Snouck Hurgronje: Naar Atjeh! Naar Atjeh! (aflevering 3)

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) is de bekendste Leidse Islamgeleerde. Minder bekend is dat juist hij de methode bedacht waarmee rond 1900 de koloniale oorlog in Atjeh zowat gewonnen werd. Dit was de bloedigste oorlog uit de Nederlandse geschiedenis. Schrijfster en onderzoekster Vilan van de Loo duikt diep de archieven in en publiceert op Sleutelstad.nl twaalf weken achter elkaar een column.

Chris de Waard in gesprek met onderzoekster Vilan van de Loo over het vele werk dat aan Christiaan Snouck Hurgronje wordt toegeschreven.

Christiaan Snouck Hurgronje keert in 1886 terug in Leiden als een gevierd wetenschapper. Hij trekt weer in bij zijn moeder, in het huis aan de Hooigracht. Er hangt een zekere geheimzinnigheid om hem heen. Er zijn vragen over zijn werk en ervaringen, en ook vraagt men zich af wat nu de werkelijke reden is dat hij zo abrupt Mekka is uitgezet.

De enige die de antwoorden heeft, is mededeelzaam op een manier die de zaak spannender maakt. Dat is te merken wanneer hij in Wenen deelneemt aan het zevende Oriëntalisten-Congres. Niet alleen treedt hij toe als secretaris (status! erkenning!) maar hij presenteert ook een eerste vrucht van zijn verblijf in het verre oosten: ‘Mekkanische Sprichwörter und Redensarten’. Inderdaad: meteen in het Duits, en nogmaals inderdaad: spreekwoorden en uitdrukkingen van de mensen in Mekka.

De uitgave is nog steeds verkrijgbaar. Op Amazon.de zag ik het staan, met de bekende naam als auteur.
De énige auteur.

 

Dat is nu een moeilijk punt in de inmiddels decennia durende discussies over het werk en de betekenis van Snouck Hurgronje. Hij zat in Mekka. Allright. Hij had informanten in die stad. Check. Snouck schreef alles op. Lijkt ook het geval.

Nu een stapje verder. Wanneer een informant buitengewoon veel kennis aandraagt, kun je nadenken of die eigenlijk co-auteur is. De een doet het onderzoek, de ander schrijft het op.

De informant in kwestie is de Egyptische geleerde Abd a-Rahim Effendi Ahmad. Zo noteert Snouck zijn naam, en in brieven steekt hij de loftrompet over diens verzameling spreekwoorden en gezegden. Abd a-Rahim Effendi Ahmad heeft er zo’n vijftienhonderd verzameld, uit Egypte wel te verstaan. En Snouck mag ze allemaal overschrijven, wat hij ook doet. Vijf schriften vol taalkundige observaties die hij gaat verklaren. Het is de vraag of dit de basis is geweest voor zijn ‘Mekkanische Sprichwörter und Redensarten’. Snouck zelf schrijft, dat er in Mekka heel weinig echte Mekkaanse mensen zijn:

Die Einwohner Mekkahs sind nur zum geringsten Theile Abkömmlinge der vorislamischen Mekkaner; Hadhraml’s, Aegypter, Syrer, Indier, sogar Türken, Malaien und andere Völkerschaften haben alle ihren Beitrag zur Zusammensetzung der heutigen Bevölkerung der heiligen Stadt geliefert.

De uitgave slaat aan. Naam en faam van de jonge wetenschapper groeien. In Nederland wint hij aanzien met een groot samenvattend artikel over de Islam in het gezaghebbende tijdschrift De Gids (1886). Het jaar erna komt hij te werken aan de Leidse universiteit, met als onderzoeksopdracht de Islam verder te onderzoeken. Meer en meer gaat hij over de Islam publiceren en wat en waarin hij schrijft, laat hij vrijmoedig weten aan de ministers van Koloniën en de minister van Buitenlandse zaken.

Dan weet je: die man werkt ergens naar toe. Het is aannemelijk dat Snouck Hurgronje weet dat hij naar Atjeh wil. Daarover heeft hij pelgrims in Mekka horen vertellen. Daar woedt de dure Atjeh-oorlog die Nederland wel wil maar niet kán winnen. Kortom, daar is goud te vinden voor een nieuwsgierige wetenschapper die niet snel bang is.

Ontdek hier de mythe over Christiaan Snouck Hurgronje. (Video: Kleef & Koop).

In 1888 publiceert Snouck Hurgonje weer een boek. Mekka. Een fotoboek is het, dat een uniek beeld geeft van het dagelijks leven in Mekka. Bijzondere en indringende opnames zijn het, die alleen gemaakt hadden kunnen worden door iemand die in Mekka er helemaal bij hoorde.

Was Snouck dat, als opvallende Hollandse moslim?

Bij zijn vertrek uit Mekka had hij zijn fototoestel moeten achterlaten. In goede handen, dat zeker. De arts Abd al-Ghaffir al Bagdadi neemt er talloze foto’s mee die hij opstuurt aan Snouck Hurgronje. Alweer een informant, of nou ja, een informant… het is feitelijk een co-auteur. Maar zijn naam staat niet op de titelpagina.

Door deze publicatie straalde de ster van de Leidse geleerde nog stralender. Hij werd benoemd tot lid Koninklijke Akademie te Amsterdam, hij was een beroemde Nederlander geworden. De regering nam met tevredenheid kennis van Mekka. Vragen over eventuele co-auteurs werden niet gesteld. Die Snouck had kennis van zaken, zagen de ministers. Een vent die je ergens heen kon sturen en die terug kwam met nuttige informatie.

En zo geschiedde het, dat Snouck Hurgronje van de koloniale overheid de opdracht kreeg om de Islam te Atjeh te gaan bestuderen. Hij vertrok met een stevige belofte aan de overheid:

…de door mij te Mekka ook door omgang met Atjehers opgedane ervaring zou mij waarschijnlijk in staat stellen betrekkelijk veel informatie te verkrijgen zelfs uit de weinige bronnen, die in de bestaande omstandigheden voor ons toegankelijk zijn.

Daar wilde de regering best voor betalen.

Volgende week: Het advies om: ‘hen zeer gevoelig te slaan’

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

Delen
heropening sligro Leiden

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Vilan Van de Loo

Je bent nu offline