Reizigersvereniging verwijt gemeente NIMBY-gedrag bij ontwerp busstation

Voorzitter Hans van Dam van reizigersvereniging Rover Holland Rijnland trekt in een column van leer tegen het participatieproces dat de gemeente Leiden heeft opgetuigd om tot de beste plek voor een nieuw busstation bij Leiden Centraal te komen.

“Het geeft wel een goed inzicht in hoe het belang van het openbaar vervoer door de gemeente wordt gezien,” schrijft Van Dam: “Tijdens de participatiebijeenkomst op 5 juli gaf een stedenbouwkundige van de gemeente aan hoe er vanuit zijn discipline aan het ontwerp van een busstation wordt gewerkt (zie Presentatie ontwerpen busstation). Zo’n busstation moet volgens hem efficiënt worden opgezet, en dat betekent dat er geen plaats meer is voor eindhalten en benodigde ruimte voor chauffeurswissels of bussen die vanaf de ene lijndienst in een andere worden ingezet.”

Tijdens de door Van Dam genoemde bijeenkomst werd duidelijk dat de gemeente wel gecharmeerd is van het omdraaien van de busroutes. Nu is het zo dat bussen uit alle windstreken naar het eindpunt Leiden Centraal rijden en daar voor een deel ook ‘overnachten’. Verkeerskundigen van de gemeente bekijken wat het betekent als Leiden Centraal niet meer het eindpunt is van de buslijnen. De bussen rijden dan naar een ander eindpunt, verderop in de regio. Daardoor hoeft er in Leiden geen rekening gehouden te worden met geparkeerde bussen. Dan kan de Sleutelstad af met een veel kleiner busstation.

Daarbij vergeet de gemeente volgens Van Dam wel een aantal belangrijke zaken: “Als je alles richt op bussen die direct in dezelfde lijndienst kunnen doorrijden komt de huidige stallingsruimte vrij. Maar wat doe je dan met een bus die iets te vroeg aankomt bij het station moet wachten op zijn vertrektijd? “Dat is stedenbouwkundig gezien natuurlijk een gruwel. Dat kost dure ruimte, die beter is te gebruiken voor wonen, werken en winkelen.” Ook wijst hij op de ruimte die beschikbaar moet zijn voor extra bussen bij uitval van treinen.

 

Een stedenbouwkundige oplossing is volgens de Rover-voorzitter om net als bij auto’s de busroutes in een ring om de stad aan te leggen en vanaf deze ring twee hoofdroutes in kruisvorm door de stad te maken. “Dat kan door op vier punten op deze ring overstappunten te realiseren. Regionale lijnen komen niet verder dan de overstappunten, en reizigers kunnen naar het station door over te stappen. De wachttijd van bussen kan daarmee verplaatst worden naar de overstappunten. Maar het creëren van een overstap laat wel ongeveer een derde van de reizigers op een lijn afhaken.”

De gemeente Leiden ziet het busstation in de ogen van Van Dam als een soort noodzakelijk kwaad. “Een busstation ontwerp je stedenbouwkundig dus niet door uit te gaan van de reizigers en een te faciliteren dienstregeling, maar door uit te gaan van een zo’n klein mogelijk busstation in combinatie met een nieuw lijnennet. Dat blijkt ook uit het onderzoekprogramma voor het programma van eisen voor het nieuwe busstation. De op te leveren producten gaan allemaal over een nieuw lijnennet voor de jaren 2022-2030.”

Rover verwijt de gemeente Leiden ’typisch NIMBY-gedrag’. Dat staat voor ‘Not In My Back Yard’ (niet in mijn achtertuin) en is een verwijt dat burgers nogal eens krijgen als ze tegen gemeentelijke plannen protesteren. “Maar in dit geval is het NIMBY-gedrag van de gemeente zelf, vindt Van Dam: “De gemeente heeft een zorgplicht voor het openbaar vervoer, maar breekt het kennelijk liever af. Het participatieproces rond het busstation is niet gericht op een beter OV-knooppunt. Het past slechts in een onroerendgoedproject voor enkele torenflats met bedrijven, kantoren en woningen. Het busstation is daarin slechts een sluitpost, en moet zo klein mogelijk worden. Burgers mogen hooguit meepraten over de ruimtelijke inpassing.”

 

Leiden Maatschappij Politiek busstation


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon Redactie
071 - 5235907

×