Wijkverenigingen hebben sleutelrol bij herontwikkeling Energiepark

De wijkverenigingen rond het Energiepark hebben de afgelopen jaren een constructieve bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van hun omgeving. Mede dankzij hen is daklozenopvang De Binnenvest een volwaardig onderdeel geworden van de wijk en ligt er ook een goed uitgewerkt toekomstplan voor de ontwikkeling van dat gebied. Met die constructieve opstelling hebben de wijkverenigingen Noordvest-Molenbuurt en Groenoord-Zuid zich verzekerd van een sleutelrol in het participatieproces rondom het Energiepark, waarvan woensdagavond de eerste inhoudelijke bijeenkomst is.

Als voorzitter van de wijkvereniging Noordvest-Molenbuurt is Wiecher Steenge maar één telefoontje verwijderd van de gemeente en de politie. Zodra er zich een acuut probleem voordoet in de Noordvest-Molenbuurt (de wijk tussen de Oude Singel en de Maresingel/Rijnsburgersingel), zit de voorzitter binnen 48 uur om tafel met de gemeente, politie en daklozenopvang De Binnenvest. Het Beheer Veiligheid Openbare Ruimte (BVOR) zoals het buurtoverleg officieel heet, bekijkt dan aan welke oplossingen er op de korte en langere termijn gewerkt kan worden. “Er is daarbij altijd veel aandacht voor de openbare orde en veiligheid en het welzijn van bewoners en cliënten”, zegt René Verdel, wijkregisseur en voorzitter van de BVOR. “Het werkt goed omdat we elkaar serieus nemen in dit overleg en het vraagstuk (van de opvang en hulpverlening van daklozen, red.) daardoor goed in de vingers hebben.”

‘Overlast kon niet erger’
De BVOR werd opgericht in 2008, toen De Binnenvest haar nieuwe locatie in Nieuwe Energie betrok. Er werd afgesproken dat het buurtoverleg in ieder geval elke zes weken plaats zou vinden, een afspraak tot op de dag van vandaag wordt nagekomen. Het was een belangrijke voorwaarde voor de Noordvest-Molenbuurt, die De Binnenvest als enige wijk in de stad wél een plek wilde bieden. Verdel: “In Leiden was er een grote uitdaging met dak- en thuislozen toentertijd, omdat iedereen zoiets had van ‘not in my backyard’. Maar in deze wijk was er al zoveel overlast van dak- en thuislozen en verslaafden, dat de buurt zei: wij willen die mensen helpen en veel erger kan het toch niet worden.”

Tegelijkertijd werd ook afgesproken dat de buurt de opknapbeurt zou krijgen waar de wijk al jaren naar smachtte. “Al bij de start van de opvang moet de wijk schoon worden opgeleverd en ook daarna mag er geen versloffing optreden”, schreven de belanghebbenden in een convenant. Dat de wijk wel een flinke beurt kon gebruiken, ligt volgens historicus Cor Smit aan de manier waarop het gebied zich heeft ontwikkeld. “In 1960 was dit nog gewoon een industriegebied en die aureool vind je hier nog steeds wel terug”, legt hij uit. Volgens Smit is het gebied rond het Energiepark ‘het laatste deel van de binnenstad dat nog goed ontwikkeld moet worden’, maar is daar de afgelopen jaren al een goede start mee gemaakt.

Fragment uit een documentaire die later dit jaar over het Energiepark verschijnt: historicus Cor Smit

Rupsje Nooitgenoeg
Van de speciale positie die de wijkverenigingen in de afgelopen tien jaar in de buurt hebben gekregen, leek de MeyerBergman Erfgoed Groep, onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het Westergasfabriek-terrein in Amsterdam, zich in 2017 niet voldoende bewust. Het plan dat zij presenteerden voor het Energiepark – Creativiteit met een groene aureool – streek tegen de haren van de buurt in en werd volgens Steenge zonder veel overleg aan de wijkvereniging gepresenteerd. “We hebben eerst veel moeite moeten doen om met ze in gesprek te komen”, vertelt de voorzitter, “en uiteindelijk zijn we pas als een van de laatsten gehoord. Dat was een paar weken voordat ze de eindrapportage deden van hun haalbaarheidsonderzoek.” De meningen daarover lopen overigens uiteen, want de MeyerBergman Erfgoed Groep laat weten al ruim zes maanden voor de eindrapportage met de wijkvereniging in gesprek te zijn geweest.

Bij de wijkvereniging sloeg de bereidheid om constructief samen te werken in ieder geval om in de wil om actie te voeren. “Wij zijn gaan praten met mensen die rond de Westergasfabriek in Amsterdam wonen”, vertelt de voorzitter van de wijkvereniging. “Uit die gesprekken is het beeld naar voren gekomen van een Rupsje Nooitgenoeg.” Het plan in Amsterdam was volgens Steenge origineel namelijk gericht op relatief kleinschalige activiteiten. “Maar het gebied bleek daar zoveel potentie te hebben, dat het nu is uitgegroeid tot een gebied met een zeer groot aantal bezoekers op jaarbasis. Je schrikt ervan als je nu ziet hoe groot die evenementen zijn.” Er ontstond een angst voor dezelfde ontwikkeling in het Leidse Energiepark.

Participatietraject
Precies een jaar geleden maakten buurtbewoners die zorgen kenbaar tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Nieuwe Energie, waar alle politieke partijen aanwezig waren. Dat leidde er toe dat de plannen door toenmalig wethouder Paul Laudy (VVD) over de gemeenteraadsverkiezingen weren heen getild. Een aantal buurtbewoners verenigde zich daarna in het Nieuw Leids Bolwerk, dat niet alleen wilde actievoeren maar ook met een alternatief plan kwam. Dat nieuwe plan, waarin de focus vooral op woningbouw ligt, kwam naast het eerdere plan van de MeyerBergman Erfgoed Groep te liggen en zorgde voor een hernieuwde discussie over de herontwikkeling en toekomst van het Energiepark.

Fragment uit een documentaire die later dit jaar over het Energiepark verschijnt: voorzitter van de wijkvereniging Wiecher Steenge

Het nieuwe stadsbestuur legde die twee plannen naast elkaar en trok afgelopen november haar conclusie: wethouder Fleur Spijker (D66) zette beide plannen in de ijskast en besloot eerst een grondig participatietraject op te zetten. Woensdagavond vindt daarvan de eerste van twee inhoudelijke bijeenkomsten plaats in de Stadsgehoorzaal (aanmelden verplicht, meer informatie op www.leiden.nl/energiepark). Het doel van die bijeenkomsten: een toekomstvisie ontwikkelen voor het Energiepark, met de expliciete uitnodiging aan de hele stad om mee te denken.

Comfortabele sleutelrol
Gezamenlijk tot een nieuw plan komen, zal echter nog een hele uitdaging zijn. “Voor de één is verandering altijd negatief, omdat je dat niet gewend bent waardoor het eng is”, legt historicus Smit desgevraagd uit. Zelf woont hij ook in het gebied en volgt de toekomstige ontwikkelingen met interesse. “Voor de ander is verandering echter juist heilig, omdat het altijd een verbetering is.” Verandering van je woonomgeving betekent in elk geval dat een aantal zekerheden zal verdwijnen, meent Smit. “Maar of dat erg is, ligt natuurlijk aan de zekerheden waar het om gaat.”

De zekerheden die de wijkverenigingen met de komst van De Binnenvest hebben gekregen, zullen de komende maanden in ieder geval cruciaal blijken. Want het stadsbestuur zal voor dak- en thuislozen niet zomaar een nieuwe locatie kunnen vinden, zeker niet in combinatie met de manier waarop de BVOR in de wijk functioneert. Zo hebben de wijkverenigingen met hun constructieve opstelling een comfortabele sleutelrol bemachtigd. Of zoals Steenge het zegt: “Als je veranderingen doorvoert zonder de bewoners daarbij te betrekken, trek je eigenlijk altijd aan het kortste eind. Dan gaan bewoners een eigen verhaal bedenken, waarna je als gemeente veel lastige dingen hebt uit te leggen.”

Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van het Leids Mediafonds.

Delen
Leiden Culinair

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

IJsbrand Terpstra

Politiek verslaggever in de Leidse regio en presentator van Politiek071.

Je bent nu offline