun monopolie op schoonheid en bestemming zodanig te versterken dat er alleen nog maar ingrepen met een Almere-achtige morfologie en uiterlijk plaats kunnen vinden. Als je dat nou gewoon zegt, dan beslist de leidse bevolking wel of zij daar achter staat.

    Ook uit het bovenstaande verslag: “De wethouder ontkent niet dat mensen de ruimte voor zelfrealisatie moeten krijgen. Er mogen echter hoge eisen aan worden gesteld, dezelfde eisen die aan een projectontwikkelaar worden gesteld. … Aan een partij die aangeeft zelf te willen realiseren, stuurt de gemeente een brief met de eisen die aan zelfrealisatie gesteld worden en de vraag of de partij bereid is over die eisen met de gemeente in gesprek te gaan.”

    Dus de gemeente(raad) schrijft met al haar lekenverstand voor hoe iemand met zijn eigen vastgoed om moet gaan. En als je dat niet kan, of niet wilt (wat vanuit liberaal oogpunt volstrekt legitiem is), OF wanneer de gemeente niet geloofd dat je dat kan dan wordt je bezit onteigend. En alleen maar omdat er ergens een plan ligt waarin niet specifiek rekening gehouden is met privaat eigendom en de daarmee samenhangend historische ontwikkeling van de leidse binnenstad.

    En daar bent U het dus mee eens, mijnheer Zevenbergen. Sterker nog, U staat daar volledig achter.
    Welnu, Ik weet wel waar U staat op de schaal van collectivisme tot liberalisme. Samen met de rest van de gemeenteraad staat U in het rode gedeelte daarvan. Het valt mij nog mee dat U de politieke toverterm ‘algemeen belang’ nog niet genoemd hebt.

  13. Harry Schoch op

    In den beginne…..was er een plan voor alleen de Stadsgehoorzaal. Er zijn ook de nodige suggesties gedaan voor kleinschalige opknap, bijvoorbeeld door Leiden Weer Gezellig / De Groenen. Ook zou oorspronkelijk het bestaande groen worden opgenomen in de plannen, toen de meerderheid van de Raad “groot” ging denken en projectontwikkelaar MAB inschakelde.

    Harry Schoch.

  14. van plaggen op

    dat krijg je met zo veel links tuig in de gemeente. ALtijd gedonder en niet in staat

    om iets af te maken.

Over de auteur

Chris de Waard

Hoofdredacteur en oprichter van deze site en de radiozender Sleutelstad 107.5 FM. Volgt met name de gemeentepolitiek in Leiden en de regio.

Je bent nu offline