Snouck Hurgronje: Het nut van een verrader (aflevering 5)

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) is de bekendste Leidse Islamgeleerde. Minder bekend is dat juist hij de methode bedacht waarmee rond 1900 de koloniale oorlog in Atjeh zowat gewonnen werd. Dit was de bloedigste oorlog uit de Nederlandse geschiedenis. Schrijfster en onderzoekster Vilan van de Loo duikt diep de archieven in en publiceert op Sleutelstad.nl twaalf weken achter elkaar een column.

Chris de Waard in gesprek met onderzoekster Vilan van de Loo over het verraad van Teukoe Oemar en de methode van Snouck Hurgronje om Atjeh ‘gevoelig te slaan’.

En Atjeh dan? Wat deed Atjeh zelf tegen de agressie van de Nederlandse overheersing? Simpel. Zich verzetten hoe en wat en waar mogelijk was. Zelfs Snouck Hurgonje had er niet altijd een antwoord op. Dat zie je met het geval Teukoe Oemar.

Oemar was een intelligente en strategische militair uit de gelederen van Atjeh. Onthou dat woord: strategisch. Hij zegt zich in dienst te stellen van het Nederlandse gezag. Dat gezag gelooft hem, en zelfs zodanig dat Oemar in 1896 een enorme partij wapens van datzelfde gezag in ontvangst neemt, met het vertrouwen dat Oemar er het juiste mee zal doen.

Dat doet hij inderdaad.
Volgens zichzelf, tenminste.
Hij voegt zich met de buit in de gelederen van Atjeh.
Met de groeten aan de regering in Nederland.
De wapens zijn prima, hartelijk dank.

In Nederland ontploften de kranten zowat en vrijwel overal schreef men ziedend van verontwaardiging over het ‘verraad van Oemar’. Iedereen wilde wraak. De gouverneur van Atjeh moest plaats maken voor een nieuwe gouverneur. Al met al was het een enorme koloniale rel, die op regeringsniveau tot nadenken stemde. Want het was wel duidelijk dat de oorlog in Atjeh voorlopig niet gewonnen was. Er moest iets anders gebeuren.

Wat had die Snouck Hurgronje ook alweer geschreven in zijn adviezen aan de regering? Een methode. Een driestappenplan, beginnend met ‘gevoelig slaan’, dus een inzet van militair geweld. Daarna kwam het regelen van gezag in twee fasen. En die Snouck had zijn inzichten opgedaan onder en dankzij de bevolking zelf. De regering en de nieuwe gouverneur van Atjeh waren bereid, om het diplomatiek te zeggen, de waarde van die inzichten via de praktijk te wegen.
Heel veel schandelijker verliezen kon toch niet meer.

Met andere woorden: de oorlog in Atjeh ging een nieuwe fase in. De inzichten van Snouck Hurgronje moesten in de praktijk hun waarde bewijzen. Die praktijk heette: Pidië. Een gebied in het noordoosten van Atjeh, grenzend aan de kust.In dit gebied zat het sterkste verzet tegen het gezag. Mogelijk zat Toekoe Oemar er ook.

In 1897 begon een militaire expeditie die tot in 1898 zou duren. Het verzet moest gebroken worden. Dat was dus de eerste fase volgens de methode Snouck. Het doel was volkomen onderwerping aan het Nederlandse gezag.
Die expeditie werd geleid door een opkomende ster in de militaire rangen: de kolonel Joannes Benedictus van Heutsz. Hij is omstreden, omdat hij kritische artikelen publiceert over de slappe manier van oorlog voeren. Die eerste fase van Snouck spreekt hem aan. Hij kan het realiseren, weet hij. Ook omdat hij zijn Korps Maréchaussée heeft, een bloedsnelle eenheid vooral inheemse mannen.

Ontdek hier de mythe over Christiaan Snouck Hurgronje. (Video: Kleef & Koop).

De militair en de wetenschapper nemen beiden deel aan die expeditie, maar met een heel andere beleving.

Er is de gewapende militair die met zijn manschappen optrekt tegen een gevaarlijke vijand. Die weet: hier gaan doden vallen. De “truth from the ground” heet dat.

Er is de wetenschapper die tijdens die expeditie een eigen beleving heeft. In een brief aan een vriend lijkt het net of hij op een sport-vakantiekamp is geweest:

“de vermoeienissen van lange tochten te paard en te voet door bergterrein en bosch, door diep moeras en natte rijstvelden, hadden op mijn gezondheid den invloed van eene welgeslaagde kuur. Meer eetlust, betere digestie, opgewektheid, enz. Bovendien kennismaking met nieuwe menschen en toestanden, aangenaam verkeer met officieren, wier kalme plichtsbetrachting men in zulke dagen nog meer leert waarderen.”

Dan weet je meteen: dit is geen man die in levensgevaar is geweest, of die kameraden heeft zien sterven.

Maar de lakmoesproef van de methode Snouck Hurgonje was geslaagd. Pidië werd ingenomen door Van Heutsz. Al was Teukoe Oemar hier niet gepakt, het leek toch te werken. Niet voor niets was Van Heutsz inmiddels zelf bevorderd tot gouverneur van Atjeh. Snouck Hurgronje had daar zeer op aangedrongen. Maar nu beide mannen meer status en aanzien hadden, en bepaald geen kleiner ego, was het zeer de vraag of ze nog wel konden samenwerken.

Volgende week: het monsterverbond.

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

 

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Vilan Van de Loo

Je bent nu offline