De tweede ronde audities voor het Leids Cabaretfestival in februari belooft veel goeds. (Foto's: Emile van Aelst)

Voorrondes Leids Cabaretfestival beloven een mooie finale

Jureren kan heel lastig zijn. Maandag moet de jury van het Leids Cabaretfestival 2×4 finalisten kiezen uit de kandidaten die zich vorige week zondag – 8 stuks – en vandaag – 7 – presenteerden. Eerlijk gezegd, mag je blij zijn als je die jurering niet hoeft te doen. Het gros van de kandidaten – officieel heten ze auditanten – die zondag 20 januari acte de présence gaven, lag qua niveau dicht bij elkaar.

Zondagsdoel
Vooraf: mocht u niet weten wat te doen met die vervelende zondagmiddagen in januari, overweeg dan volgend jaar minstens één van de (gratis bij te wonen) voorrondes van het Leids Cabaret Festival bij te wonen in De Leidse Lente. Het is gezellig druk, lekker informeel, warm, met een presentator als Martijn Kardol krijg je er zelfs een extra voorstelling bij. Kortom, echt iets voor theater- en cabaretliefhebbers die zo’n zondagmiddag stuk te slaan hebben. Het is wel een hele zit: van 13.30 uur tot tegen zessen. Anderzijds zijn er ook zat pauzes en drank en voedsel.

Kick start
Dat het Leids Cabaret Festival geen kleintje is in evenementenland valt op verschillende manieren vast te stellen. Dit wordt bijvoorbeeld de eenenveertigste editie (41!). Het Festival is een co-productie met BNNVARA, en de kandidaten komen dan ook van heinde en verre om een plek te bemachtigen op het podium van de Leidse Schouwburg. Van 65 aanmeldingen naar de 16 in deze beide auditie-dagen, naar 8 in twee voorrondes, naar 5 in de halve finales, 3 in de finale en 1 winnaar. Die, zoals Martijn Kardol dat een aantal keer zei “een kick start (kan) krijgen”. Zelf won hij in 2016, maar tijdens een recent verrassingsoptreden was de reactie ook “Wie is dat? …. ?! Lééft die nog?”.

Gevoelig
Zelfspot en relativering: belangrijke begrippen voor cabaretiers, zo bleek. Da’s de inhoud. Maar er bestaat ook zoiets als podiumpersoonlijkheid: hoe kom je over, ben je te verstaan, communiceer je met je publiek. Bram Ryde uit Gent heeft best grappige momenten. Zo heeft hij “een meerderwaardigheidscomplex en als hij op vakantie is mist hij zichzelf het meest”. ‘Gevoeligheid’ – “ik ben een gevoelig mens” – moet hier de rode draad zijn. Maar die wordt aan barrels geschoten door een soms onverstaanbaar luide stem, waardoor (vast) de pointe te vaak verloren gaat. Het kan best zijn dat ‘het Belgisch’ zich hier wreekt.

Nieren op vakantie
Tommy Zonneveld had daarentegen wél een duidelijk thema. Subtiel balancerend tussen confrontatie, zelfspot en lach schetste hij het beeld van iemand die “op de rand van z’n bed gaat zitten en in een vingerknip verandert je leven”. In de deuropening staan z’n nieren, die meedelen ermee op te houden en voor een poos op vakantie te gaan. Waarna een pracht relaas volgt over vijf jaar nierpatiënt zijn “ik speelde altijd mooi weer, terwijl het buiten keihard regende”. Maar met een humor waarvan je hoopt dat die hem ook door die jaren heen heeft gesleept! Jaren waarin plassen een opgave is “staan er twaalf artsen mee te kijken”, relaties lastig zo niet onmogelijk zijn “‘ik ben een binnenplasser’ en de meeste dates liepen weg”. Het tweestemmige “Ik leef in m’n hoofd” tekent een wereld die gezonde mensen niet kennen. Evenmin als de waarschuwing tot slot “Geluk, dat is vrij zijn. Maar hebben we dat wel door?”. Een mooie variant op ‘je mist iets pas als het er niet meer is’.

Pijnlijke tepels
Dergelijke inkijkjes in andere levens, kreeg het publiek nog twee keer. Allereerst een lekker onverbloemde twintig minuten schets van een meisjes-vrouwenleven door Mariska van Houts. Ze past in een traditie, een beginnende, van vrouwen die nadrukkelijk (eindelijk) het perspectief en de beleving van de ene helft van de wereldbevolking overbrengen. Daarin past dat je, angstig geworden door “een écht enge film. Niet zo’n zaag-de-arm eraf”, over de trap en gang rent naar het wc en “dan je tieten moet vasthouden”. Om even aan de mannen in het publiek plastisch voor te doen dat dat anders pijn kan doen, ’s nachts, zonder ondersteunend materiaal. Of de wereld van een meisje dat ontwikkeling doormaakt naar ‘vrouw’, inclusief alle lichamelijke verschijnselen. “ego-vernietigend”, schetst Van Houts, met orthopedische elastiekjes, pukkels, pijnlijke borsten-groei “moest ik met m’n moeder mee om ‘een leuk topje’ te kopen. Waarom denk je dat meisjes op die leeftijd ruime vesten aan hebben??”. En haar ergernis over “het fotoverraad” op social media, waar alles mooi, stevig en pijnloos lijkt. Méér hiervan; vast goed voor ons allen om elkaar beter te snappen.

Niet té gay
Dat geldt zeker ook voor de jongste deelnemer Gavin Reijnders. Bij hem wordt het venijnige kundig in brokjes opgediend, en misschien niet eens áls venijn. Zoals veel cabaretiers kan ook hij je aardig op het verkeerde been zetten in de aanloop naar een clou. Over wie zal een lied gaan dat hij maakte over de mensen die Nederland toegankelijk hebben gemaakt, mensen die zijn “Hyves-generatie, waarin mensen elkaar niet echt ontmoeten” niet kennen…. Tuurlijk, de stratenmaker. Reijnders laat de toeschouwer meekijken in (een deel van) de wereld van de homosexualiteit “zoals avocado’s: je moet er eerst in knijpen. En homo’s weten: daar knijpt de hele supermarkt in”. Maar Nederland is tolerant “Je moet jezelf zijn….. maar niet te gay“. Onwerkbaar advies van een vader die op de coming out reageerde met “O. Okay”. Het maakt subtiel, maar pijnlijk, duidelijk hoe iemand daar feitelijk alléén voor staat. Niet voor niets bezingt Reijnders dan ook de vraag “of romantiek er alleen voor hetero’s is”.

Chagrijnige babies
Wie van snelheid houdt, zal zich prettig voelen bij Jasper van der Veen. Niet dat-i het moordend tempo heeft van ene Jochem Meyer. Maar hij rijgt de spitsvondigheden, woordgrappen en levenswijsheden dicht aan elkaar. Eigenlijk doe je hem onrecht door het (te proberen) uit te schrijven. Belangrijk te weten is dat hij “weinig nodig heeft om hoop te hebben”. Zet hem ergens in een rij te wachten en de hoop groeit. Bijvoorbeeld op de hoogte van een te krijgen hypotheek. In de rij wachtend stijgt die verwachting naar vier ton. Het blijkt er één; en daarvoor kun je in Amsterdam veel vastgoed kopen, zij het garages (waarvan 17 te duur!). Het is de huidige jongere volwassene (in Amsterdam) waarop hij zijn pijlen richt, de yup van ooit. Dat doet hij hilarisch tot en met de manier waarop zelfs de baby in de draagzak wordt geïndoctrineerd. Wij in Leiden hebben geluk “Ik zag ze hier ook wel. Maar hier hebben ze meer natuurlijke vijanden”. Cynisme heeft ook iets verfrissends, en dat is Van der Veen wel toevertrouwd “het is fijn om principes te hebben. Maar nog fijner om er niets mee te doen”.

Digitale, nieuwe wereld
Restten er nog twee. Bamberg&Smit bleven op een onduidelijk niveau steken. Hun spitsvondigheden leken zich te bewegen op het niveau van schoolcabaret (excuus). Een papieren krant bespreken in termen van digitaal apparaten. De grap van het boek waarin geen batterijen hoeven, is inmiddels al stokoud. Een sketch waarin de overeenkomst tussen een klant en een service provider wordt voorgesteld als een huwelijk: flauw. Twintig minuten weinig prikkelend vermaak.

Sex-afspeellijst
Senne Gins had de enigszins ondankbare positie de laatste te zijn (alhoewel, Bram Ryde waarschijnlijk de taaiste had door te moeten áftrappen). Ook hij is één van de vijf kanshebbers (mijn inschatting) voor een volgende ronde. Er zijn niet veel mensen die “besluiten wonderkind te worden”. Jammer genoeg is hij dan al tien, en in de jaren erna is het gezin waarin hij opgroeit zó druk (met exotische vakanties, wintersport en wat dies meer zij) dat-i eigenlijk geen tijd heeft om te ontwikkelen “voor een jonge componist met ambities is dat kansarmoede”. Toch komt hij op z’n pootjes terecht en heeft nu zelf “twee wonderkinderen”, zijn dochters. Ook een bron van inspiratie, als hij het verschil niet weet tussen broekkousen (maillots) en leggings en beide dametjes naar school stuurt in broekkousen… zonder rokje erboven. Ellende aan het eind van de schooldag. Maar dat geldt ook voor de handige doe-het-zelver die hij (niet) is en die de nieuwe wasmachine aansluit. Volgens de, blijkbaar opwindende, verkoopster moet hij daarvoor ‘muilvocht’ gebruiken “Dat ligt niet aan jullie. Ik begreep het ook niet”. Van de ene opwinding komen we uiteindelijk in de andere om te eindigen in een relaas over de sex-afspeellijst op Spotify. Laten we het erop houden dat Gins liggend op z’n rug pianospelend tot de sterkere toneelbeelden van deze zondag hoort.

Cultuur Leiden Nieuws Reportage


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×