Een sociale stad heb je niet een-twee-drie

3

Leiden wacht zware keuzes; als je afgaat op het donderdagavond gehouden Stadsgesprek over de ‘sociale stad voor iedereen’. In Het Gebouw kwamen zo’n vijftig mensen samen om met elkaar te spreken over zo’n sociale stad. De gemeente ‘tapte af’. Als het onderwerp de ‘stad voor iedereen’ is, dan valt meteen één (open deur) op: het publiek is wit, niet echt jong meer, en meer dan gemiddeld op een of andere manier al langer met het onderwerp bezig. Kortom: ‘Leiden’ ontbreekt tijdens dit stadsgesprek over de stad in 2040.

Kiezen
Gelukkig is dat alles geen reden dit stadsgesprek weg te zetten als onzin. Het ligt er maar net aan welke conclusies je probeert te trekken. De meest duidelijke is wel dat er een hoop moeilijke keuzes aankomen, áls we al die idealen en wensen willen honoreren die neerkomen op een volledig inclusieve stad, een stad waar iedereen kan en wil wonen. En het blijkt moeilijk te zijn (open) toekomstgericht te denken. Het scenario dat in 2040 in Leiden níet iedereen kan wonen en waarin een niet voor iedereen weggelegd leef- en woonklimaat heerst, kwam niet voorbij.

Inclusief
De inleidingen – die daarna ook duidelijk invloed hadden op de gesprekken – kwamen van pas. Gelet op het publiek is het verrassend te horen dat sommigen “met andere ogen door de stad zal gaan” nadat duidelijker was geworden hoe bijvoorbeeld gehandicapten, (ex-)ggz-cliënten en andere kwetsbare groepen tegen de stad aankijken en welke wensen zíj hebben. Maar als het gaat om een algemene boodschap was het verhaal van Minouche Besters (Stipo) het relevantst.

Samen
Een stad bouw je “niet vanachter de tekentafel, maar mét de stad”. Dat is een zin waarachter een hele wereld (aan nieuwe verhoudingen) schuil gaat. Zo blijkt dat ‘eigenaarschap’ in te houden (échte invloed), maar ook aansluiten bij de belangen en wensen van de bewoners (placemaking). Ook de aanwezige wethouder Damen erkent dat “dan moet je wel de ruimte krijgen om dat te doen. Experimenteerruimte vraagt van de gemeente eerst ‘loslaten'”.

Eigendom
Samen met een aantal aanwezigen deelt Damen ook de mening dat ‘in een drukke stad bezit en eigendom onder druk komen te staan”. Aan een van de vier gesprekstafels werd bijvoorbeeld geopperd privé tuinen te vorderen voor de plaatsing van tiny houses. Of dat als oplossing zoden aan de dijk gaat zetten, is minder relevant. Dat geldt wél voor het dilemma dat ontstaat: de sociale stad moet eigenlijk worden gerund door de (wijk)bewoners zelf, maar de aanwezigheid van grenzen en randvoorwaarden maakt ook een stedelijke beslissende autoriteit noodzakelijk. Decentraal en centraal, particulier en algemeen belang komen onder druk te staan.

Verantwoordelijkheid
Marleen Damen mag dan wel haar wethouderspost ervaren als de “meest interessante”; het is ook die met een van de meer ingewikkelde opgaven. Een stad die zich richt op het zo goed als mogelijk bereiken van het doel ‘stad voor iedereen’ kan dat alleen als iedereen ook doordrongen is van zijn eigen rol en verantwoordelijkheid daarin. Dát zal de essentiële van vele sleutels zijn: een herwaardering van de (verantwoordelijkheid van) inwoners.

Waarden
Roos Tulen en Jan Olav Smit zijn als zelfstandigen ook bezig met die vraag; de eerste oorspronkelijk als kunstenaar, de tweede als organisatieadviseur. Zij ontmoeten elkaar op het punt dat beide werken vanuit de gedachte dat de verandering fundamenteel moet zijn. Roos stimuleert het “vuur vinden en laten branden (…) gezien worden en waarden herkennen”. Een áctieve inwoner die zijn eigen ideeën probeert te realiseren, maar daarbij ook die van anderen respecteert. Jan Olav doet dat feitelijk ook als hij stelt dat “verandering bij jezelf begint, in je eigen hoofd. Nieuwe waarden beginnen in je eigen hoofd”.

Onbelemmerd
Dát is dus wat Leiden te wachten staat tot 2040. En het zal, zoals Damen zich realiseert, “een lange weg worden”. Want keuzes die in het verschiet lijken te liggen, hebben we niet veel hoeven te maken in de achterliggende decennia (tot 2008) toen alles rooskleurig was, groeide en bloeide. In het gesprek met de wethouder komt het langs: als we als stad inderdaad nieuwe wegen en oplossingen willen vinden, zullen we mensen moeten inschakelen die daarover onbelemmerd kunnen denken. Stadmakers zijn daarin een stap, maar vooral (scheppende) kunstenaars zouden weleens een goede duw in de rug kunnen geven om ‘anders te kijken’. “Het overwegen waard”, volgens Damen.

Delen

3 reacties

Over de auteur

Jan van der Sluis

Schraapt het liefst aan de oppervlakte in de verwachting dat daaronder iets echt leuks is te vinden. Het sociaal en cultureel domein en de thema's (burger)participatie en innovatie boeien hem het meest.

Je bent nu offline