Snouck Hurgronje: Wel of geen moslim, wel of niet te vertrouwen? (aflevering 2)

Christiaan Snouck Hurgronje (1857-1936) is de bekendste Leidse Islamgeleerde. Minder bekend is dat juist hij de methode bedacht waarmee rond 1900 de koloniale oorlog in Atjeh zowat gewonnen werd. Dit was de bloedigste oorlog uit de Nederlandse geschiedenis. Schrijfster en onderzoekster Vilan van de Loo duikt diep de archieven in en publiceert op Sleutelstad.nl twaalf weken achter elkaar een column.

Chris de Waard in gesprek met onderzoekster Vilan van de Loo over de oprechtheid van de bekering van Christiaan Snouck Hurgronje tot de islam.

Het is 1884 en Christiaan Snouck Hurgronje woont in de havenstad Djedda. Daar komen Islamitische pelgrims uit Indië aan, om door te reizen naar de heilige stad Mekka. Mekka, verboden voor christenhonden.

Als een van die christenhonden heeft Snouck Hurgronje een probleem. Hij wil dolgraag naar Mekka. Uit fascinatie. Voor de wetenschap. En vanwege de opdracht van de Nederlandse regering, die zich in toenemende mate ongerust voelt over de Islam in de de kolonie. In Haagse kringen is weinig bekend over de Islam in Indië. Ze begrijpen dat er onrust is, dat er Europeanen vermoord worden en dat heeft iets met de Islam te maken, maar wat? Wat willen die mensen?

Hier is het: Snouck Hurgronje enters the building. Met bemiddeling hier en steun daar, is hij bereid om op kosten van de staat te gaan spioneren. Hij is de geschikte man. Tel maar mee: gepromoveerd op de plechtigheid in Mekka: Het Mekkaansche feest (1880). Publiceert over de Islam. Barst van de ambitie. Snelle aanpasser. Goed in talen. Gemotiveerd tot in zijn tenen. Dus als iemand kan achterhalen wat die moslims in Indië bezielt, dan is hij het. En daarom zit hij in 1884 in Djedda, de stad waar hij de beste kansen heeft om pelgrims te ontmoeten.

“… zijn werkkracht is daar niet zoo groot als hier en hij heeft veel te doen en velen die gaarne wat van hem hooren.” Dat schrijft zijn moeder aan een van de vele vrienden die nieuwsgierig zijn naar haar zoon. Het is nogal wat. Een wetenschapper die de wereld intrekt, in plaats van in de veilige studeerkamer te blijven. Iets van de mythe Snouck Hurgronje ontstaat. Zo van: is het raar of is het juist briljant, komt hij wel levend terug, wat maakt hij daar eigenlijk mee.
Want ja, dat wist eigenlijk niemand.

Je zou kunnen zeggen: een man van de wetenschap moet zich niet laten gebruiken door de koloniale overheersers. Wetenschap moet politiek neutraal zijn.

In Djedda maakt hij razendsnel kennissen. De mensen zijn nieuwsgierig naar de Hollander die dankzij de introductie van de consul belangrijk is. Ze komen, ze praten, ze kijken. In zijn dagboek maakt Snouck Hurgronje notities over hun bruikbaarheid voor zijn doel. De een kent alle roddels in de stad. Een ander kan hem helpen de taal beter te leren spreken, dat is de Javaanse Raden Abu Bakar Jayadinigrat. Een derde heeft boeken. Een vierde, een vijfde, wie iets te bieden heeft, krijgt een notitie.

Snouck Hurgronje heeft ook iets te bieden. Hij wil foto’s maken met het toestel dat hij uit Nederland heeft meegenomen. Flatterende portretfoto’s die hij cadeau geeft, bij voorkeur aan personen met macht en invloed. Goed bedacht, want zo groeit zijn netwerk razendsnel, zowel onder de modest als onder the mighty.

In 1885 staat hij voor Mekka als een nieuw man. Besneden, bekeerd, Arabisch sprekend en: als moslim met een nieuwe naam: Abd-al-Chaffar al-Laydini, oftewel: de Dienaar van de Alles Vergevende uit Leiden.

Zo komt Snouck Hurgronje Mekka binnen.
Tijd om verder te integreren.

Ontdek hier de mythe over Christiaan Snouck Hurgronje. (Video: Kleef & Koop).

De methode Snouck is: status opbouwen als moslim (in de leer gaan bij een moslimgeleerde), verplichtingen laten ontstaan (flatteuze foto’s scheppen een band) en nuttige kennissen verzamelen. En het is altijd: voor wat, hoort wat. Als hij de arts Abd al-Ghaffir al Bagdadi ontmoet, ziet Snouck Hurgronje meteen een constructie. Als Snouck hem eens beter leerde fotograferen, in ruil voor foto’s van het dagelijks leven van Mekka? “Hij gaat ook druk voort met photografeeren,” schrijft zijn moeder, zonder te weten dat een foto van Snouck niet altijd een foto van Snouck is.

Ja, en integreren is belangrijk. Daarom koopt Snouck Hurgronje een slavin. De slavernij is in Nederland al in 1863 afgeschaft, maar eerlijk is eerlijk, Mekka ligt niet in Nederland. Meevaller: de prijs van slaven is net dalend.

Je zou kunnen zeggen: dat moet je niet willen als man van de wetenschap, een jonge vrouw kopen. Was dat heus alleen om de thee in te schenken?

Intussen gaat alles volgens plan. Snouck Hurgronje wordt gezien als betrouwbare moslimgeleerde, met wie je goed kunt praten. Hij ontmoet pelgrims. Hij krijgt kennissen uit Atjeh. Maar dan gaat het mis, al ligt dat niet aan hem. Er komt een rel rondom een Franse wetenschapper en Snouck Hurgronje wordt op 5 augustus 1885 Mekka uitgezet.

Leiden wacht met brandende nieuwsgierigheid op zijn terugkeer.

Volgende week: Naar Atjeh! Naar Atjeh!

Deze productie is tot stand gekomen met steun van het Leids Mediafonds.

Delen

Reageren is niet (meer) mogelijk.

Over de auteur

Vilan Van de Loo

Je bent nu offline