Oók de nieuwe centrummanager Gijs Holla heeft niet alle antwoorden

2

Het is een functie waar meer en minder illustere namen hem voor gingen. Volgend jaar februari is Gijs Holla de nieuwe centrummanager in Leiden, nadat mensen als Joost Bleijie*, Erwin Roodhart, Robert Strijk en Hans Gennotte dat eerder waren. Het is een functie met een functiebenaming die je makkelijk op het verkeerde been zet. ‘Centrummanager’ is dus níet de man of vrouw die het centrum managed. Het is wél een functie die – ga de namen maar langs – een lastig te benoemen relatie heeft met de lokale politiek. Dat is niet opzienbarend voor wie zich realiseert wat de centrummanager is: de belangenbehartiger voor het bedrijfsleven (in het centrum). Hoe je dat wendt of keert; dat kan niet gebeuren zonder een goede relatie met de lokale politiek. En dat is iets waar Holla zeker ook op kan bogen.

Aan één van de tafeltjes achter in het Leidse café Meneer Jansen nemen we een krap uur de tijd om Holla toch eens te bevragen over zijn overstap. Een vreemde overstap, want Holla stapt, formeel gezien, toch heel gewoontjes over van zijn baan bij de NHG naar die bij het Centrummanagement. Het pikante is echter dat hij in Leiden óók fractievoorzitter van de PvdA is, tot en met volgende week dinsdag. Dan legt hij die functie neer. Maar díe stap, hoe is dat zo gekomen? En wat kunnen we verwachten?

Solliciatie
Enigszins verrassend blijkt Holla te hebben gesolliciteerd. “De vacature stond open en ik heb vaker gezegd – zeven jaar geleden al – dat het me een enorm leuke baan leek. Dus ik heb gesolliciteerd”. Sterker, hij meldt ook dat, als hij die vacature indertijd had gezien, ook anderhalf jaar eerder had gesolliciteerd. “Maar volgens mij is die vacature niet echt opengesteld. Ik heb hem toen in elk geval niet gezien, of anders gemist”. De crux in het hele verhaal lijkt te bestaan uit wat hij ‘liefde voor Leiden’ noemt. Woorden die ook Robert Strijk geregeld bezigde. Holla: “Op dat punt waren we ook geestverwanten”. Je kunt heel cynisch denken dat het woorden zijn die roomser dan de paus zijn, maar anderzijds is het natuurlijk heel goed mogelijk dat het gewoon de waarheid is en we Holla over een paar jaar nog eens moeten confronteren met zijn woorden en (dan) daden. “Heel graag. Dat doen we”, antwoordt hij daar op.

Route
Zoals gezegd, is het pikante dat Holla niet zo maar een sollicitant was. Hij is ook politicus. En hij kiest voor een baan die níet is te combineren met zijn fractievoorzitterschap. “Nee, niet omdat ik uitgekeken was op de politiek, alhoewel ik al eerder heb aangekondigd te zullen gaan stoppen als fractievoorzitter. Maar dit was, en is, voor mij zó’n droombaan dat de keuze niet echt heel moeilijk was”. Holla gaat dan een tegengestelde route dan bijvoorbeeld Bleijie of Strijk, die de politiek ín gingen. Hij verlaat de politiek. Is dat niet een moeilijk voor hemzelf te verantwoorden stap? Hij verlaat toch een positie waar hij met verve duidelijke meningen verkondigde over de toekomst van de stad om nu, zo lijkt het, over te stappen naar de andere kant. Want de belangen van ondernemers zijn niet per sé gelijk aan het algemeen belang of het bewonersbelang.

Luisterend
“Ik blijf PvdA stemmen. Dat zeker”. En Holla ziet de belangentegenstelling als niet zó scherp: “We willen allemaal een dynamische en vitale binnenstad. Ook economisch. Dát is wat ik ga nastreven”. Het gesprek gaat ook niet over megaprojecten of enorme vergezichten. Holla ziet voor zichzelf, zeker in het begin, een rol weggelegd als toehoorder: “Bij ondernemers langs gaan, meelopen, horen wat hen beweegt, wat hen dwars zit, wat hindert en welke ideeën ze hebben”. De man die het centrum komt managen door te komen vertellen hoe het allemaal moet, is hij niet van plan te worden. Hij heeft zo te horen wel een beeld voor ogen: dat van een binnenstad waar detailhandel voor bedrijvigheid zorgt: “Inderdaad, sterk en sociaal”.

Lastendruk
De door de gemeente benoemde ‘sfeergebieden’ zijn een goede leidraad waarbinnen hij ‘kwalitatieve groei’ nastreeft. Lastig benoemen wat dát dan wel is. “In elk geval geen slaapstad, maar ook geen Amsterdamse toestanden”, zegt Holla. Ook dat wordt spannend, want in het gesprek komen we ook op het punt dat de euro uitgegeven door de toerist evenveel waard is als de euro van de Leidenaar, maar dat toeristen mogelijk wel voor veel meer euro’s zorgen.

Holla’s kwalitatieve groei wordt nog een balanceer-act: “Ik wil daarin niet bepalend zijn, maar vooral ook horen hoe ondernemers hier naar kijken en als centrummanager dát geluid vertegenwoordigen”. Een voorbeeld zijn de zogenoemde administratieve lasten. “Ik ga met de ondernemers een lijst maken van regels en formulieren waarvan je je kunt afvragen of die nodig zijn. En ja, het is aan ‘de politiek’ om vervolgens de afweging te maken omdat belangen niet per definitie gelijklopend zijn.”

Afwegingen
“Zo wil ik ook naar bij voorbeeld het fietsparkeerprobleem kijken. Misschien hebben ondernemers goede ideeën. In Delft zag ik bijvoorbeeld permanente fietsparkeervakken die uitnodigen fietsen dáár neer te zetten. Maar ik geloof niet in dwang”. Holla ziet wel verschillende soorten fietsgebruikers: “Tot en met de weesfietsen, net wegwerpfietsen (…) daar zou je inderdaad naar moeten kijken op eenzelfde manier als we naar afval kijken”. Dat afval is tussen twee haakjes ook iets waarvan hij zegt daar serieus goede ideeën over in te willen zamelen. De hostels aan de Garenmarkt passeren de revue “Eén gaat al niet door. En verder eerst maar eens horen hoe door de ondernemers wordt gedacht over hotelaccommodaties”. Het pleidooi voor evenementenluwe periodes en plaatsen ook, alhoewel dat duidelijk wat lastiger ligt in de belangenafweging.

Samenwerking
Holla is er de man niet naar om te beweren dat hij de oplossingen heeft voor alle uitdagingen waar Leidse ondernemers zich voor geplaatst zien. Veel zal toch (blijven) afhangen van hun ondernemerszin. Wel zal Holla profijt kunnen halen uit zijn grote netwerk en kennis van alle grote dossiers. De belangen van binnenstedelijke ondernemers beperken zich immers niet tot die fysieke binnenstad. Zo ligt er de uitdaging een efficiënt bevoorradingssysteem te ontwikkelen op basis van concrete behoeften van ondernemers. “Misschien met transferia aan de uiterste randen van de stad.” En dan hebben we het nog niet eens over de invloed van factoren die de invloed van Leiden ver te boven gaan zoals e-commerce of de economische staat van Nederland. “Dat is wel zo. Maar als je nu kijkt naar Leiden in vergelijking met 10-15 jaar geleden, dan is de stad er enorm op vooruit gegaan (…) daaraan wil ik verder werken naar een nóg mooiere stad”. Dat kost, aldus Holla, “afstemming en samenwerking”.

Afkoeling
Zoals gezegd ziet Holla zelf geen probleem in zijn overstap van PvdA naar centrummanagement: “Ik kan dat verantwoorden en uitleggen aan iedereen die dat wil”. Het is ook niet aan hem, want er bestaat geen formele procedure die hierover iets regelt. Het is frappant dat dezelfde weg de ene kant op wél en de andere kant op níet tot vraagtekens leidt. Ondernemers die de politiek in gaan, zijn de gewoonste zaak van de wereld. Degene die het openbaar bestuur verruilt voor het bedrijfsleven zadelt datzelfde bestuur in casu B&W, de burgemeester met name, indirect op met ethische vragen over ‘afkoelingsperiodes’.

(* Het is Holla zelf die me er later op wijst dat ook Bleijie de stap uit de raad naar centrummanagement maakte, en weer terug.)

Delen

2 reacties

Laat een reactie achter

Over de auteur

Jan van der Sluis

Schraapt het liefst aan de oppervlakte in de verwachting dat daaronder iets echt leuks is te vinden. Het sociaal en cultureel domein en de thema's (burger)participatie en innovatie boeien hem het meest.

Je bent nu offline