Edwin Stenneke en Marloes van der Poel. (Foto: Gerry van Bakel).

Sociale wijkteams: ‘Wij zijn hulpverleners en geen geldloket’

Het armoedebeleid dat de gemeente Leiden afgelopen zomer inzette draait om ‘meedoen in de samenleving’ en maatwerk is de weg er naar toe. De mensen van de sociale wijkteams en jeugd en gezinsteams vormen daarbij de voorhoede. In deze vijfde aflevering van de ‘Geen rooie cent’-podcastserie praten Andy Clark en Gerry van Bakel met Marloes van der Poel en Edwin Stenneke.

Marloes van der Poel werkt bij het sociale wijkteam in de Merenwijk, Edwin Stenneke bij de Stadsbank. Daarnaast vormen zij ook een duo in de aanpak van schuldenproblematiek. Leiden werkt samen met bijvoorbeeld woningcorporaties en nutsbedrijven om vroegtijdig betalingsachterstanden op te sporen. Van der Poel en Stenneke bellen vervolgens bij mensen aan om hulp aan te bieden. Stenneke vindt dat er nog veel meer aandacht moet komen voor de schuldencomponent in de armoedebestrijding.


Aflevering 5 van de podcastserie ‘Geen rooie cent’ over armoede in Leiden.

Hoeveel mensen in Leiden schulden hebben is niet bekend, het centraal bureau voor de statistiek heeft alleen landelijke cijfers en dat zijn ook maar schattingen. Natuurlijk is wel bekend hoeveel mensen per jaar aankloppen bij de Stadsbank of onder de schuldsanering vallen. Maar vermoed wordt dat mensen lang wachten voordat ze stappen ondernemen.

Schuldeisers
We vragen aan Edwin Stenneke wat hij zoal tegenkomt in zijn werk? “Het is heel wisselend. We zien mensen die een paar honderd euro schuld hebben of enkele duizenden. En van één tot wel twintig schuldeisers. Soms proberen mensen het eerst in hun eigen netwerk op te lossen. En dat is op zich goed, maar vaak zie je dat het uiteindelijk hun hele netwerk wordt verzwakt.”

Een van de belangrijkste schuldeisers is de belastingdienst – leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker – was jaren geleden de bekende lijfspreuk, maar dat tweede deel wordt niet echt waargemaakt. Van der Poel ziet veel frustratie bij mensen. “Als de toeslagen goed gaan en het inkomen wijzigt niet, dan is het redelijk eenvoudig voor de meeste mensen. Maar zodra er iets verandert in de samenstelling van je huishouden of je inkomen dan moet je toch wel heel er op tijd die wijzigingen doorgeven om allerlei problemen te voorkomen.”

“Ik maak mee dat mensen waarvan ik weet dat ze wel recht hebben op bepaalde toeslagen zeggen: nee doe maar niet meer,” vertelt Stenneke. “Omdat ze slechte ervaringen hebben. Dan blijkt achteraf dat ze teveel toeslagen hebben gekregen en dan moeten ze dat later terugbetalen.” Geld dat er dan helemaal niet meer is. Volgens Stenneke hebben veel werkende armen meerdere kleine baantjes en is pas achteraf duidelijk wat het inkomen precies is geweest. “Ze worden dubbel gestraft. Ze krijgen en minder geld en ze moeten terugbetalen.” En wie dat heeft meegemaakt, kiest er dan ook wel voor om maar niks meer aan te vragen, want dan kan het ook niet mis gaan.

Nieuw beleid
Op 1 juli veranderde het armoedebeleid. Ten eerste verdween de declaratieregeling, omdat de gemeente af wil van generieke maatregelen en omdat er flink bezuinigd moet worden op het sociaal domein. Verder kregen de sociale wijkteams en de jeugd en gezinsteam een maatwerkbudget om cliënten ook financieel te kunnen helpen bij problemen.

Bij veel rechthebbenden van de declaratieregeling viel de afschaffing ervan rauw op het dak. “Veel mensen betaalden daar hun internet of telefoonrekening van. Of een nieuwe fiets of een deel van een nieuwe computer. Ik hoorde van mensen: ik heb maar de helft gekregen wanneer krijg ik nou de rest. Mensen snappen niet dat die regeling is afgeschaft terwijl zij het geld juist zo hard nodig hebben.”

Directeur Jeannette Vader van de Sociale Wijkteams Leiden ziet het maatwerkbudget als een extra instrument. De sociale wijkteams zijn samengesteld uit medewerkers van vier organisaties die in Leiden actief zijn op het vlak van zorg en welzijn. Zoals onder andere Libertas, Radius, Kwadraad, MEE en Wmo-consulenten. “De medewerkers van de wijkteams mogen zelf bepalen aan wie ze geld geven, ze hoeven niet enorme formulieren in te vullen of achteraf uitvoerig te verantwoorden. Het is geen recht, er is ook geen beroepsmogelijkheid. Het is aan het oordeel van de sociaal werker en dat wordt alleen voorgelegd aan collega’s. Elke werker kan zo een paar voorbeelden ophoesten waarbij het maatwerkbudget zou kunnen helpen.”

Van der Poel en Stenneke kennen genoeg voorbeelden van situaties waarbij een maatwerkbudget echt een oplossing kan bieden. Bijvoorbeeld een mevrouw die eerst de computer van haar zoon kon gebruiken voor het betalen van haar rekeningen en die nadat haar zoon het huis uitging onthand was. Voor die mevrouw kan het dan helpen om geld te geven voor een computer, zodat ze zelfstandig haar financiën kan blijven doen en wellicht helpt die computer ook bij het tegengaan van een dreigend sociaal isolement. “Maar,” waarschuwt Van der Poel, “ het is niet zo dat haar buurvrouw dan vervolgens bij ons kan aankloppen en zeggen ik wil ook een computer. We zijn hulpverleners, geen geldloket.”

Creatief met budget omgaan
De Sociale Wijkteams zullen moeten leren creatief met het budget om te gaan. Van der Poel somt wat voorbeelden op: “Misschien moet iemand een rijbewijs halen om meer kans te krijgen op een baan. Of je geeft geld voor het vervoer van een kind met een beperking naar school zodat zijn ouders aan het werk kunnen. Of iemand heeft een tatoeage in zijn gezicht die wellicht voorkomt dat hij wordt aangenomen in een functie.” Stenneke kwam in zijn praktijk een man tegen die de post niet openmaakte omdat hij de brieven niet meer kon lezen omdat hij eigenlijk een sterkere bril nodig had. “Soms is het heel simpel.”

Een maatwerkbudget klinkt aantrekkelijk, maar er is ook kritiek. Van onder andere de SP in de gemeenteraad en het Diaconaal Centrum De Bakkerij dat zich bekommert om de zwaksten in de samenleving. De twee belangrijkste kritiekpunten voor hen zijn dat er minder mensen worden bereikt en er willekeur kan optreden. Zij noemen het afschaffen van een generieke maatregel waar mensen recht op hebben en tegelijkertijd sociale werkers te belasten met de beslissing wel of geen geld voor iemand zorgelijk. En stellen dat het zal leiden tot zorgmijdend gedrag wat op termijn alleen meer kosten met zich meebrengt.

Van der Poel ziet ook wel wat haken en ogen aan het nieuwe armoedebeleid. “Ik snap dat er keuzes gemaakt moeten worden. Alleen ik hoop dat het geld bij de goede mensen terecht komt. Ik vraag me af of alle mensen die het ’t hardst nodig hebben ook binnen de hulpverlening zichtbaar zijn. Dat er goed en breed wordt nagedacht hoe mensen ondersteuning kunnen krijgen. Ik voorzie ook wel enige problemen bij mensen die niet zo assertief zijn en die niet zo snel zelf naar een hulpverlener zullen stappen.

Stenneke denkt dat er voorlopig werk genoeg blijft voor hem en zijn collega’s, al zou hij het graag anders zien. “Voorlopig hebben wij genoeg klanten om mee aan de slag te gaan. Want er is veel armoede achter de voordeur. Ik hoop dat we eindelijk eens echt door kunnen pakken. Het is een onderschat probleem armoede en schulden. Daar moet echt hard werk van gemaakt worden, willen we iedereen eruit krijgen.”

De volgende aflevering van de podcastserie Geen rooie cent verschijnt op woensdag 4 december. Deze podcastserie Geen rooie cent over armoede in Leiden is mede mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds.

Eerdere afleveringen zijn terug te vinden op de website van Sleutelstad.nl. Aflevering 1 verscheen op 25 september, aflevering 2 op 9 oktober, aflevering 3 op 24 oktober en aflevering 4 op 6 november.

Economie Leiden Maatschappij armoedebeleid2019 GeenRooieCent Voedselbank Leiden


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon
071 - 5235907

Whatsapp
06 - 16811160

×