De mannen van de Leidse Olympus zijn van hun troon gestoten door de dames. De godinnen Van Hauwaert en Ten Damme sloegen onverbiddelijk toe bij het slotstuk van Leiden Signatures aan de voet van de Burcht. (Foto's: Chris de Waard)

De Leidse Olympus overlopen door de godinnen

Ze verloren, de mannen. Geen Onno Blom, noch Ilja Leonard Pfeijffer, Nico Dijkshoorn, zelfs geen Erik Jan Harmens of Bart Wirtz en Kasper Kalff bleek in staat in het schroeiend licht van Maud van Hauwaert of Ellen ten Damme te blijven staan, alhoewel de laatste drie dat lang volhielden. Misschien waren de goden wat zelfvoldaan en onderschatten zij de godinnen. Onno Blom smeekte bijna om onheil toen hij verklaarde dat “de tent eigenlijk niet nodig was” en orakel Buienradar al had verklapt dat er stevige regen zou komen halverwege de avond. Die kwam, maar de avond leed er niet onder. Voor de inmiddels vierde keer vierden Blom en consorten hun feestje en weer was het luxer, professioneler. Meer zorg voor de aankleding, weer een andere – betere – opstelling, en een veel grotere droge kijk- en luisterplek.

De schrijver leest voor
Eigenlijk waren er ‘maar’ zo’n tweehonderd mensen. Niet dat het Burchtplein er heel veel meer kan herbergen, maar vooral omdat het verbazend is dat veel mensen de aantrekkelijkheid van De Leidse Olympus blijkbaar niet (her)kennen. Alleen al het feit dat de dichter of schrijver zélf voordraagt, voegt iets toe: de wijze waarop hij of zij de ritmiek in de tekst bedoelde. Dijkshoorns geratel maakt zijn verhalen bijzonder, iets wat je echt mist als je ze zelf leest. De donkere hoogwaardigheidsbekledersstem van Pfeijffer maakt zijn werk meteen enorm gedragen. Harmens’ stem verraadde geregeld binnenpretjes, herinneringen.

Slakken
Wellicht zou Dijkshoorn wat minder lang aan het woord moeten blijven, zou Pfeijffer met z’n stem minder bombast moeten oproepen, zou Blom z’n Leidse Literaire Reeks een ietsiepietsie minder moeten aanbevelen; dat zijn details. Slakken waarop je zout kunt leggen, zijn op een berg meer te vinden. De liefhebber smult en dat telt (maar overdaad schaadt). De liefhebber waarvan eigenlijk? Want de erg goede saxofoon-/basmuziek van Wirtz/Kalff was het slachtoffer van daar doorheen pratende mensen. Ook in de ‘hoge’ cultuur kunnen zich lage gedragingen ontwikkelen.

Boven wat?
Pfeijffer en Dijkshoorn hebben een op henzelf betrokken verhaalstijl. Niet vaak worden eigen gebreken nadrukkelijk aan de orde gesteld en als dat wel gebeurt, worden ze ten voordele gebruikt. Dat levert mooie anekdotes en lachsalvo’s op, maar ook twijfel. Is Pfeijffer nu zelfingenomen als hij over zichzelf als gesnapte winkeldief voorleest dat het voelt “alsof Darth Vader een verkeersboete krijgt”? Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is “een boekje van minder dan tien gulden” gedachteloos mee te nemen? Alsof principes en regels er voor hem niet toe doen.

Meerdere lagen
Autobiografisch is ook Erik Jan Harmens, die voorlas uit z’n Hallo, muur. Anders, vooral doordat zijn verhaal permanent een donkere ondertoon meevoert van ‘de alcoholist’. Tragikomisch mooi in een groeiende ’traditie’ van belevingsdocumenten uit de wereld van de GGZ, zorg en verslaving. Belangrijke documenten, los van literaire kwaliteit, omdat ze een piepkleine opening maken naar de werkelijkheid achter beleid en cijfers (en (voor)oordelen). Harmens kán dat: literair verantwoord een door alcohol geobsedeerde wereld uittekenen.

‘Geheimtip’ Van Hauwaert
Het hielp allemaal niet. “Geheimtip”, volgens Blom, Maude van Hauwaert sloeg een enorm bres. Wars van de soms complexe, hermetische, poëzie van een Pfeijffer of de duetten Pfeijffer/Harmens schotelde Van Hauwaert heldere maar uitdagende beelden voor “ik ben niet vergeten wat ik vergeten ben”. Na-kauwertjes als “vergeten heeft geen voltooid deelwoord. Vergeten wordt nooit voltooid”. Of haar gedicht De Geluidsinstallatie, dat eerder een muziekstuk is dan een gedicht zoveel invloed heeft herhaling op het werk. Van Hauwaert speelt met dat grijze gebied tussen dichtkunst en muziek. Pas als je haar hóórt, dringt dat echt door. Je innerlijke voorlezer zal anders bij het lézen van haar werk veel missen.

Afmaker Ten Damme
Aan het eind van de avond werd het onhoudbaar. De bres die Van Hauwaert sloeg werd volledig opengereten door Ellen ten Damme. Een kleine vrouw, maar met zo’n persoonlijkheid en zo’n succes dat men op de Olympus vanzelfsprekend de tijd vergat. Een theaterdier dat zó gemakkelijk van vorm veranderde dat het bijna duizelde. Keyboard, gitaar, viool? Geen probleem. Nederlands, Engels, Frans, Duits? Geen probleem. En dan, boven alles, die kristalheldere, sterke stem met een bereik! “Kiest u maar. Naturträne? Oei, da’s een zware, een moeilijke. Het is laat. Moeten jullie nog niet weg? OK. Ik héb het gezegd” en daar kwam een unieke eigen versie van Naturträne, wel tot in de hoogste registers.

Flirt
Onderwijl speelt, spot en flirt ze met het publiek. “Hè, hè? Hoe heet je? Nu durf je niet meer. Goed, dan noem ik je vanaf nu Hè, hè” Geen venijn, een vrouw om op slag verliefd op te zijn “Onno, heb je eigenlijk al verkering?” (waarna die, in het lied, wordt vermoord). Over vluchtelingen en “als we dan toch serieus bezig zijn iets Duits”. Geen rode draad te bekennen, maar niemand die dat bomde. En vast ook heel vaak gedaan: eindigen met Gute Nacht Freunde, ná de slotwoorden van Onno Blom “ik durf het haast niet te vragen, maar, Ellen, nog …” en daar stond ze al.

Cultuur Leiden Reportage


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×