CDA wil maandelijks gesprek gemeente en studenten

6

Studenten moeten veel vaker betrokken worden bij gemeentelijk beleid over studentenzaken. “Navraag leert dat het overkoepelend orgaan voor studenten, de Plaatselijke Kamer van Verenigingen nauwelijks om haar mening gevraagd wordt, net als de besturen van de vijf grote studentenverenigingen. Zij vormen niet alleen het hart van het Leidse Studentenleven, maar hebben eveneens veel kennis van wat er speelt in Studentikoos Leiden”. Dat schrijft kandidaat CDA-raadslid Joost BLeijie (de zoon van de huidige fractievoorzitter van het CDA) op zijn vandaag geopende weblog. De CDA-er pleit daarom voor een maandelijks rond-de-tafel-gesprek tussen de gemeente en de besturen van de studentenverenigingen. “Zo kan er veel intensiever geluisterd worden naar de 15.000 studenten in Leiden,” aldus Bleijie junior.

Ook wil hij dat de studentenverenigingen, net als horecaondernemers, gebruik kunnen gaan maken van het gemeentelijke horecaloket. “Aanvragen voor bijvoorbeeld vergunningen gaan dan niet door de hele Leidse ambtelijke molen, maar worden direct beantwoord. Als Oud-Voorzitter vereniging van Augustinus heb ik veelvuldig langdurig moeten wachten op een reactie van het stadhuis”, zo schrijft Bleijie.

Bleijie levert in zijn eerste weblog verder stevige kritiek op de zittende collegepartijen die al jaren beloven dat er voldoende studentenkamers bij komen in Leiden. “Vier jaar en een hoop ‘ja, maars’ later is de conclusie jammerlijk: Nog geen 50% van de beloofde kamers is daadwerkelijk gerealiseerd.”

Bleijie wil de kamernood oplossen door langdurig leegstaande kantoorpanden bewoonbaar te maken voor studenten. “Ook woningen die leeg komen wegens herstructurering kunnen tijdelijk aan studenten verhuurd worden en de gemeente kan drempels voor studenten op de reguliere woonmarkt wegnemen door sterker in te zetten op ‘starterswoningen’. In doorstroming zit een groot deel van de oplossing.”

Delen

6 reacties

  1. Peter Bootsma op

    Om te beginnen wil ik Joost Bleijie van harte feliciteren met zijn nieuwe weblog. Dat er vele gemeentepolitici mogen volgen!

    Het is altijd goed om te zien dat ook andere partijen zich de belangen van studenten willen aantrekken. Wat dat betreft ben ik blij om in het CDA een onverwachte bondgenoot te vinden. Wat ik echter wel moet vaststellen is dat Joost Bleijie zich nu ineens (jawel, het is inderdaad verkiezingstijd) tracht te ontpoppen tot kampioen van de studentenbelangen. Welnu: in tegenstelling tot de partij van Joost heeft D66 dat in Leiden de afgelopen jaren al veelvuldig gedaan en zal dat blijven doen. Wat er de afgelopen vier jaar aan het behartigen van studentenbelangen is gerealiseerd is dan ook niet aan het CDA te danken: het initiatief voor zaken als het wijzen van studenten op hun rechten inzake de Zalmsnip, het behoud van de voor studenten en Leidenaren belangrijke Rechtswinkel, topsportgelden, ook voor studentenroeiverenigingen Njord en Asopos, en (want de stad mag ook best wat meer bruisen) het verruimen van de openingstijden van de terrassen lag toch echt bij D66 en niet bij het CDA. Joost zal het nog zwaar krijgen om in zijn partij de handen op elkaar te krijgen voor studentenbelangen.

    Joost heeft wel weer gelijk als hij meent dat het nog niet in de genen van ons college en de ambtenaren zit om er rekening mee te houden dat er in deze stad ook nog enige duizenden studenten rondlopen. De redenering is dan vaak: “Die redden zichzelf wel”. Niet dus! In de afgelopen vier jaar echter heb ik met tal van individuele kwesties van  studentenbelangen te maken gekregen, waarbij helaas vaak bleek dat een klein zetje voor een ambtenaar of wethouder al voldoende bleek om zich te realiseren dat er zoiets bestaat als afzonderlijke studentenbelangen in deze stad. Meer informatie hierover op http://www.d66leiden.nl Volgens mij is het nuttiger dat een studentenvereniging een raadslid weet te vinden als het nodig is, dan dat er zoals Joost wil elke maand een potje genavelstaard gaat worden tussen studenten en gemeente.

    Dan studentenhuisvesting. Lege kantoren verbouwen klinkt als oplossing natuurlijk prachtig, leuk dat Joost als aspirant-raadslid die plaat nog even wat grijzer draait, maar de praktijk heeft allang uitgewezen dat dat de daarvoor benodigde (tijdelijke) investeringen zo hoog zijn dat dit geen aantrekkelijke optie is. En de doorstroming is een probleem ja, maar Leiden zit nu eenmaal al behoorlijk volgebouwd; het wachten is op de ontwikkeling van huizen op de plek van vliegveld Valkenburg.

    Raadsleden bouwen geen kamers, en wethouders ook niet. Wel hebben de twee PvdA-wethouders de afgelopen jaren zitting gehad in een heuse taskforce over studentenhuisvesting. Als die taskforce een kamergarantie voor studenten zou willen (goed om Leiden aantrekkelijk te houden), dan komt die er – quod non tot nu toe, maar ik blijf hopen.

    Wat die wethouders in de afgelopen vier jaar dan wel gedaan hebben in die taskforce is intussen een van de best bewaarde geheimen van de Sleutelstad. Reden voor D66-Leiden om het initiatief te nemen voor een hoorzitting met alle partijen uit de taskforce (zie de Mare van deze week). Dan kunnen we  precies horen aan wie het nu gelegen heeft dat het probleem studentenhuisvesting nog lang niet is opgelost.

    Deze hoorzitting vindt plaats op vrijdagmiddag 17 februari om vier uur in de raadzaal in het stadhuis en eenieder is van harte welkom. Ik hoop daar ook vele studenten te kunnen begroeten!

    Peter Bootsma
    Raadslid voor D66

  2. Pieter Lodder op

    “En dan WijLeiden. Een stel brave studenten. Rijkeluis-kinderen die op kosten van hun ouders een politiek partijtje mogen oprichten omdat ze beter in de raad dan in de kroeg kunnen zitten”. Het was klare taal van D66-lijsttrekker Paul van Meenen.

    Dat was op 19 januari klare taal. Hoe laat zich dit nu rijmen met het geslijm van bovenstaand raadslid? Als D66 daadwerkelijk studenten serieus neemt, dan ook de partij die door en voor studenten is opgericht. Het is of het een of het ander. Of is dit een nieuw voorbeeld van de wendbaarheid van D66?

     

  3. Jeffrey van Haaster (D66/student) op

    Beste meneer Lodder,

     

    Als student politicologie en D66-kandidaat kan ik u verzekeren dat D66 studenten wel degelijk serieus neemt.

     

    Met het bovenstaande citaat wilde Van Meenen met een kwinkslag duidelijk maken dat ook het besturen van een stad en het bedrijven van politiek serieus genomen moet worden en dat dát meer inhoudt dan studenten en studentenbelangen alleen.

     

    Helaas is gebleken dat zijn kenmerkende gevoel voor humor zich maar moeilijk in geschreven vorm stijlvol laat overbrengen. 

  4. De heer Bleijie jr. wil niet met studenten praten, maar met de besturen van studentenverenigingen. Die vertegenwoordigen niet de studenten die geen lid van een vereniging zijn, maar zij tellen kennelijk niet mee.

    Hij levert kritiek op het studentenkamerbeleid van de collegepartijen, maar van zijn eigen partij is ook nauwelijks iets vernomen op dit gebied, maar ja, de verkiezingen hè. Het idee om leegstaande kantoorpanden voor bewoning geschikt te maken is door de jaren heen al door velen geopperd. Zijn eigen partij heeft daar in de gemeenteraad niets mee gedaan, de meeste andere partijen evenmin. Niet alle panden zijn geschikt voor bewoning te maken, maar er staat in Leiden zo’n 60.000 vierkante meter kantooorruimte leeg (en er wordt bijgebouwd) en daar moet wel wat geschikts bij zijn. Je kunt er echter ook niet-studenten in huisvesten.

    Studenten in reguliere sociale huurwoningen is een slecht oud idee, gezien het enorme tekort aan betaalbare sociale huurwoningen. Bovendien moeten studenten na studievoltooiing eerst maar eens de wijde wereld in… Verder moet de universiteit meer verantwoording nemen voor studentenhuisvesting.

  5. Peter Bootsma op

    Beste Pieter Lodder,

    Ik mag toch hopen dat jij met mij geen enkele strijdigheid ziet tussen de woorden van Paul van Meenen en mijn bijdrage hier. Als dat wel het geval is, dan mag je me dat nog eens proberen uit te leggen. En overigens ben ik erg benieuwd wat Wij Leiden aan inhoudelijke oplossingen van de kamernood te bieden heeft, want van dat front verneem ik tot nu toe slechts een oorverdovende stilte.

    Peter Bootsma

  6. Pieter Lodder op

    Beste Peter Bootsma,

    De tekst die op 19 januari werd opgetekend is in mijn ogen glashelder: de partij WijLeiden wordt gelijk geschakeld aan (brave) studenten. Daar wordt direct een waarde-oordeel over het vermogen en de instelling van studenten die zich in de politiek willen roeren maar bij geen van de gevestigde partijen zich op hun gemak voelen, geveld.

    Vervolgens beweer jij met droge ogen dat D’66 met studenten een goed gesprek wil aangaan. Als je studenten als een serieuse gesprekspartner wil zien, moet je niet eerst beweren dat ze alleen maar op de zak van pa een beetje in de kroeg interessant willen doen. Als je alleen een gesprek wil aangaan met studenten die zich op hun gemak voelen bij D’66 (en uit bovenstaande reacties begrijp ik dat jullie er eentje gevonden hebben) dan moet je niet suggereren dat je met leidse studenten in het algemeen een gesprek wil.

    Over de standpunten van WijLeiden mbt kamernood kan ik niks zeggen: ik ben op geen enkele wijze gelieerd aan deze partij. Mijn reactie is ingegeven door het gedrag van D’66, niet door een specifieke voorkeur voor WijLeiden of andere lokale kleine partijen.

     

    Met vriendelijke groet,

     

    Pieter Lodder

Over de auteur

Chris de Waard

Hoofdredacteur en oprichter van deze site en de radiozender Sleutelstad 107.5 FM. Volgt met name de gemeentepolitiek in Leiden en de regio.

Je bent nu offline