Provincie ingenomen met Leids RGL standpunt

Het College van Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Zuid-Holand is ingenomen met het besluit van het Leidse college om alsnog mee te gaan werken aan de aanleg van de RijnGouweLijn. “GS gaat nu wel goed bekijken wat de concequenties zijn van het Leidse besluit,” zo laat de woordvoerder van Asje van Dijk weten. Dinsdag vergadert GS over de sneltram. Dan moet ook duidelijk worden welke eisen de provincie aan Leiden stelt in verband met het houden van een MER-procedure. De provincie vindt nog steeds dat zo’n MER niet nodig is voor de RGL-oost, maar nu de Leiden alsnog zelf een bestemmingsplan gaat maken, ligt het besluit om wel een milieueffectrapportage op te laten stellen weer bij Leiden.

Wat Leiden allemaal gaat onderzoeken in de MER voor het Hooigracht/Langegracht tracé is volgens wethouder Strijk ook onderwerp van overleg met de provincie. Het is aan het ‘bevoegd gezag’ om dat te bepalen. Voor het deel van het tracé over Leids grondgebied is dat Leiden. Het is onwaarschijnlijk dat de provincie alsnog besluit om een MER te houden voor de gehele RGL. Van Dijk’s woordvoerder: “Voor de RGL West is al een MER gehouden. De RGL Oost is al in uitvoering, dus daar is het een gepasseerd station. Wij hebben een MER nooit nodig gevonden en zien geen reden om daar nu van af te wijken.”

Volgens wethouder Strijk neemt de MER-procedure zo’n 9 tot 12 maanden in beslag. De provincie denkt dat het in 3 tot 6 maanden moet kunnen. Door de nieuwe wet op de MER die eerder dit jaar van kracht werd, hoeft de rapportage niet meer tussentijds in de inspraak worden gelegd. Dat scheelt tijd in de procedure.

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Chris de Waard

Hoofdredacteur en oprichter van deze site en de radiozender Sleutelstad 93.7 FM. Volgt met name de gemeentepolitiek in Leiden en de regio.

Je bent nu offline