Verdubbeling aantal besmettingen: plaatselijk gepriegel werkt niet meer

Het is hard gegaan met de verspreiding van het coronavirus. Leiden en de grote steden in de Randstad zijn niet meer de hotspots, heel Nederland is één grote hotspot van besmettingen geworden. Tijd voor steviger maatregelen, het beleid van kleine stapjes heeft niet gewerkt.

Die conclusie valt te trekken uit de nieuwste coronacijfers. Opnieuw een verdubbeling van de besmettingen, in tien dagen tijd: dat was niet het plan. De vraag is nu wat het kabinet gaat doen en of dat dan wél gaat werken. Het zullen harde discussies zijn, binnenskamers. Maar de cijfers spreken duidelijke taal:  plaatselijk gepriegel werkt niet meer.

Trots op Leiden
Kijk je louter naar Leiden, dan kan je trots op ons stadje zijn. De snelle toename van besmettingen is bijna tot stilstand gebracht. In september hadden we nog weken met een stijging van 75 en 80 procent. Maar sinds eind vorige maand is het aantal nieuwe gevallen met gemiddeld 4 procent per week gegroeid. In landelijk perspectief is dat een ongekende vertraging.

Leiden, met zijn vriendelijke burgemeester Henri Lenferink, heeft blijkbaar iets goed gedaan. Volgens de burgemeester deden studenten, geschrokken van ‘hun’ tweede golf, extra hun best met afstand houden. Dat kan lastig zijn, in een huis met zeventien bewoners die samen één keuken delen. En dan met z’n allen in quarantaine als er een huisgenoot besmet is.

Maar aan die indamming van de Leidse golf zitten ook beperkingen. Er raken nu meer ouderen besmet, en ze worden vaker ernstig ziek. En nog iets opvallends: nu zijn de buurgemeentes aan de beurt met een scherpe stijging. In drie weken zijn de besmettingen per honderdduizend inwoners daar vervijfvoudigd tot 240 per week. Dat is bijna even hoog als in de stad.

Olievlek
Het virus heeft zich als een olievlek verspreid. En niet alleen in onze kleine regio. Ook de bollenstreek en het groene hart maakten de laatste weken een inhaalslag. Soms viel er een café of kerk aan te wijzen. Bodegraven had een uitbraak in een verpleeghuis. Maar steeds vaker kan de GGD geen cluster als bron van de besmettingen aanwijzen. Het virus komt langs vele wegen.

De gehele regio Hollands Midden telt nu per inwoner méér nieuwe besmettingen dan Leiden. Gouda, Katwijk, Zuidplas en Leiderdorp scoren nu ruim hoger dan onze sleutelstad. Een regionale hotspot is Leiden dus niet meer. Daarmee is het probleem eigenlijk alleen maar ‘groter’ geworden.

Blinde vlek
Hetzelfde is landelijk te zien. Alle ogen waren gericht op Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Daar leek het het ergst, omdat grote steden nu eenmaal altijd voor hoge cijfers zorgen. Maar voor de scherpste stijging van besmettingscijfers moet je daar niet meer zijn.

In acht weken ging het aantal besmettingen per week in de drie grootste steden van 1500 naar 7800, een groei met een factor vijf. In de rest van het land gingen het van 1900 naar 31.000. Dat is ruim zestien keer zo veel als acht weken terug.

De rol van de grote steden werd dus steeds kleiner. Begin september waren ze samen nog goed voor 45 procent van de nieuwe besmettingen, nu is dat gedaald naar twintig procent. Intussen bleef de verspreiding van het virus in de provincie een soort blinde vlek. En nu staan ook deze laatste regio’s op oranje, dus ‘zorgelijk’.

Daalt het al?
De maatregelen van twee weken geleden – geen toeschouwers meer bij sport, de horeca vroeger dicht en dringende adviezen over mondkapjes en thuiswerken – hebben te weinig opgeleverd. Daarmee zijn twee kostbare weken verloren gegaan waarin het virus ingedamd had moeten worden, zoals dat uiteindelijk ook in de lente gelukt is.

Het lastige is dat het steeds ruim tien dagen duurt voordat je ziet wat nieuwe maatregelen hebben opgeleverd. Want wie besmet raakt, krijgt pas na gemiddeld vijf dagen symptomen. En na de eerste klachten duurt het – door de wachttijd vooraf én achteraf – ook nog vijf dagen voordat er een uitslag is. De besmettingscijfers kijken dus tien dagen achteruit. En zo gaat er veel tijd verloren.

Omdat niemand een nieuwe lockdown wil, werd het volgen van de dagelijkse coronascores deze maand een nationale sport. “Daalt het al?”, was de vraag. “Of vlakt het misschien al wat af?”. Vorige week leek dat laatste even het geval, toen het aantal besmettingen landelijk met maar 36 procent steeg – de laagste groei sinds begin september. Maar deze week kwam er weer zestig procent bij: een groeiversnelling, in plaats van een vertraging.

Voorbeeldig
Eerder deze zomer had het kabinet na een week met zo’n sterkere stijging misschien gedurfd om nog één weekje af te wachten. Daar zou zelfs wel wat voor te zeggen zijn. Want stel nou dat het volk zich sinds woensdag 30 september voorbeeldig is gaan gedragen, dan zou er pas vanaf 10 of 11 oktober een daling in de cijfers te zien zijn.

Zondag daalden die cijfers zowaar, voor het eerst in vier weken, met iets meer dan 100 gevallen in één dag. Maar op een totaal van 6500 is dat een minimale verandering – eenvoudig te klein om grote beslissingen op te baseren. Bovendien weten we best dat ons gedrag nog niet radicaal veranderd is.

Weinig keus
Het OMT én het kabinet hebben weinig keus. Kleine plaatselijke priegelmaatregelen werken niet meer. En het risico van nóg een ongecontroleerde verdubbeling is te groot. Want hoe later er ingegrepen wordt, hoe harder en langduriger de noodzakelijke maatregelen en des te groter de maatschappelijke schade.

De cafés nog wat eerder dicht? Een nóg dringender aanbeveling om mondkapjes te dragen? Een tikje meer controle of men zich aan de quarantaine houdt? Hoe graag onze liberale premier ook uitstraalt dat hij niet ‘de baas’ is en dat we het allemaal zelf moeten doen, deze keer ontkomt hij er niet aan om steviger in te grijpen als leider van dit land. Ook in Leiden moeten we ons daar maar in schikken.

Dit bericht past binnen het project “De coronamarathon”, dat wordt ondersteund door het Leids Mediafonds

Leiden Opinie Coronacrisis


Studio
Middelstegracht 87A
2312 TT Leiden

E-mail
redactie@sleutelstad.nl

Telefoon
071 - 5235907

Whatsapp
06 - 16811160

×