Even narekenen: Schiet betaald parkeren in Leiden door?

Gratis je auto op straat zetten is in Leiden bijna verleden tijd. In steeds meer buurten is betaald parkeren de regel. Als het aan het stadsbestuur ligt, gaat dat ook voor buitenwijken als Boshuizen en de Hoge Mors gelden. Tegelijk krijgen centrumbewoners minder parkeervergunningen en staan dure garages vaak leeg. Is het Leidse parkeerbeleid op hol geslagen?

Bijna 12,5 miljoen euro verdiende Leiden in coronajaar 2020 aan betaald parkeren, inclusief boetes. Dat was 1,4 miljoen minder dan in 2019, want er kwamen minder bezoekers. Toch doet die daling weinig pijn. De gemeente had de inkomsten zuinig ingeschat en kwam op de parkeerbegroting maar 7 ton tekort; dat werd ruim goedgemaakt door 9 ton corona-compensatie van het Rijk.

Lees alle artikelen terug in het ‘Even narekenen’ dossier van Sleutelstad

Ook dit jaar gooide corona nog roet in het eten. Maar hierna verwacht de stad verdere groei van de parkeerinkomsten. Meer bezoekers, beter gevulde garages, én uitbreiding van betaald parkeren moeten daarvoor zorgen. Volgens plan wordt volgend jaar de 15 miljoen euro gehaald. De stad verdient dan 120 euro parkeergeld per inwoner. Maar is dat veel of weinig? We legden de parkeerbegroting onder de loep en vergelijken hem met andere steden.

Geen melkkoe
Eerste vraag: wordt Leiden rijk van die parkeergelden? Afgaand op de begroting is het antwoord: nee. Voor ‘bereikbaarheid’ maakt de stad volgend jaar 20 miljoen euro kosten; daar staat 15 miljoen aan parkeerinkomsten tegenover. De gemeente legt zo 5 miljoen toe op het auto- en fietsbeleid.

Een melkkoe kan je het parkeerbeleid dus niet noemen – of je zou fietsers miljoenen euro’s moeten laten betalen. Weinig kans dat dat lukt. Bovendien zou dat botsen met de behoefte om de stad leefbaarder te maken, door fiets en OV te stimuleren.

Redacteur Frank Steenkamp in Nieuws071

Amsterdam kampioen
Hoe zit dat in andere steden? We keken naar CBS-cijfers over de begroting 2021. De gemiddelde gemeente verdient per inwoner 59 euro aan parkeergelden. Leiden zit daar met 104 euro boven. Maar in het landelijke gemiddelde zitten ook plattelandsgemeentes met weinig bezoekers en minder ruimtegebrek. Het is dus beter om te vergelijken met grotere gemeentes, in de Randstad.

Amsterdam blijkt nationaal kampioen parkeergelden, met 336 euro per inwoner. Rotterdam is tweede met 212 euro. Utrecht, Den Haag en Haarlem verdienen aan parkeren 130 tot 140 euro per inwoner. In dat rijtje is Leiden met 104 euro geen uitschieter. Alleen Delft zit met 64 euro een stuk lager, maar die stad heeft minder streekfunctie dan Leiden.

Met de totale parkeerinkomsten loopt Leiden dus niet uit de pas. Dat blijkt ook uit de verhouding met andere heffingen. De optelsom van lokale lasten is 883 euro per inwoner; parkeerkosten zijn 12% daarvan. De grootste steden leunen veel zwaarder op parkeergelden, met een aandeel van 24%, dus dubbel zo hoog. Leiden past meer in het rijtje middelgrote steden, waar de parkeerkosten 11% van alle heffingen vormen.

Amsterdam is nationaal kampioen parkeergelden, met 336 euro per inwoner. Leiden komt aan 104 euro en past daarmee in het rijtje middelgrote steden

20 cent
En worden die parkeerkosten eerlijk verdeeld? Daarvoor moet je onderscheid maken tussen bezoekers en bewoners. Zijn de tarieven voor winkelend publiek laag? Is de centrumbewoner de klos?

Voor bezoekers zijn de Leidse straattarieven niet hoog, naar Randstadbegrippen. In het centrum ben je doordeweeks overdag 3,20 euro per uur kwijt, direct buiten de singel 2,50. En wie zoekt naar ‘zone B2’ betaalt de eerste twee uur maar 20 cent. In andere steden ben je vaak duurder uit. Katwijk rekent op veel plekken 3 euro per uur. In het Haagse centrum betaal je 4,85.

Onder de grond
Het alternatief zijn parkeergarages. Dichtbij het Leidse centrum kan je diep onder de grond bij de Garenmarkt of bij Molen de Valk. Kosten: 3,10 per uur. Maar het kan goedkoper: bij de Hooigracht betaal je 1,90 per uur, bij de Langegracht het eerste uur 50 cent. En op een kilometer van het winkelhart zijn bij de Kooilaan twee garages waar je het eerste uur zelfs niks betaalt, en daarna 1,80 per uur.

Parkeergarages in andere steden zijn niet goedkoper. Amsterdam heeft zelfs tarieven tot 7,50 per uur. Maar ook daar ben je buiten het centrum veel goedkoper uit. Dat werkt zo in alle steden: met parkeertarieven worden auto’s naar de stadsranden gedirigeerd. Zo moet het centrum leefbaar blijven.

Bewoners betalen
Bezoekers brengen, inclusief boetes, 80 procent van het Leidse parkeergeld binnen. Maar ook bewoners betalen een deel van de rekening. En daar zit politiek de meeste pijn.

Want voor het gros van de Leidenaren was het tot ver in deze eeuw normaal dat je gratis in je straat kon parkeren. Maar dat bleek niet houdbaar. Straten stonden vol blik, ook van bezoekers. En bij thuiskomst kon je je auto nergens kwijt. Dus kwam er betaald parkeren, met voor bewoners een vergunning voor een haast symbolisch bedrag.

Die vergunningen werden populair en dus trapte de gemeente weer op de rem. Voor sommige bewoners liep de rekening flink op. In het centrum betaal je nu 188,50 euro, en voor een tweede auto maar liefst 565,68 euro. En nieuwe vergunningen voor een tweede auto zijn niet meer te krijgen. Buiten de singel (zone B) blijft de eerste vergunning met 53,50 goedkoop, maar voor de tweede auto betaal je ook al 188,50. Dat voelt als een rib uit je lijf.

Haagse verrassing
Toch is Leiden ook hiermee niet duur. Onze centrumbewoners zijn met 188,50 euro voordeliger uit dan lotgenoten in Haarlem, Delft of Groningen. In die laatste stad zouden ze zelfs 300 euro betalen en in Amsterdam zelfs 567 euro. Ook het beperken van tweede auto’s blijkt een algemene trend.

Alleen Den Haag vaart een verrassend andere koers. Daar is een (eerste) parkeervergunning voor het centrum even goedkoop als in de meeste andere wijken: 64,80 euro per jaar. De stad is daarmee opvallend vriendelijk voor centrumbewoners. Een politieke keus. Of, zoals een woordvoerder van de gemeente het zegt: “Voor hogere tarieven is momenteel niet voldoende politiek draagvlak.”

Maar de centrum-Hagenezen hebben wel een nadeel: hun vergunning geldt alleen in hun eigen wijk. Elders in de stad betaal je en dat kan flink oplopen. Leiden is hierin veel ruimhartiger dan andere steden. Met een parkeervergunning voor het centrum mag je vrijwel overal in de stad de hele dag gratis parkeren. Tel uit je winst.

Een parkeervergunning voor het Haagse centrum is goedkoper, maar geldt alleen in de eigen wijk. Daarbuiten betaal je en dat kan nog flink oplopen.

Vijf procent
Tarieven van vergunningen zijn politieke keuzes. Misschien voelen ze daarom toch vaak als oneerlijk, of duur. Maar we vergeten soms dat zelfs een auto in de miniklasse jaarlijks al 3600 euro kost, aan afschrijving, brandstof, verzekering, wegenbelasting en onderhoud. (bron: Nibud). Ook een centrumvergunning van 188 euro is maar vijf procent van dat bedrag. Dat zal de meesten de kop niet kosten.

Belangrijker in het parkeerbeleid is dat bewoners niet verrast willen worden door – in hun ogen – abrupte en onredelijke verandering van regels. Dat geldt voor de dure tweede vergunning. En het gold zeker voor de bewoners van de Lammenschansdriehoek, die vorig jaar merkten dat ze helemaal geen recht meer op een parkeervergunning hadden.

Betrouwbare overheid
Die beleidswijziging kan nog zo uitgebreid in de gemeenteraad besproken zijn, sommige bewoners hoorden er pas van toen hun vergunning al drie dagen niet meer geldig was. In zo’n situatie kan de gemeente naar de verhuurder wijzen, die ervan kon weten. Maar dat maakt je nog geen gastvrije stad of betrouwbare overheid.

Zo valt er aan het Leidse parkeerbeleid wel meer te verbeteren. Parkeergarages staan te vaak leeg. Ze zijn vooral gebouwd om pieken op te vangen, maar met flexibeler tarieven en betere voorlichting kunnen ze beter gevuld raken. Fijn voor de leefbaarheid van de stad, voordelig voor de betrokken automobilist en ook nog eens goed voor de gemeentelijke begroting.

Er staat nog veel te gebeuren: betaald parkeren in meer wijken, meer autovrije zones in het centrum en nieuwe parkeerterreinen aan de rand van de stad. De steun of het verzet van bewoners en bedrijven voor deze plannen zal mede bepaald worden door hoe de gemeente erover communiceert. Veel luisteren, uitleggen en overleggen: dat kan nog belangrijker blijken dan het precieze kostenplaatje.

Dit is aflevering elf van “Even narekenen”. De research voor deze wekelijkse rubriek is mogelijk gemaakt door het Leids Mediafonds. 

Economie Leiden Politiek Even Narekenen


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×