PvdA onderzoekt achterdeur van coffeeshop

4

In Nederland mag je wiet verkopen en gebruiken maar de handel is illegaal. De z.g.n. achterdeurproblematiek houdt niet alleen de politie bezig maar ook de PvdA. Afgelopen zaterdagmiddag spraken PvdA-lijsttrekker Marije van den Berg en veiligheidswoordvoerder Daan Iken met Marcel Fluanta, eigenaar van coffeeshop Leidseplein, over zijn “achterdeur”. Van den Berg vroeg zich af hoe crimineel je moet zijn om een coffeeshop draaiende te houden. Dat bleek echter mee te vallen, Marcel Luanta betaalt zelfs omzetbelasting over de wiet die hij verkoopt. Daan Iken vindt het zo veilig als wat. Een aantal vaste, betrouwbare telers in de buurt, veel vaste klanten en absoluut geen ruimte voor harddrugs. Bovendien houdt de uitbater in de gaten of mensen normaal kunnen omgaan met cannabis. De sfeer bij Leidseplein vond ik in elk geval erg ontspannen, aldus Iken.

Eén van de belangrijkste problemen van het verbod op de kweek en handel is volgens de PvdA dat mensen met geldproblemen in de verleiding komen thuis wiet te kweken. Dat zorgt voor brandgevaarlijke situaties en overlast in de buurt. Bovendien lopen de telers het risico zwaar in de problemen te komen, bijvoorbeeld doordat zij door het telen hun huis uit gezet worden. Bij Leidseplein wordt alleen afgenomen van vaste telers met een jarenlange ervaring. Marcel Luanta gaf aan de legalisering van softdrugs best goed te vinden. “Al betekent dat voor ons waarschijnlijk een behoorlijke omzetdaling, want de prijs zal wel flink zakken.” Maar: “Ik doe dit vooral omdat ik mensen een ontspannen plek wil bieden om gewoon een jointje te roken.” Daan Iken en Marije van den Berg vinden dat het Leidse coffeeshopbeleid goed werkt. Volgens hen zijn de twaalf coffeeshops die Leiden heeft ruim voldoende. Het sluitingstijdenbeleid werkt ook goed, al kunnen we ons voorstellen dat op dagen als Drie October de coffeeshops die nooit overlast geven, wel wat langer open zouden mogen.” In elk geval zal de Leidse PvdA landelijk aandacht blijven vragen voor de problematiek van de achterdeur en voor legalisering van softdrugs. Tenslotte zal de Leidse PvdA landelijk aandacht blijven vragen voor de problematiek van de achterdeur en voor legalisering van softdrugs.

Delen

4 reacties

  1. Ik vind dit zo zielig dat ik niet eens meer in staat ben om te reageren, volgens mij komen jullie uit de krijttijd.

  2. Er zou eens onderzoek gedaan moeten worden hoeveel procent van deze jointrokers een betaalde baan heeft. Het zou mij niet verbazen als een flink percentage te ‘ontspannen’ of te duf is door de joints om te kunnen werken.

  3. De grote vraag blijft of drugs een probleem zijn en daarom verboden of dat ze verboden zijn en daarom een probleem. Verbiedt vandaag chocolade en morgen verschijnen de eerste probleemgebruikers en dealers, toch?

    Dit gewoon de tweede domme drooglegging, de eerste heeft de maffia opgeleverd, de tweede de colombiaanse en afghaanse drugsbaronnen. We zuchten nog steeds onder een kleine groep bekrompen huisvrouwen die drank en drugs als een gevaar voor hun bekrompenheid zien en iedere vorm van zelfrefectie afwijzen, uit pure angst zichzelf onder ogen te moeten komen.

    90% van alle rechtzaken in Nederland is Opiumwet-gerelateerd, alsdus een rechter in de NRC. Dat is dus de reden dat politie en justitie geen tijd meer hebben voor andere zaken, zoals mishandeling, overlast, bedreiging, inbraak etc, die door de burger veel belangrijker gevonden worden dan een weedplantage. Als de cellen vol zitten met drugkoerriers, die geen directe overlast veroorzaken, kunnen de gewone criminelen niet meer opgesloten worden. Klopt dat eigenlijk wel?

Over de auteur

Henny Zwaan

Je bent nu offline