Ook Leids duurzaamheidsdebat komt niet verder dan nuanceverschillen

1

Tijdens de verkiezingsdebatten die afgelopen weken zijn gevoerd, bleek elke keer weer dat de meeste Leidse politieke partijen het op hoofdlijnen aardig met elkaar eens zijn. Dat was ook weer het geval tijdens het duurzaamheidsdebat dat het Groene Ideecafé gisteravond in Scheltema organiseerde.

Alle partijen hebben duurzaamheid hoog op de agenda staan, maar het verschil lijkt hem te zitten in hoe ver ze willen gaan om te de stad te verduurzamen en gedragsverandering teweeg te brengen. Daarvoor zal een geïnteresseerde kiezer toch echt de verschillende verkiezingsprogramma’s door moeten spitten, want verder dan nuanceverschillen en de inmiddels bekende stokpaardjes kwam ook het Leidse duurzaamheidsdebat niet.

De aanwezige partijen waren D66, SP, GroenLinks, CDA, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, VVD en Partij Sleutelstad. De thema’s waarover werd gediscussieerd waren de regionale energie- en warmtevisie, klimaatadaptatie en biodiversiteit, sociaal ondernemen en duurzame innovaties, mobiliteit, infrastructuur en stadsvernieuwing, circulaire economie met groene grondstoffen en gebruikte materialen en (stads)landbouw en duurzame horeca.

Principiële overwegingen

De Partij voor de Dieren probeerde zich, net als de afgelopen periode in de gemeenteraad, regelmatig te onderscheiden door vooral vanuit principiële overwegingen te redeneren. Zo werd de Zuid-Hollandse warmterotonde, waar de stadsverwarming van Leiden in de toekomst op moet wordt aangesloten, weer afgeschoten. Hierbij wordt restwarmte uit de Rotterdamse haven hergebruikt, maar deze warmte wordt niet duurzaam opgewekt en is daardoor, ondanks de duurzaamheidswinst, volgens de Partij voor de Dieren niet wenselijk.

Ook liet de partij weten ondanks de hogere duurzaamheidsdoelstellingen die daarmee worden behaald, niet voor de zojuist ingevoerde nascheiding van plastic te zijn. Mensen zouden zich bewust moeten worden van het afval dat ze produceren en daar worden ze mee geconfronteerd op het moment dat ze hun verzamelde plastic naar de plasticcontainer brengen. Het bewustwordingsproces is daarbij volgens de partij belangrijker dan het efficiënter en beter scheiden van plastic, dat door middel van nascheiding wordt gerealiseerd.

Stimuleren vegetarisch eten

Op de meeste punten kon de Partij voor de Dieren op weinig bijval rekenen, totdat er een stelling over het stimuleren van het eten van plantaardige voeding werd voorgelegd. ‘De gemeente moet in woord en daad het gezondheid- en milieubelang van plantaardige voeding uitdragen.’ Deze laatste stelling bracht toch een kleine discussie op gang.

Concreet ging het dan vooral om de vraag of de gemeente Leiden een voortrekkersrol moet nemen en binnen de gemeente zelf alleen vegetarisch eten moet aanbieden. De VVD en het CDA zagen hier weinig in, maar de andere partijen stonden toch wel positief tegenover de stelling.

Paul Laudy (VVD): “Van de VVD mogen mensen eten wat ze willen. Op andere gebieden, zoals het bouwen van duurzame huizen, is veel meer te bereiken.” Roeland Storm (CDA): “Mensen voorlichten over de gevolgen van wel of geen vlees eten is altijd goed, maar wij vinden dat de keus bij mensen zelf ligt wat ze willen weten. Dat is niet aan een gemeentelijke overheid.”

De ander partijen vonden allemaal dat de gemeente in deze kwestie wel een voortrekkersrol moet nemen. Vooral de Partij voor de Dieren, GroenLinks en de ChristenUnie waren daar erg resoluut in. De invloed van het eten van vlees op het milieu werd daarbij als belangrijkste reden genoemd. Mart Keuning (ChristenUnie): “Die invloed is gigantisch en ik denk dat mensen dat onderschatten.”Dick de Vos (Partij voor de Dieren): “Vegetarisme is de grootste winst die je kunt behalen op CO2 en duurzaamheidsdoelstellingen. De gemeente sukkelt hierin weer achteraan, jammer.” Jos Olsthoorn (GroenLinks): “Het eten en produceren van vlees levert zoveel uitstoot op dat je dat samen met allerlei andere duurzame initiatieven heel serieus moet nemen. De gemeente moet hier een voortrekkersrol in nemen. Dat betekent niet dat niemand meer vlees mag eten, maar als je bij de gemeente werkt en dat wilt, moet je gewoon je eigen broodje meenemen.”

De overige partijen waren voor het stimuleren van vegetarisch eten door de gemeente, maar hielden wel een slag om de arm. Ton Rovers (SP): “Vegetarisch als standaard optie en vlees als je het aangeeft is best een goede manier om mensen bewust te maken van hun voedsel. Dat gebeurt op andere plekken ook al en het lijkt me ook voor de gemeente een goed plan.” Paul Dirkse (D66): “De Leidenaar ziet zelf al steeds beter in dat het goed is om minder vlees te eten. De gemeente moet daar ook het goede voorbeeld in geven, maar ik denk dat wel da we breder moeten kijken ten opzichte van duurzaamheid in de stad. Hoe belangrijk is dit ten opzichte van andere opgaven die we hebben.” Maarten Kersten (Partij Sleutelstad): “Het is een belangrijke discussie, maar wij zien voor de gemeente ook vooral de rol in het promoten van biologische en vegetarische voedselproductie binnen de stad in volkstuinen. Die groepen moeten gewoon land krijgen om dat te doen.”

Nieuwe raad nieuw kansen?

Een motie over dit onderwerp dat in november nog door de Partij voor de Dieren werd ingediend, kon toen niet op een meerderheid in de gemeenteraad rekenen. ‘Carnivoor, geef het door‘ riep het college op tot het volgende: ‘Standaard vegetarische of plantaardige gerechten te serveren op door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten, behalve voor die gasten die tevoren bijzondere eetwensen hebben opgegeven (zoutarm, glutenvrij, vlees of vis, enz.).’

De motie kreeg 10 stemmen voor (ChristenUnie, Leefbaar Leiden,Partij voor de Dieren, SP en Jos Olsthoorn van GroenLinks) en 29 stemmen tegen (CDA, D66, PvdA, VVD en de rest van GroenLinks). Wie weet krijgt deze motie na de gemeenteraadsverkiezingen een nieuwe kans?

Delen

1 reactie

Over de auteur

Reanne van Kleef

Hoofdredacteur sport, politiek verslaggever, algemeen redacteur, presentator nieuws071 en sport071.

Je bent nu offline