Dreigt Leiden museale topstukken te verliezen?

Vijf jaar lang werden plannen ontworpen en afgewezen, maar nu komt er eindelijk een museum voor de Nederlandse geschiedenis: het Nationaal Historisch Museum. De kamer is akkoord en minister Plasterk heeft begin juli van dit jaar bekend gemaakt, dat het Nationaal Historisch Museum (NHM) gevestigd wordt in Arnhem. De opening is gepland op 30 maart 2011. De kogel is door de kerk, maar daarmee is nog geen eind gekomen aan de discussie over dit onderwerp. Het ontwerp voor het NHM is gemaakt door Francine Houben van Mecanoo architecten. Ze ontwierp een Canontoren, gebaseerd op de nationale canon met haar vijftig vensters op de geschiedenis van Nederland. De collecties worden grotendeels samengesteld uit bestaande Rijkscollecties van de verschillende Rijksmusea in Nederland. Daar vallen vanzelfsprekend ook de Leidse Rijksmusea onder. Moeten de Leidenaren straks naar Arnhem om de ‘oudste Vikingschat’ of de ‘Sarcofaag uit Simpelveld’ te bekijken? Tijd voor een gesprek met Steph Scholten (Amsterdam 1961), sinds vijf jaar hoofd Collecties bij het Leidse Rijksmuseum van Oudheden (RMO).

Op de vraag, of het RMO verplicht kan worden om bepaalde collecties af te staan antwoordt Scholten:

“Vooralsnog niet. Wel is de collectie van het RMO eigendom van het Rijk. Sinds de verzelfstandiging van de Rijksmusea in 1995 heeft het, naar mijn weten, nooit plaatsgevonden, maar in theorie kan de Minister aanwijzingen geven, dat zoiets moet gebeuren”.

Kosten

Het toekomstige Nationaal Historisch Museum in Arnhem gaat, volgens een brief van Plasterk aan de Tweede Kamer, 60 miljoen euro kosten. De grond wordt door de gemeente Arnhem ter beschikking gesteld. Van die zestig miljoen euro is vijftig miljoen bedoeld voor het gebouw en de inrichting. De overige tien miljoen euro wordt gestoken in de voorbereiding en de ontwikkeling. De exploitatie van het museum gaat jaarlijks 12 miljoen euro kosten.

“Daarmee is het meteen het tweede rijksmuseum in subsidiegeld. Ik denk zelf, dat het sneller, beter en misschien zelfs goedkoper zou kunnen, door gebruik te maken van bestaande musea in het hele land. Met zoveel geld kun je een vloedgolf aan historische tentoonstellingen, educatieve activiteiten en digitale presentaties naar de mensen overal in Nederland toebrengen. Daar kun je bovendien morgen mee beginnen en hoef je niet te wachten tot er een gebouw klaar is.”

Ouderwetse benadering

Scholten vindt het NHM het verkeerde antwoord op de goede vraag, dat wij in Nederland serieus met identiteitsvragen bezig moeten zijn. Naar zijn mening is het plan van het NHM niet praktisch en tevens niet goed doordacht:

“Het is een nogal 19e eeuws antwoord op een 21ste eeuwse vraag. Het museum zou 250.000 bezoekers per jaar moeten trekken, waardoor ruim 60 jaar duurt, voordat we er allemaal geweest zijn. Daarbij komt, dat een keer bezoeken niet genoeg is: een gemiddeld museumbezoek duurt een uur of twee. De canon van de Nederlandse geschiedenis heeft 50 vensters. Dan heb je dus 2 minuten en 40 seconden per venster. Als je bijvoorbeeld de tweede Wereldoorlog in 2 minuten en 40 seconden moet behandelen, kun je niet zoveel zinnigs doen, denk ik”.

Laagdrempelig alternatief

“Een 21ste eeuwse benadering zou ik vinden om in ieder geval goed gebruik te maken van de nieuwe media, zodat diepgaande informatie over onze geschiedenis gemakkelijk toegankelijk wordt, los van tijd en plaats. Daarbij moet er veel aandacht worden geschonken voor het gebruik van deze informatie voor educatieve doeleinden in school- en ander verband. Verder moet er aansluiting worden gezocht tussen lokaal en nationaal. Vrijwel overal zijn voorbeelden van de canon vensters te vinden, dat maakt het laagdrempelig en herkenbaar voor mensen. Daarnaast kun je een serie goede reizende tentoonstellingen maken, die het land doorgaan, samen met bijvoorbeeld een televisieserie. Er worden ook op dit moment ook plannen gemaakt voor de grootscheepse digitale ontsluiting van de tien belangrijkste Nederlandse historische collecties. Hieraan neemt het RMO ook deel”.

Locatie

Voor de huisvesting van het NHM waren ook Den Haag en Amsterdam in de race. Minister Plasterk gaf aan, dat de plannen van Arnhem om gezinnen met kinderen en jongeren bij het museum te betrekken de doorslag hebben gegeven in de keus voor Arnhem. Hoe denkt Scholten over de gekozen locatie?

“Men had blijkbaar geen zin in een stedenstrijd zoals die ooit over bij voorbeeld de vestiging van een fotomuseum tussen Amsterdam en Rotterdam is uitgevochten. Arnhem is de meest onwaarschijnlijke keuze, maar had overigens wel het beste plan. De keuze voor Arnhem betekent misschien wel dat de drempel om het NHM te gaan bezoeken hoger wordt, vanwege de afstand tot de Randstad. Dat is geen randstedelijke arrogantie, maar het grootste deel van de doelgroep woont in de Randstad”.

Collectie NHM

De grote vraag is natuurlijk vanaf wanneer, op welke wijze en door wie de collecties van het NHM zullen worden samengesteld. Daar bestaat volgens Scholten nog geen duidelijkheid over:

“Het lijkt een beetje alsof het proces andersom verloopt: eerst besluiten dat er iets moet komen, dan waar, dan het ontwerp van het gebouw en als allerlaatste wat er eigenlijk in moet komen. Deze belangrijkste vraag is nog niet beantwoord”.

Leidse topstukken of depotmateriaal?

Het RMO probeert met de tentoongestelde collecties, samenhangende verhalen over de geschiedenis van Nederland en van een aantal oude culturen te vertellen. Daarvoor heeft het RMO juist de beeldbepalende stukken nodig die voor het NHM interessant zouden kunnen zijn.

“In depot hebben we nog veel materiaal dat uitgeleend kan worden, maar ik vraag me af of ze daar in Arnhem op zitten wachten”.

Ethische kwesties

Op dit moment is in het RMO de tentoonstelling te zien met de titel: ‘Verboden te verzamelen’. Deze tentoonstelling gaat over ethische vragen en dilemma’s ten aanzien van museumcollecties, zoals: Hoe presenteer je een Egyptische mummie, ontdaan van alle zwachtels, aan het grote publiek? Wat te doen met oorlogskunst of voorwerpen afkomstig van een illegale opgraving? Er is momenteel veel discussie gaande over de vraag wat musea wel en niet mogen doen. Hoe zal er in dit nieuwe museum omgegaan worden met deze ethische kwesties?

“Dat weet nog niemand. Er zijn zeker interessante thema’s waarover noten gekraakt zullen moeten worden. Bijvoorbeeld de presentatie van ons koloniale verleden, slavernij, politionele acties, jodenvervolging en collaboratie. Je kunt je ook voorstellen dat er misschien menselijke resten getoond zouden worden, waarover je van mening kunt verschillen”.

‘Ons aller bezit’

Hoe staat Scholten tegenover de stelling dat Rijksmusea voor iedere Nederlander gratis toegankelijk zouden moeten zijn, omdat het Rijksbezit is en dus eigenlijk ‘ons aller’ bezit? En, hieruit volgend, of  ’ons bezit’ zomaar verhuisd kan worden naar Arnhem?

“Als musea helemaal gratis worden, worden ze overigens niet goedkoper voor de Nederlandse samenleving. Het moet dan via de belasting aan musea gegeven worden, wat anders via de kassa door individuele burgers betaald wordt. Zonder financiële compensatie gaan veel musea namelijk failliet. Ik geloof zelf ook niet dat de kosten de drempel zijn: een entreebewijs kost net zoveel als een bioscoopkaartje”.

“Het is zeker zo dat wij het als onze taak zien om ‘ons aller bezit’ zo goed mogelijk te bewaren en te ontsluiten voor een groot en divers publiek. Sinds 1818, toen het museum van Oudheden werd opgericht, hebben we dat al voor vele miljoenen bezoekers gedaan. Je moet zeker ook bereid zijn om zaken te verplaatsen als het erfgoed dan beter tot zijn recht komt. Er is echter geen enkele aanleiding te veronderstellen, dat dát in Arnhem het geval zal zijn”.

Bezoekersaantal

Het bezoekersaantal van het RMO zit na een dip nu stevig in de lift. De vraag is, of daar met de komst van het NHM verandering in komt.

“Het gaat op dit moment heel goed met het bezoek aan het RMO. Wel is het zo dat scholen voor hun educatieve uitjes beperkte middelen hebben. Het zal dus vast zo zijn dat sommige scholen die nu bij ons komen dan naar Arnhem gaan”.

En tot slot

“In Leiden is ongelofelijk veel te zien en te leren over de geschiedenis, van het vroegste begin tot aan de dag van vandaag. In de stad zelf en in de prachtige musea die de stad rijk is. Een Leidenaar hoeft daarvoor echt niet naar Arnhem”.

Meer info: www.nationaalhistorischmuseum.nl

Dit interview is de eerste van een serie interviews met de Leidse Rijksmusea. Wethouder Paul Jonas heeft in mei dit jaar minister Plasterk een brief geschreven, met het idee om in Leiden een projectbureau te organiseren. Dit bureau moet er voor zorgen, dat op verschillende plekken in Nederland verschillende delen van het Nationaal Historisch Museum gehuisvest kunnen worden. Jonas schrijft in de brief, dat het NHM een mobiel maatschappelijk initiatief moet zijn, en niet eerst en vooral een architectonisch wondertje in de een of andere specifieke gemeente. De brief is mede ondertekend door de directeuren van vijf grote musea van Leiden.

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Je bent nu offline