De Open Monumentendagen trokken in Leiden ruim 22.000 bezoekers. Voor hen was er veel te zien: van (hortus)tuin tot eeuwenoude kelder, soms voor de laatste keer voor het publiek. (Foto's: Emile van Aelst & Jan van der Sluis)

Succesvolle Open Monumentendagen in Leiden vervelen nooit

‘Dag, meneer, mevrouw, mag ik even uw huis van binnen bekijken?’ Je vraagt het niet zo snel, vandaar dat bijvoorbeeld de Open Monumentendagen ideaal zijn. Dé gelegenheid zonder gene naar binnen te lopen en rond te kijken, in grote instituten, in woonhuizen, in restauratiepanden, in horecapanden. Wat ze gemeen hebben, is dat ze allemaal hun eigen historie laten zien. Mede dankzij het geweldige nazomerweer trokken 8 en 9 september duizenden mensen de Leidse binnenstad in om van die gelegenheid gebruik te maken. De bezoekers-tellers lieten record na record sneuvelen. Ruim 22.000 mensen bezochten de monumenten die het afgelopen weekend hun deuren openden tijdens de Open Monumentendagen Leiden. Bij elkaar werden de 32 monumenten meer dan 56.000 keer bezocht.

Horecageheim
Leiden heeft grote publiekstrekkers, zoals de Hortus Botanicus, de Pieters- en Hooglandse Kerk, en de musea. Maar de stad heeft ook heel veel verborgens. Niet verwonderlijk voor wie zich realiseert dat Leiden een oude stad is waar ‘nieuwbouw’ boven op – en ook met gebruikmaking van – oudbouw staat. In de Leidse binnenstad is de kans dat een huis een lange historie heeft veel groter dan dat die ontbreekt. “Mas y mas is niet meer” kopt het Leidsch Dagblad in januari 2017. Anderhalf jaar later is men volop bezig het pand te betrekken bij Odessa en doet het pand mee met de Open Monumentendagen. Het is één van die plekken die nu te bekijken zijn, maar na afronding van de werkzaamheden niet meer. Dan ligt er, vertelt de gids, een soort grote doos die zorgt dat er geen geluidsoverlast ontstaat voor de (boven)buren. Want het pand wordt overdag studiezaal en ’s avonds bij Odessa getrokken. De kelder met geglazuurde steentjes en het stukje tongewelf dat dit weekeinde nog te zien waren, zullen dan onzichtbaar zijn. Het bijzondere halfronde plafond in de gang blijft daarentegen weer wél zichtbaar.

Kompaswaardig
“Gepaste jaloezie” noemt één van de bezoekers van Rapenburg 94 haar gevoel bij het pand. Een enorm pand – feitelijk zijn het drie verheelde, samengevoegde panden waaraan het een en ander is toegevoegd – met een belangrijke historische lading. Hier woonde Willem van Duivenbode en hier kwamen de duiven vandaan die tijdens het Beleg van Leiden het contact onderhielden met Willem van Oranje, zoals ook op de binnenplaats valt te lezen. Een woning met prachtige plavuizen vloeren die overduidelijk onderworpen zijn geweest aan de tand(en) des tijds. Kleine en grote kamers, trapjes om hoogteverschillen te overbruggen: ronddwalen door het nu lege huis laat je snel de oriëntatie verliezen. Het pand moet ingrijpend worden gerestaureerd en aangepast. De ‘eengezinswoning’ die dan ontstaat, is niet publiek toegankelijk.

Boekenmarkt
Nog zo’n publiekstrekker nu-het-nog-kan was Steenschuur 17, de voormalige RK. Leesbibliotheek. Met op zaterdag ruim 1200 bezoekers en zondag hard op weg naar de 1000 leek ook de succesvolle boeken-, en LP- en video-, markt een rol van betekenis te spelen bij de aantrekkingskracht. Ook hier gaat een verbouwing plaatsvinden. De gaten in muren en plafonds verraden aannemersactiviteit om te bepalen hoeveel werk schuilgaat achter de zichtbare wand. Met name de voorste kamers bevatten nog mooie details, zoals (be)schilderingen.

Kerkers
Bij de Pieterskerk was het haast Middeleeuws met rijen mensen die wachtten tot zij in het Gravensteen konden kijken naar de oude kerkers, en met rijen mensen die keken naar de optredens van De Leydse Kluchtencompagnie. De paar auto’s en die ene scooter die over het plein móest rijden, verstoorden de illusie een beetje. Het Gravensteen zal nooit méér bezoekers halen, want jaar in jaar uit is het vol en staan mensen voor de deur te wachten. Het is niet dat het Gravensteen gericht bezoekers trekt: “mensen weten vaak niet wat te verwachten, maar als ze horen van de kerkers en martelen willen ze dat wel zien”. Om 14.40 uur worden de kaartjes voor 15.20 uur uitgedeeld; in minder dan een halve minuut. Toch blijft het gemoedelijk “alhoewel er wel mensen zijn die menen dat ze zo gewoon langs je heen naar binnen kunnen lopen”. O, en wie wel gericht komen? “Soms zijn er bezoekers die hier hebben gestudeerd en die plek weer eens willen zien”.

Kluchtenwijsheden
Aan de andere kant van het plein brengt De Leydse Kluchtencompagnie originele kluchten. Bij iedere voorstelling blijven zo’n 75-100 mensen zitten en staan kijken naar de wijze lessen die in de kluchten verborgen zitten. En het zijn echt niet alleen de kinderen die opgaan in de (korte) verhalen. Je stond er niet bij stil, maar op zo’n plein spelen eist een welluidende stem. Goedgelovigheid speelt een belangrijke rol “ik heb de duivel nog nooit zo op onze buurman Leen zien lijken”, alsook meligheid “Ik ben ook alchemist…. Door wíe gemist??”. Maar dat goed(ertieren)heid en eerlijkheid belangrijk zijn, staat echt wel boven alles “wie de armen negeert, belandt in de hel. Een slaapplek hebben we nog wel”. Met Old School open en mensen die vanaf de kerktransen de omgeving bewonderden, was het plein een van de meer ‘authentieke sfeer-‘plekken.

Kelders
Dat er achter plaatsen waar je geregeld langsloopt, interessante dingen zijn te vinden, bewijst Hooglandse Kerkgracht 24. Daar is onder meer de Poppendokter gevestigd. Maar de verrassing zit in de kelder, ís de kelder. In die kelder, waar we alleen in groepen van zo’n twintig personen in passen, is een 14de eeuwse kaarsnis te vinden (waarin nu een elektrisch peertje brandt). Het pand is dus oud. Maar ook hier is weer veel verbouwd. De kaarsnis zit in de oorspronkelijke achtermuur, daarmee verradend dat het een dwarshuis was (breed in plaats van diep). Wat er tot die tijd gebeurt, is onbekend, maar in de 17de eeuw wordt het pand opgedeeld in twee huizen. Mogelijk vanwege de toenemende vraag naar woonruimte in het dan snel populair wordend Leiden onder protestanten (die het zuiden ontvluchtten). Meer sporen zijn de zandstenen zuiltjes onder het gewelf en de vorm het gewelf zelf. Maar dat er ooit een uit- en ingang naar de kelder was aan de Hooglandse Kerkgracht zie je eigenlijk alleen in de kelder. Dan zie je de dichtgemetselde in-/uitgang, naast het wél nog op straat steeds zichtbare lichtschacht. Daar loop je niet meer langs zonder aan ‘die kelder met die kaarsnis’ te denken.

Cultuur Leiden Nieuws Reportage


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon
071 - 5235907

Whatsapp
06 - 16811160

×